King Kong

Genre: SF | Duur: 3u08 | Release: 14 December 2005 | Land: VS | Regie: Peter Jackson | Cast: Naomi Watts, Jack Black, Adrien Brody, Jamie Bell

Blockbusters zijn zo oud als de filmgeschiedenis. In 1933 al filmden M.C. Cooper en E.B. Schoedsack met voor die tijd ongeziene speciale effecten een inmiddels wereldberoemd geworden verhaal: een reusachtige aap raakt verliefd op een mooie actrice, wordt naar New York versleept en valt, in een overbekende, iconische scene op de top van de Empire State Building te pletter terwijl hij naar vliegtuigjes als waren het vliegen plukt. Resultaat: een knaller van een film en het grootste kassucces van het interbellum.

Toen hij acht jaar was, kreeg Peter Jackson deze originele King Kong op de televisie te zien. De film liet hem nooit meer los: regisseur zou hij worden, liefst van even opwindende prenten als deze monsterfilm. Jackson liet er geen gras over groeien. Op zijn 12e knutselde hij met ijzerdraad en stukken tapijt zijn maquette van de aap en blikte alles in met de super 8-camera van zijn ouders. Toch haalde Universal Studios hem nog in 1997 -hij had toen toch al het sublieme Heavenly Creatures op zijn palmares staan- uit de preproductie van een nieuw Kong-project. Na het intergalactische succes van de Lord of the Rings-trilogie kon geen studio hem echter meer tegenhouden. Met een duizelingwekkend budget -misschien wel het ware monster van deze film- en een kraakvers scenario filmde Jackson de ultieme remake: verrassend trouw aan het origineel, met een schare aan uiterst goede acteurs en met de effecten en middelen van deze tijd.



Eerste indruk: al van bij de openingssequentie spoelt deze King Kong de zure nasmaak van de flauwe seventies-remake van John Guillermin weg. Jacksons versie van het New York van 1933 oogt als een plaatjesboek: de auto's, de gebouwen, alles wordt gefilmd vanuit een sober, bijna mistig kleurenpalet. Zeker in het begin heb je als kijker de neiging om elke minuut cut te roepen, het beeld te laten bevriezen en je te verliezen in alle fijnmazige details. Maar we moeten vooruit, nietwaar? Carl Denham (Jack Black in een dramatische rol!) is een regisseur die het licht op rood dreigt te krijgen als hij zijn onafgewerkte filmspoelen steelt, de berooide actrice Ann Darrow (Naomi Watts) oppikt en koers zet naar een gecharterd schip. Bestemming: het nog onontdekte Skull Island, al weet voorlopig enkel hij dat. Aan boord bloeit er een voorzichtige romance tussen Darrow en scriptschrijver Jack Driscoll (Adrien Brody).



Eens op Skull Island offeren de lokale inboorlingen Miss Darrow aan Kong. Enter de gigantische aap, pas na zeventig (!) minuten film. Terwijl Jack Driscoll wanhopig een reddingsexpeditie op touw zet, redt King Kong Ann uit de handen van een dozijn dinosaurussen. Denham de regisseur ziet echter enkel dollartekens in zijn ogen en beveelt de aap te verdoven en mee te nemen naar New York. Moeten we het vervolg echt nog vertellen? Kong breekt uit het theater waar hij als achtste wereldwonder geprogrammeerd staat, zoekt en vindt Ann Darrow, beklimt met haar het Empire State Building en juist: graait naar vliegtuigjes als waren het vliegen en valt te pletter.



Iets wat meteen opvalt, zeker het eerste uur als er nog geen uit de kluiten gewassen Mon Chi Chi in zicht is: de acteerprestaties zijn ongemeen sterk. Dat kan ook niet anders met Oscarwinnaars als Adrien Brody (zie The Pianist), zegt u nu. Misschien, maar wij hielden ons hart vast toen bleek dat Jack Black eén van de hoofdrollen voor zijn rekening zou nemen. Wat blijkt? Black, de typische olifant in een porseleinwinkel in leuke komedies als High Fidelity en iets minder fijnzinnige films als Shallow Hal en School Of Rock, poot hier als geen ander de manische, lichtjes overdreven energie van een Hollywoodregisseur uit de jaren dertig neer. Naomi Watts tenslotte speelt Ann Darrow als een gecultiveerde dame met een grandeur waarvan wij enkel kunnen dromen. Klasse!



Het deel op Skull Island laat zich op verschillende manieren bekijken. Als Jurassic Parc meets King Kong, als onvervalste horror -denk even na voor u uw allerkleinste bloedjes van kinderen naar deze prent meeneemt: er zijn scènes waarin de monsters en insecten bijzonder griezelig ogen- en uiteindelijk als een onvervalste, ouderwetse avonturenfilm. Kong zelf is een feest voor de ogen: van een kwaadaardige, woedende aap evolueert hij over een scala aan emoties naar verliefd. Het maakt het einde des te tragischer. Kong op de wolkenkrabber, vliegtuigen rond hem, Ann Darrow aan zijn voeten en, eens hij gevallen, Carl Denham die de legendarische qoute, "It weren't the airplanes which destroyed him, it was beauty that killed him" mompelt.



Merk op dat Jackson in deze finale voluit de kaart van de romantiek trekt. Bijzonder veel aandacht dus voor de laatste ogenblikken tussen de Schone en het Beest, voor Ann die tussen de voeten van Kong gaat staan om de vliegtuigen het schieten te beletten en uiteindelijk, beetje als een troostprijs de kus tussen Ann Darrow en Jack Driscoll. Deze finale had veel spectaculairder gekund, denk je meteen, al was het maar door meer dan zes vliegtuigen op het scherm te toveren, al was het maar door Naomi Watts meer à la scream queen Fay Wray uit het origineel, de longen uit haar lijf te laten schreeuwen. Hulde voor Jackson die het laatste half uur bewust op de rem trapt. Het maakt dat deze King Kong een van de mooiste filmromances uit het afgelopen jaar herbergt. Of zoals Erik Stockman het in Humo schrijft: "Blondjes: ze vallen altijd op de verkeerde." Waarvan akte.

Filip Hermans Helemaal (niet) akkoord? Lees de

Let op: wanneer u verder gaat zit de kans er dik in dat het einde van de film verklapt wordt met alle gevolgen voor uw filmervaring vandien.

ik wil mijn pret bedorven zien

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

"It weren't the airplanes which destroyed him, it was beauty that killed him."