HOMO CRITICUS CRITICUS DEEL 4: HARRY KUMEL
Lees ook:
Deel 1: Erik Stockman (Humo)
Deel 2: Jan Temmerman (De Morgen)
Deel 3: Patrick Duynslaegher (Knack)
Deel 4: Harry Kumel
Mijnheer Kümel, het is bekend dat u zich ergert aan filmcritici. Waarom? Maar is het verhaal dan niet belangrijk? Neem een thriller of een whodunnit. Daar is het toch ook spannend om te zien wie het gedaan heeft, wordt de kwaliteit van de film daar niet mede door bepaald? U vergelijkt de film graag met de schilderkunst, maar mag ik het niet eens met de literatuur vergelijken. Kan u dan nooit ontroerd worden door een mooi verhaal op zich, los van de schrijfstijl? Zoals u het stelt is het wel erg eenvoudig een emotie los te weken. U ergerde zich aan critici. Maar is het niet zo dat ze schrijven wat hun lezerspubliek wil. Dat het lezerspubliek zich meer interesseert in het verhaal dan in een of andere theoretische bespiegeling? Als u zoveel belang hecht aan de beeldtaal in films, wat vindt u dan van uw collega's, bijvoorbeeld Jan Verheyen?
In onze niet-aflatende zoektocht naar zelfverbetering zochten we ook de criticus der homo criticus criticus op. Harry Kümel, een op zijn minst eigenzinnige regisseur die prachtfilms zoals Monsieur Hawarden en Malpertuis afwisselt met een horrorkomedie over lesbische vampieres, Rouge aux Lèvres (overigens, één van de meest verkochte Belgische films aller tijden volgens de regisseur). Zijn laatste langspeelfilm is inmiddels van '92 geleden (Eline Vere), intussentijd houdt Harry zich nuttig met het draaien van commercials (niets wat u hier in België te zien krijgt) en geeft hij les aan de Nederlandse Film en Televisie Academie. Over zowat alles heeft de olijke Antwerpenaar een uitgesproken mening, en over critici nog het meest, het ding wat ze gemeen hebben: geen van hen kent iets van film.