Suicide Club

Genre: Horror | Duur: 1u39 | Release: 31 December 2001 | Land: Japan | Regie: Sion Sono | Cast: Ryo Ishibashi, Masatoshi Nagase, Tamao Satô

In 1994 bezetten de poeët Sono en zo'n tweeduizend volgelingen tweewekelijks belangrijke kruispunten in Tokio, waarbij ze de tekst 'Tokio GaGaGa' omhooghielden. Grote schermen toonden enerzijds een wild tekeergaande politie, anderzijds een wit strand. De losgeslagen, popcornkapitalistische maatschappij die in Japan een jaarlijks gemiddelde van dertigduizend zelfmoorden meebrengt, wordt door de dadaïst ook aan de kaak gesteld in het zelfverzekerde en intelligente 'Suïcide Club'. Deze essentiële exponent van de hedendaagse Japanse horrorgolf is een exuberant, gory, oerdonker maar ook gruwelijk grappig pareltje. Diepzinnig? Zeer zeker. Fijnzinnig? Niet bepaald.

De openingsscène alleen al. 54 meisjes in schooluniform staan op een perron in metro Shinjuki. Ze nemen elkaars handen vast. Ze lachen en zien er gelukkig uit, waarna een lage camera hen in soft focus voorstelt als een immense, samenhorende rij. Een rij die plots voor de trein springt. Volgen een hoop schedels, afgerukte ledematen en een ongelofelijke massa bloed. De doordrenkte omstaanders krijsen. Na opeenvolgende beelden van een witte sporttas, van een computerscherm met daarop witte en rode bollen en van een televisieoptreden van het breed glimlachende 'Desert' -een enorm populaire, uitbundige Aziatische meisjespopgroep-, wordt het scherm zwart. "Suïcide Club", lezen de erop geprojecteerde letters.

Wat volgt is een hilarische, uitzinnige satire. Een zelfmoordgolf waart door Japan. De -digitale- media verspreiden de hype vlugger dan wetsdienaars (waaronder Ryo Ishibashi uit Audition en Brother) een reactie kunnen bedenken. Jongeren, zoals geheimzinnig tipgeefster 'the Bat' leiden de politie online naar mogelijke antwoorden. De witte sporttas blijkt een dikke, opgerolde strook aan elkaar genaaid mensenvlees te bevatten. Wie is het meesterbrein achter de explosie van eigenhandige euthanasie? Wie of wat overtuigt de jongeren ervan zich het leven te benemen? En wie wordt het volgende slachtoffer?

"I want to die like Joan of Arc in a Bresson movie", meldt cultleider en travestiet Genesis. Sono heeft niet bepaald een gebrek aan zwarte humor. Ook niet aan een aberrant (een echt coherent geheel is dit niet), of aan de neiging enorm veel vragen op te werpen maar vrijblijvend geen kamp te kiezen. Goed, Sono houdt duidelijk van dialectiek: de film wisselt vlotjes van knappe vormgeving naar no-budgetstijl, overdreven splashy horror wordt afgewisseld met overdreven commercial crap. En het popgroepje wordt afwisselend als 'Desert', 'Dessert' en 'Dessret' ondertiteld. Contemplatie tegenover suikerplezier, geeft dat identiteitsverlies als synthese? Het zou voor de cult-liefhebber bijzonder jammer zijn de ogen eeuwig te moeten sluiten zonder dit wezenlijk bevreemdende meesterwerkje te hebben gezien.

Jan Sulmont Helemaal (niet) akkoord? Lees de

Let op: wanneer u verder gaat zit de kans er dik in dat het einde van de film verklapt wordt met alle gevolgen voor uw filmervaring vandien.

ik wil mijn pret bedorven zien