Blue Velvet

Genre: | Duur: 2u00 | Release: 1 Januari 1986 | Land: VS | Regie: David Lynch | Cast: George Dickerson, Dean Stockwell, Hope Lange, Laura Dern, Dennis Hopper, Kyle MacLachlan, Isabella Rossellini

"I'm seeing something that was always hidden. I'm involved in a mystery. I'm in the middle of it". Het zijn de woorden waarmee Kyle MacLachlan zijn inbraak in de flat van Isabella Rossellini tegenover zijn vriendin Laura Dern halverwege Blue Velvet wil rechtvaardigen. Deze uitspraak typeert ook ten voeten uit de richting die David Lynch vanaf dat moment met zijn volgende projecten (Twin Peaks, Wild at Heart, Lost Highway) zou inslaan.



In de experimentele kortfilm The Grandmother en in Eraserhead en The Elephant Man had hij reeds een ongewone belangstelling aan de dag gelegd voor het verborgene, het duistere, het bizarre, het surreële, maar het was pas vanaf 1986 dat hij al deze obsessies in volle vrijheid kon uitwerken. De Laurentiis verleende hem, na het redelijk desastreuze Dune, carte blanche op voorwaarde dat hij duchtig zou snijden in salaris en budget. Het resultaat Blue Velvet geldt nog steeds als een van de mijlpalen in de hedendaagse filmgeschiedenis, een extreem vormgegeven film noir die Lynch' reputatie als groot cineast definitief vestigde.



Op een zonnige middag in het idyllische dorpje Lumberton te North-Carolina vindt de jonge adolescent Jeffrey Beaumont tijdens een wandeling in het bos een mensenoor in het gras. Hij brengt het naar de plaatselijke politierechercheur Williams, met wie hij via de lijkschouwer te weten komt dat het oor lijkt te zijn afgeknipt met een schaar. Gedreven door nieuwsgierigheid en de waarschuwing van de politieman in de wind slaand, probeert Jeffrey de herkomst van het oor zelf te achterhalen. Hij wordt hierbij geholpen door Williams' blonde tienerdochter, de onschuldige en naïeve Sandy. Zijn speurtocht brengt Jeffrey in contact met de nachtclubzangeres Dorothy Vallens, de sadomasochistische minnares en seksslavin van de psychotische onderwereldfiguur Frank Booth, die Dorothy's man en zoontje gegijzeld houdt. Met Sandy's hulp slaagt hij erin Dorothy's flat binnen te dringen en zich te verbergen in haar kleerkast. Van hieruit is hij er getuige van hoe Frank Dorothy vernedert en verkracht. Jeffrey wil de vrouw redden maar wordt door haar binnengeleid en ingewijd in een voor hem onbekende wereld van erotiek, seksuele obsessies en perversiteiten, drugs, corruptie en geweld.



Alleen al de openingsscène, die de toon zet voor de rest van de film, is inmiddels zowel cult als klassiek en verenigt zowat alles wat men sindsdien als Lynchiaans zou gaan bestempelen; op het nostalgische nummer 'Blue Velvet' van Bobby Vinton krijgen we beelden voorgeschoteld van het idyllische stadje Lumberton: een azuurblauwe hemel, pittoreske plaatjes van houten omheiningen met gele tulpen en rode rozen, wuivende brandweermannen, overstekende schoolkinderen en een tuinierende huisvader. Kortom, de American Dream zoals David Lynch die uit zijn onbezonnen kindertijd herinnert. Maar zoals Lynch er zelf geleidelijk aan achter kwam dat het niet al goud is dat blinkt, blijkt ook hier een duistere schaduwzijde schuil te gaan, wat het ironische karakter van deze beelden versterkt. Wanneer het hart van de tuinierende huisvader het begeeft en hij neervalt op het groene grasbed, verandert de toon en is dit voor Lynch het sein om de wereld te betreden achter de rooskleurige, onschuldig ogende façade.



De camera duikt het gras, de duisternis in en registreert wat zich heimelijk onder het oppervlak ophoudt: verrotting en verderf, voorgesteld door een poel krioelende insecten. Het is de donkere achterkant van de alledaagse realiteit. Criticus Jan Otten (NRC-handelsblad) beschreef dit ooit als "Het Rijk onder de Gordel", terwijl Jos de Putter (Skrien) het had over "de morbide slangenkuil onder het vernis van de beschaving." Lynch deelt zo zijn universum op een radicale manier in licht en duisternis in. De fascinerende en enigmatische kracht die van Blue Velvet uitgaat is dan ook voor een belangrijk deel toe te schrijven aan de extreme polarisatie tussen goed en kwaad, zichtbaar en verborgen, ja zelfs werkelijkheid en droom. Deze voorstelling van de werkelijkheid is hem vaak niet in dank afgenomen, maar Lynch zou Lynch niet zijn indien hij de eenduidige interpretatie van deze begrippen niet zou ondergraven. Goed en kwaad of licht en duisternis vallen niet strikt te scheiden, maar zijn onderdeel van eenzelfde wezen. Iets wat Jeffrey Beaumont aan den lijve ondervindt.



Wanneer hij en Dorothy een seksuele verhouding beginnen, blijkt al gauw Dorothy's masochistische aard: steeds vraagt ze Jeffrey haar te slaan. Daar moet hij echter niets van hebben: hij is er om haar te helpen en niet om haar te mishandelen, zo oordeelt hij wijs. Bij een volgend seksueel treffen werpt zij het hoofd in de nek en smeekt, eist en beveelt hem andermaal haar te slaan. Hij sputtert nog wat tegen, maar slaat haar uiteindelijk een aantal keren stevig in het gezicht, waarop de flakkerende kaarsvlam die we steeds zagen bij hun ontmoetingen, uitgroeit tot een vuurzee. Wat Jeffrey nu dus inziet, is het mysterie van zijn eigen sadistische aard: geweld blijkt liefdevol, liefde gewelddadig. Daarmee is er niet langer een principieel onderscheid tussen hem en de sadist Frank Booth. En die zegt hem dan ook, voordat hij hem in elkaar slaat na een joyride met de lyrics van Roy Orbisons 'In Dreams' mee: "In dreams I walk with you, in dreams I talk to you, in dreams you're mine all of the time, we're together in dreams". De volgende dag krijgt Jeffrey een onstuitbare huilbui, terwijl we flashbacks zien van de klappen die hij uitdeelde aan Dorothy. Hij is zich hiermee bewust geworden van zijn eigen schaduwzijde.



Lynch gaat echter nog verder door op dezelfde manier droom en werkelijkheid in elkaar te laten overvloeien, zodat er een magisch-realistisch effect ontstaat. Hij doet dit aan de hand van een tweetal motieven. Het eerste is het oor, waarlangs beide realiteitsniveaus bij elkaar worden gebracht. In een van de eerste scènes van de film travelt de camera langzaam het oor in, om er pas aan het eind weer uit te komen. Het oor is zowel het hoofdmotief voor Jeffreys speurtocht naar de dader van de bizarre misdaad als voor zijn speurtocht naar het kwaad in hemzelf. De kijker wordt door hierdoor dus enerzijds meegevoerd in de onderlagen van het menselijk bewustzijn en anderzijds de verborgen onderwereld van het kwaad. Hieruit blijkt de mogelijkheid die ons wordt geboden om via dit oor de gebeurtenissen te interpreteren als een droom, een soort van archetypisch mysterie waarbij de dromer in een donkere wereld van geheimen wordt gedropt. Het feit dat Jeffrey wakker wordt in zijn tuin wanneer de camera uiteindelijk het oor uitkomt, zet deze interpretatie kracht bij. Het tweede motief is dat van het insect en het roodborstje. Onder het oppervlak, in het gras dus, houden zich krioelende insecten schuil.



Wanneer Jeffrey tijdens zijn wandeling in het bos een afgesneden oor vindt, blijkt dit eveneens te zijn bedekt met insecten. Op deze manier worden het insectenmotief en het motief van het oor met elkaar in verband gebracht; de geheime wereld (van het onderbewuste), die Jeffrey op het punt staat te betreden, is er dus een van onheil en verrotting, waar zich het knagend ongedierte schuilhoudt. Hij brengt zijn eerste bezoek aan Dorothy's flat dan ook vermomd als insectenverdelger. Jeffrey treedt met andere woorden Dorothy's universum binnen met de bedoeling deze wereld weg te sprayen, te vernietigen. Zijn vriendin Sandy droomt ondertussen van een verleidelijk alternatief. Zich eveneens bewust van de hachelijke situatie waarin ze zijn verzeild geraakt, vertelt ze over een droom die ze de nacht ervoor had. In die droom was de wereld donker en grauw, tot op het moment dat duizenden roodborstjes in die wereld werden losgelaten om een "blinding light of love" te brengen. Jammer genoeg blijft het slechts bij een droom; Jeffrey keert daarop terug naar Dorothy's flat, waar hij wordt opgewacht door Frank Booth, die hem zelfinzicht bijbrengt ("You're like me").



Na de dood van Frank bemerken Jeffrey en Sandy dat de roodborstjes gekomen zijn: op een raampost van de keuken ten huize Beaumont zit een roodborstje met een insect in de snavel. De tante van Jeffrey is licht geshockeerd, maar op de gezichten van Jeffrey en Sandy valt een gelukzalige glimlach af te lezen: zij begrijpen inmiddels dat de wereld van de roodborstjes ook die van de insecten is. Jeffrey heeft niet alleen Sandy's alternatieve realiteit leren aanvaarden, maar de droomwereld is op deze manier eveneens binnengedrongen in de 'reële' werkelijkheid, waardoor deze droom niet langer een onderdeel vormt van de werkelijkheid, maar een werkelijkheid op zich is geworden. Of hoe goed en kwaad, licht en duisternis, werkelijkheid en droom of zichtbaar en onzichtbaar kantjes zijn van eenzelfde muntstuk.

Frank Moens Helemaal (niet) akkoord? Lees de

Let op: wanneer u verder gaat zit de kans er dik in dat het einde van de film verklapt wordt met alle gevolgen voor uw filmervaring vandien.

ik wil mijn pret bedorven zien