Lichting 2017: RITCS

 

Na KASK en Narafi heeft nu ook de grootste filmschool van ons land een nieuwe lichting filmmakers de wijde wereld ingeduwd. Wij gingen uit goede gewoonte naar hun afstudeerwerken kijken en penden wat neer.

 

ANIMATIE

 

Weinig echt grote verrassingen binnen de animatiefilms. Zeker niet nadat we één van de uitschieters van het nest eerder die week al mochten bewonderen op het grote scherm tijdens Film Fest Gent. Jef Dehouse’s Serenitas werd er namelijk geselecteerd binnen de Belgische Studentenkortfilmcompetitie. Net als het Gentse selectieteam konden ook wij zijn psychologische triptiek van een eenzame monnik wel smaken.

Niet alleen vormelijk, maar ook inhoudelijk en thematisch schiet Dehouse’s afstudeerwerk er dus tussenuit. Veel RITCS-animatoren gooien het nu eenmaal over een andere, meer kleurrijke en erg sketchmatige boeg. Wat, uiteraard, niet per se een mindere film betekent.

 


Serenitas (dir. Jef Dehouse)

 

Zo is er het schattige ‘boy-and-his-dog’ - maar dan meisje-met-haar-stier –parabeltje van Olivia Derie. In Painted kiest ze voor een full-on Ketnet-stijl: regenboogkleuren, saturatie, makkelijke tekeningen. Haar korte animatiefilm glijdt dan ook zeer vlot binnen: nog voor je goed en wel door hebt dat het hier eigenlijk om een korte pestmoraal gaat, zit de film er al weer op. Doeltreffend, simpel. (np)

Al even kleurrijk en ogenschijnlijk eenvoudig is Soaked van Aurélie Van Overloop: een verhaaltje tussen een vissersvader en zijn ietwat eenzame en later ook rebellerende zoontje. Als Ketnet nog op zoek is naar een film voor hun ‘vaderdag’-programmatie, biedt Van Overloop het antwoord. (np)

 


Achoo (dir. Inge Van der Veen)

 

In ACHOO van Inge Van der Veen gelukkig wat meer originaliteit. Haar schetsachtige kleurpotloodstijl (of is het wasco?) past perfect binnen het korte sketchje dat ze geslaagd en erg geestig weet te vertellen. Wanneer een koning een stel Middeleeuwse ridders verplicht een draak van kant te maken, loopt het goed fout wanneer de troep geharnaste ridders ontdekken dat het arme schepsel ziek is en eigenlijk verzorging nodig heeft. Heel plezant en aantrekkelijk verteld. (np)

Evenzeer tof verteld is het eenvoudige, haast kinderlijke korte verhaaltje van Pauwel Nomes (eerder maakte hij Kiekenfretter, geselecteerd voor het Internationaal Kortfilmfestival Leuven en Anima) over de clash tussen een irritant blauw vogeltje (denk niet Twitter, wel mug/vlieg) en een dakloze clown. In Cookie! goochelt Nomes tegelijk met vormen, kleuren én zijn personages – gaat gelukkig niet vervelen. (np)

Zander Meykens werd met zijn bachelorfilm Praline geselecteerd voor het Internationaal Kortfilmfestival Leuven van vorig jaar. Dat was toen een tof filmpje, maar gelukkig schakelt Meykens dit keer een tandje hoger.

 


XYXX (dir. Zander Meykens)

 

In zijn masterfilm XYXX zet een onschuldig ratje een kettingreactie in gang. Midden in de nacht in een robotfabriek ontwaakt één van de robots. “Don’t mess with Mrs. in-between,” weerklinkt het niet veel later en take note: de robots zien er gemakzuchtig ofwel vrouwelijk ofwel mannelijk uit. Gelukkig gaat de ontwaakte man-robot aan de slag met onderdelen van zijn vrouwelijke tegenhanger. Hoe dat uitdraait, zal je hoogstwaarschijnlijk op één van de komende kortfilmfestivals kunnen ontdekken. Want wat Meykens met schaduwen, kleur, scherpe 3D-animatie en vooral ook een waanzinnig rijke geluidsband doet, zal niet onopgemerkt blijven. (np)

 

DOCU

 

Na twee straffe documentaires (Girlhood (zie Film Fest Gent) en Maregrave (zie Filmfestival Oostende)) lag de lat voor de rest van de documentaire-lichting alvast hoog.

 


De tijd die ons rest (dir. Vincent Everaerts)

 

Vincent Everaerts (op Film Fest Gent 2016 geselecteerd met zijn bachelorproef Zij zei) heeft met zijn masterproef De tijd die ons rest een bijzonder persoonlijke en strijdvaardige film gemaakt. Na zeven ellenlange jaren zonder enige vorm van contact tussen zijn mama en hemzelf wil Everaerts – nu als volleerd filmmaker – de draad opnieuw oppikken.

De locatie voor de ultieme ontmoeting wordt zorgvuldig uitgekozen. Samen met Everaerts wachten we op zijn mama in de wilde natuur bij een scheefgegroeide boom; aan symboliek geen gebrek dus. Elke toeschouwer die dacht voorbereid te zijn is er echter aan voor de moeite wanneer de uiteindelijke ontmoeting tussen de twee bloedverwanten volgt. Zelfs de meest onverschillige kijkers zitten met een gigantische krop in de keel. Het is een kippenvelmoment dat illustratief is voor de teneur van de rest van de film: emotioneel, pakkend en toch bijzonder pijnlijk. De tijd die ons rest is vanwege die enorme intimiteit zeker geen hapklare brok. Maker Everaerts laat ons binnen op een erg persoonlijk niveau waardoor het bij wijlen ongemakkelijk wordt. (jc)

Van iets minder persoonlijk, maar eerder maatschappelijk niveau is Echo’s van Julian Devos. Een haast naïeve en bijna mistroostige voice-over filosofeert gedurende de hele documentaire over het belang van herinneringen en al dan niet gedeelde geschiedenis. Devos grijpt naar verschillende beeldarchieven om een nogal donker hoofdstuk uit onze Belgische geschiedenis onder de neus van zijn kijker te duwen.

Terecht ook en het is noemenswaardig dat Devos er ons koloniaal verleden bijhaalt – meteen ook de kern van zijn docu. Maar waar wil hij met de feiten precies naar toe? Aan braaf gefilosofeer geen gebrek, al blijven we ons toch afvragen: was dit niet veel sterker geweest zonder die eentonige voice-over? Wat had dit opgeleverd ware het een heuse (politieke) beeldenstorm geworden; een louter visuele collage van verschillende archieven? (np)

 

FICTIE

 

Leyli Gafarova werd met haar zwart-wit 16mm-film Between Four Walls geselecteerd voor het festival Cinéwomen Cahiers, dat vooral focust op experimentele video. Gafarova’s in your face masterfilm past bij die kwalificaties – met verborgen camera dagboekfilmt ene Naomi zowel schreeuwerige discussies met haar moeder, het dissen van de president als ook hardcore underground feestscènes in night vision

We zijn in Azerbeidzjan, zo blijkt laat in het lastig te kijken werkstuk. Het land tussen Iran, Armenië, Georgië en Rusland is voor de modale Westerse blik allicht even moeilijk doordringbaar als Gafarova’s film. Gafarova zoekt wild om zich heen slaand, in exces en noise naar vrijheid, met een DIY-punkstijl die sympathie opwekt. Maar de schreeuwlelijke filmstijl van het ironisch betitelde Everything is Beautiful komt ultiem behoorlijk puberaal over. Ons hoor je het niet vaak beweren, maar soms is less werkelijk more. (js)

 


Het Leven van Esteban (dir. Inès Eshun)

 

Van een heel ander kaliber was de volgende film. Het openingsshot, met een baby die door diepblauw water plonst, lijkt wel een bewegende cover van Nirvana’s ‘Nevermind’. Maar dit kind vist niet naar dollars, wel naar erkenning van zijn vervreemde vader en naar een plekje aan de Topsportschool – afdeling zwemmen.

Het leven van Esteban switcht met gemak tussen verschillende leeftijden van haar métis protagonist, telkens met bijhorende look en setting. Lekker gedetailleerd en ambitieus dus. De film ziet er dan ook erg goed uit, beeldvoering, productie design en belichting zijn werkelijk top. Jammer van het wollige kostschooltoontje waarmee de voice-over commentaar levert (“Op een dag, kreeg ik een brief”) want die staat haaks op dat tikje rauwheid die Estebans leven extra interessant maakt. Gelukkig valt er auditief ook nog te genieten van een zwierige soundtrack met intense strijkers. Het leven van Esteban wordt geheid een festivalfavoriet. (js)

Voor Hotel Mama koos regisseur Aline Boyen twee Gentse exportproducten uit die haast een patent hebben genomen op de rollen die ze in deze afstudeerfilm mogen vertolken. Marijke Pinoy draaft andermaal op als (ongelukkige) moeder met een hoekje af (zie ook Freebird, Kus me zachtjes, Wolfsmelk en in extremis Of Cats and Women) en Anemone Valcke (Kutdag, Offline, Aanrijding in Moscou) mag nog eens de ietwat slordige, losse, flapuit van een dochter spelen.

Het voordeel van deze nogal voorspelbare castingkeuze? Beide actrices doen wat ze perfect kunnen. Dat komt dit verder eerder mak en klassiek familiedrama over uit elkaar gegroeide moeders & dochters gelukkig goed uit. (np)

Pakken plezanter vergaat het Henry Disotuars personages in La Manzana. Gedraaid in het kleurrijke en energetische Cuba, vertelt Disotuar een ritmisch (semi-autobiografisch?) coming-of-age verhaal over een jongentje dat een moederfiguur mist in zijn leven. Op een ritmische en warme manier brengt de regisseur haast een ode aan de Zuiderse furie: zowel de montage, de kleuren, alsook de personages zwieren van hot naar her. Gelukkig: van een beetje pit (volgens deze film enkel terug te vinden in de rode appels, niet de groene) houden wij wel. (np)

 


La Manzana (dir. Henry Disotuar)

 

Heel andere koek is het afstudeerwerk van Hans Lein. In Vamos schetst hij een melodramatisch verhaal over een bijzonder altruïstische vrouw, Nelly, die getiranniseerd wordt door haar ‘hulpbehoevende’ moeder Virginie. Nelly vindt echter dat ze lang genoeg naar de bevelen van haar irritante moeder heeft geluisterd en ondergaat doorheen de kortfilm een gradueel veranderingsproces. Wanneer ze per toeval asielzoeker en muzikant Kacim ontmoet, wordt haar wanderlust aangewakkerd. Voor moeder Virginie is Kacim een indringer, voor Nelly een bevrijder. Het spreekt voor zich dat zo’n situatie wel eens uit de hand kan lopen.

Lein slaagt er bijzonder goed in om de klaagzang van moeder Virginie zo ergerlijk te maken dat je ze als kijker door het scherm wil trekken om haar een lel van jewelste te verkopen. Toch voelen bepaalde scènes erg vrijblijvend aan, terwijl het plot snelle wendingen neemt. Een ambitieus verhaal dat waarschijnlijk beter tot z’n recht komt wanneer het meer tijd krijgt om zich te ontplooien. (jc)

Als laatste komt een zekere Mason Johnson aandraven, een narcistische en welbespraakte zakenman. Hij staat op het hoogtepunt in z’n carrière en werkt voor een succesvol farmaceutisch bedrijf in New York. Maar wanneer Mason een hartaanval krijgt in de lift van het bedrijf en sterft, krijgt hij plots het gezelschap een man die zichzelf God noemt. Mason wordt door de opgewekte man uitgedaagd om verscheidene stadia uit z’n leven onder de loep te nemen. De lift fungeert plots als een plek tussen hemel en hel, waar de verdiepingen zijn levensjaren symboliseren: de dag des oordeels is aangebroken. Mason moet zijn eloquentie nu gebruiken om zichzelf uit deze hachelijke situatie te redden.

The Relevator oppert enkele prangende ethische vraagstukken op een bijzonder vermakelijke manier. Het is een kortfilm die humor succesvol combineert met suspense en blijft boeien én verrassen tot op het einde. Goed gedaan van cineaste Deniz Campinar. (jc)

 

***

 

Werden niet besproken:

- Mijn vader (Amy Elting) [documentaire]
- Azadi (Sam Peeters) [documentaire]
- Sons of the wild (Yannis Vandenecker) [documentaire]
- De tijd van ons leven (Ilona Dumoulin) [documentaire]

 

 

 

 

Jannes Callens
Jan Sulmont

 

Niels Putman