Lichting 2016: RITCS

 

Vooraleer we op de kar van de eindejaarslijstjes springen, hebben we nog één lading film-graduates in de aanbieding. Na (twee) haltes in het Gentse KASK & een korte stop bij Sint-Lukas Brussel, eindigden we onze #Lichting2016-tour dit jaar in de Royal Institute for Theatre, Cinema & Sound. 'Het RITCS' in de volksmond. Daar wordt elk jaar hard met korte documentaire's, animatie- en fictiefilms gegooid. Wat is van wie: in een sneltrein doorheen het grote aanbod alumni.

DOCU

First up: de eindwerken Documentaire.

In het UVC Brugmann in Schaarbeek is er een aparte 'Unité d'alcoologie'. Julie Bruurs portretteert enkele patiënten die er verschillende weken fysiek komen afkicken en het personeel dat hen begeleidt. Mirakels gebeuren er niet al te vaak, de meeste mensen komen herhaaldelijk terug nadat ze hervallen zijn. Een vrolijke omgeving is het niet, en de vale ruimtes - steriele gangen, overvolle bureaus - waarin alles zich afspeelt helpen niet echt. Toch weten de artsen en verpleegkundigen er de sfeer wel in te houden. Ze organiseren een paaseierenraap, halen aprilgrappen uit en keuvelen over hun privéleven, tas koffie in de hand.

Met enkele rake beelden - zoals die van een bril die rechtop staat op een vensterbank, met de glazen naar beneden - schetst Bruurs in haar Si nous on ne croit pas en eux (31') een gelaten strijd tegen verslaving en depressie.

 

Klein Boekarest (dir. Sam Geyskens)

 

Sam Geyskens studeerde in 2015 af aan het RITCS in Brussel. Zijn afstudeerfilm Klein Boekarest (20') werd geselecteerd voor Film Fest Gent 2016.

In de film volgt hij verschillende Oost-Europese truckers die in West-Europa rondrijden en hun familie soms weken aan een stuk moeten missen. Veel van de mannen hebben een prima diploma, maar met het werk in West-Europa kunnen ze meer centen verdienen. Ze zoeken steun bij elkaar, eten samen, drinken samen en maken grapjes om hun dagen wat lichter te maken. Een mooi leven is het niet: grijze dagen, kilometers malen, scheerbeurten in tankstations, blikjes bier en eenpansgerechten. Elk Facetime-gesprek barst van de heimwee. Een trucker die ‘s avonds voor het slapengaan op de voicemail van zijn echtgenote botst en teleurgesteld inhaakt: ruw en teder lagen zelden zo dicht tegen elkaar aan

Marjolijn Prins komt met Mum, me and the house (36') op haar beurt aanzetten met krachtige objectiviteit. Debbie en Sam zijn moeder en zoon. De Britse Debbie kocht een prachtig huis in Frankrijk - de droom van zoveel Britten. En Nederlanders. En Belgen. Maar met de tijd ontwikkelde ze er een haat-liefdeverhouding mee. Er is altijd werk en het huis slorpte al massa’s energie op, om nog te zwijgen van de liters bloed, zweet en tranen.

Wanneer we het duo ontmoeten is Sam - alweer - moedig aan het werk. Eigenlijk zou hij op wereldreis vertrekken, maar het draaide anders uit. Debbie kreeg een harde diagnose: ze heeft borst- en eierstokkanker. Omdat ze zich niet goed voelt bij haar artsen, kiest ze voor alternatieve methodes: ze maakt zelf cannabisolie en laat een SCIO-apparaat energiestralen op haar afvuren.
De kracht van de documentaire van Marjolijn Prins is de totale afstand die de regisseuse neemt. Het is bijna pijnlijk om toe te kijken hoe Debbie er in elke nieuwe scène magerder en zieker uitziet en koppig vasthoudt aan haar homeopathische middeltjes. Maar zoals Sam op een bepaald moment zegt: het is haar lichaam, haar leven en dus haar keuze. En wie zegt dat ze met helse chemotherapie beter af was geweest? Tot op haar laatste dag vult ze haar tijd met haar grote liefdes: haar zoon, zingen, schilderen, wandelen in de bergen.
Heel sterk: Prins registreert, lijkt onzichtbaar en brengt de ongelofelijke tederheid tussen Debbie en Sam tot leven.

In Rose Amongst Thorns (22') – een krak van een titel – biedt Kris Van den Bulck een blik in het leven van enkele allochtone werknemers in een Vlaamse rozenkwekerij. De romantische bloemen in combinatie met een zacht kleurenschema en heel oprechte, innemende figuren maken van deze docu een absoluut pareltje. De keuze voor een rozenkwekerij – bloem van liefde en passie – is perfect en zorgt ervoor dat het geheel niet enkel een documentaire is, maar neigt naar poëzie. Een sterk staaltje menselijkheid dat je naar de keel grijpt.

Regisseur Julian Devos trekt in zijn Bachelorfilm Palace Hotel (12') naar onze Belgische kust en gaat op zoek naar haar vergane glorie. In de gangen van het Palace Hotel weerklinken echo’s van stemmen over het verleden, over oorlog, vervlogen dagen aan de kust. Een generatie die door een stevig stukje wereldgeschiedenis gegaan is, maar stilaan in de vergetelheid raakt, wordt hier een stem gegeven. Het contrast tussen de donkere kamers van het hotel en het zonnige strand buiten, zorgt voor een intrigerend, melancholisch portret.

Ver weg van de kust dan: de Antwerpse Kennedytunnel. Voor velen een dagelijkse plaats van fileleed, maar ook een plaats van ‘passage’, die dient om voorbij te komen en niet om er te blijven, een non-plaats. Dorus Masure ging erheen, vond een man die er wél is en blijft en plaatste die in het middelpunt van een originele, pakkende documentaire. Het contrast tussen het steeds maar voorbijrazende verkeer en de stilstaande man naast zijn auto die alles gadeslaat, werkt bijzonder wel. Het plaatst hem buiten de massa en dichter bij de kijker. Er lijkt een onzichtbare band te bestaan tussen hem en de tunnel die zijn familie zowel een inkomen als leed heeft gebracht. Passage (14') slaagt erin het bijzondere in 'Jan met de pet' naar boven te brengen.
Oja: de jonge regisseur mocht bovendien voor het Canvas-docuprogramma '4x7' het mooie Pas l'un sans l'autre inblikken.

 

Die Ruinen von Europa (dir. Ira Goryainova)

 

Onder het motto ‘the title says it all’ schotelt Ira Goryainova ons met Die Ruinen von Europa (47') een gitzwart beeld van Europa voor. We worden overstelpt door kapitalisme, geldstromen, rechtse ver-van-ons-bedpolitiek, bovendien gevoerd door rijke blanken die de jeugd niet meer aanvoelen. Daarbovenop: vluchtelingen met wie we geen blijf weten. De twee grootste lijnen die door de experimentele documentaire lopen zijn archiefbeelden en het verhaal van een jonge vrouw, Ophelia of Elektra genaamd, verteld in het Duits. Een duidelijk en cynisch signaal van een deel van onze tijdsgeest is dit document zeker, het laat er evenwel ook geen spaan heel van.

De RITCS-documentaires belichten één voor één de donkere hoekjes van ons bestaan. Ziekte, verslaving, eenzaamheid. De makers zitten dicht op het vel van hun personages, zonder een oordeel te vellen of hun observaties te kleuren met veelzeggende muziek en nadrukkelijke montages. Details en stiltes zeggen minstens even veel als alle andere elementen. 
 

***

FICTIE

De fictiefilms zijn dan weer duidelijk afgeronde gehelen, vaak rond één hoofdpersonage. Ofwel diepen ze die op realistische wijze uit, ofwel zoeken ze het tegenovergestelde uiteinde op en schotelen ze ons flat characters voor. De regisseurs slagen erin de films niet teveel en ook niet te weinig te doseren, zodat ze qua duur comfortabel (en ook erg gelijkgestemd) aanvoelen. Voor meer of minder dan twintig minuten doen ze het blijkbaar niet.

Charlotte Dewulfs Ampersand (20') is een kleurrijk steampunk-sprookje over een stadje waarin woorden tastbaar zijn: je kan ze ook enkel uitspreken als je een woordflesje hebt leeggedronken. Hoofdpersonage Ampersand, de zoon van praatcafé-uitbater Promille, valt voor de mooie Cedille maar krijgt concurrentie van booswicht Procent. De sets - de steampunkmarkt werd in het Begijnhof van Kortrijk opgebouwd - stelen de show, samen met de Victoriaanse kostuums en de ontelbare rekwisieten. De personages zijn karikatuurtjes, het verhaal speelt mooi met vaste motieven en kinderen zullen er ongetwijfeld van smullen.

 

Les papillons gris (dir. Anne Ballon)

 

Regisseuse Anne Ballon is gek op Brussel en gefascineerd door de leefwereld van kinderen. Les papillons gris (20') speelt zich af in de hoofdstad én in het hoofd van de 10-jarige Sue. Samen met haar oudere zus, Lily, doorkruist ze de stad per metro. Ze maken veel plezier samen, hebben een bijzondere verstandhouding en lanceren grapjes die alleen zij begrijpen. Sue is zelfstandig, stoer en misschien al wat rijper dan de gemiddelde tienjarige. Maar op een bepaald moment wordt Lily verliefd op Basil en brengt ze steeds meer tijd met hem door. Wanneer Basil ook thuis meer plaats inneemt, krijgt Lily het moeilijk. Vooral de sterke acteerprestatie van de jonge Stella Greve en de aandacht voor de mooie kant van Brussel, stuwen het verhaal vooruit. Prachtig geschoten, mooi verteld.

In Livia Perneels FRANKIE15 (20') ontmoeten we een andere jongedame. Ze heet Frankie en ze wordt bijna zestien. Een moeilijke leeftijd: puberjaren zorgen voor snelle veranderingen die niet bij iedereen op hetzelfde moment vallen. Zo heeft Frankies beste vriendin Louise een vriendje en hebben zij het al gedaan. Frankie wil niet achterblijven en gaat dus met jeugdige durf op onderzoek uit.
Heel fijn aan deze film is dat er nooit sprake is van competitie: de twee vriendinnen, bijzonder goed gecast trouwens, worden niet lijnrecht tegenover elkaar geplaatst. Zo wordt vermeden dat Louise een weinig uitgewerkt maar enkel noodzakelijk tegenpersonage wordt. Uiteindelijk wordt de band tussen de twee vriendinnen het hoofdthema van deze hartverwarmende coming-of-agefilm. Perneels afstudeerfilm werd geselecteerd voor zowel Film Fest Gent, alsook het Internationaal Kortfilmfestival Leuven.

 

FRANKIE15 (dir. Livia Perneel)

 

In Love Drifts (20'), stelt Nelson Moens een koppel voor dat door een moeilijke periode in hun relatie gaat. Geruzie of lange, diepgaande gesprekken is echter niet wat we voorgeschoteld krijgen. In deze film wordt namelijk geen woord gezegd. In de plaats daarvan: kleine gebaren en veelzeggende blikken. Deze worden geholpen door een esthetische, visuele taal die een groot film noirgevoel naar boven brengt. Donkere beelden worden gecombineerd met hard licht en verzadigde kleuren. Ook de montage zit best snor. Alleen het acteerwerk kan niet altijd overtuigen.
 


Spek voor uw bek (dir. Leander Hanssen)
 

Ten slotte: Spek voor uw bek (20') is met kilometers voorsprong het meest geschifte eindwerk van het jaar. Met geen greintje gevoel voor fatsoen stort Leander Hanssen zich op het Amerikaanse high school drama en trekt daarmee je ogen én de allerfoutste registers open. Een spectaculaire Jelle De Beule leidt een reeks véél te oud gecaste acteurs. Resultaat: een ronduit hilarische kortfilm die er zo compleet over gaat dat niets meer choqueert, maar alles wel choquerend grappig is. Hanssen's afstudeerfilm werd geselecteerd voor het Internationaal Kortfilmfestival Leuven. Een jaar eerder won de regisseur daar al een Pitch Award voor deze film.

 

***

 

ANIMATIE

Het motto van de RITCS-animatiefilms? Less is more. Geen psychedelische kleuren of drukke designs maar wel één duidelijk hoofdpersonage, eenvoudige lijnen, uitdrukkelijke keuzes. Net door die soberheid, wringen de pijnlijke verhaallijnen extra hard.

Love is a battlefield, en dat is in Broken (5') van Tomas Craps niet anders. Een mannetje met een duidelijk gebroken hart gaat op zoek naar een nieuwe liefde. Wanneer hij zijn oog laat vallen op een vrouw - die haar eigen romantisch verleden heeft - geeft ze zich niet meteen gewonnen. Ze lijkt aan te voelen dat hij vooral aan zijn eigen noden denkt, met alle gevolgen vandien. De olijke tekenstijl en de roze flora in deze animatiewereld staat in schril contrast met de onverwacht wrange plotwending.

 

D:729 (dir. Levi Stoops)
 

Een vereenzaamde astronaut wordt in zijn ruimteschip zo wanhopig dat hij valt voor... zijn tandenborstel. Wie graag wil weten hoe hun intiemste momenten er uit zouden kunnen zien, moet deze hilarische kortfilm van Levi Stoops maar eens checken. De film gaat uit van de vraag: “In hoeverre blijf je een beschaafd mens, als heel je omgeving kaalgestript is en er niemand naar je kijkt?”. In een sobere, zwart-witte stijl - en voor een piepklein budget - verkent hij de innerlijke leefwereld van de astronaut. Aan het gegrinnik in de zaal te horen raakt Stoops een herkenbare snaar. Wij vertoonden Stoops' D:729 (4') niet voor niets vorig jaar al tijdens de Kortfilm.be-avond op IKL2015.

Het verleden speelt altijd nog door in het heden. Rond dat idee draait de sobere kortfilm van Laura Hillen (5'). Eén gefrustreerde uithaal naar een ander kan een intieme relatie voor eeuwig beladen maken. In haar Zwaargewicht gebruikt ze weinig meer dan een moederbeer, een berenwelp, een schuilplaats en een landschap vol naaldbomen om die boodschap te illustreren. Mooi.

In Hij lust geen noten (5') ontmoeten we een ander dier. Een jonge vos die voor het eerst moet gaan jagen, maar daar duidelijk behoorlijk tegenop ziet. Het schattige ding eet liever geen andere dieren op, hoezeer zijn mederoofdieren hem er ook toe proberen aan te zetten. Martina Svojíková combineert zachtgekleurde stop-motion met leuke, gevarieerde stemmetjes en creëert een levendige wereld die bij momenten wat aanvoelt als een Toon Tellegen-parabel. Even memorabel als de schrijfsels van die grote Nederlandse auteur is de film dan weer niet. Desalniettemin bestaat hij uit een vijf minutenlang, mooi afgerond en vooral erg liéf geheel.

Wie heeft het nog niet meegemaakt: je beseft te laat dat je iets gênants gezegd hebt, of een ongelooflijk knappe medemens spreekt je plots aan. Het bloed stroomt prompt naar je knalrode kop. Els Decaluwé neemt dit doodnormale maar toch meestal beschamende gevoel als uitgangspunt voor haar film She’s Got the Blush (5'). Het concept houdt ze heel simpel: het hoofdpersonage begint van het allerminste te blozen en loopt dus regelmatig in de wit besneeuwde stad rond als een groot knipperend stoplicht. Tot ze een lotgenoot ontmoet… Decaluwé houdt haar film kort, maar krachtig. De visuele stijl past perfect bij het onderwerp en zorgt voor enkele originele verrassingen. Ideaal voor een gezellige kerstavond.

 

Kastaars (dir. Jasmine Elsen)
 

Flatgebouwen zijn een geliefde setting in zowel literatuur als film. Met reden: ze zijn ideaal om een minimaatschappijtje te creëren. Ook Jasmine Elsen maakt er gebruik van in haar geanimeerde en animerende eindwerk Kastaars (5').  We ontmoeten een reeks onderburen van wie allemaal een hoek af is. We zien wat hun dagelijks bezigheden zijn - van de planten water geven tot voetjesseks - en hoe ze van tijd tot tijd al dan niet direct met elkaar in contact komen. Vaak blijven ze opgesloten in hun eigen kamertje en ook in een eigen gefantaseerde wereld. Een originele en grappige blik op eenzaamheid en isolatie.

 

 

Werden niet besproken:
Rimpelverhalen
(Gitte Teeuwen – animatie – 5’)
Je vois des gens (Niels Putman - fictie - 17')

 

 

Jana Dejonghe & Sofie Rycken

 

Sofie Rycken