The Lost City

Genre: Drama | Duur: 00 min. | Release: 6 September 2006 | Land: | Regie: | Cast:

De in Havana geboren Andy Garcia (de derde Godfather, Internal Affairs) heeft na meer dan tien jaar voorbereidingswerk eindelijk zijn fictiefilmdebuut als regisseur af. Dan hoop je dat het titanenwerk van de steracteur (nog: Ocean's Eleven en Twelve) je zal doen wegzweven op een wolk van naar Cohiba's en verse munt geurende salsa. The Lost City slaagt daar op sommige momenten ook in, vooral omdat de door Garcia zelf geselecteerde muziek heerlijk authentiek aandoet.



Het verhaal van de Cubaanse revolutie tegen dictator Batista daarentegen wordt wel erg eenzijdig verteld. Garcia toont zichzelf als nachtclubeigenaar Fico Fellove, een telg van rijke, goedmenende intellectuelen. In het conflict tussen de onderdrukkende heerser en de revolutionairen, die wel eens het gevreesde communisme zouden kunnen aanhangen, kiezen de patriarchen uit zijn familie liever geen kant. Fico steunt hen daarin, zijn broers zijn minder gezagsgetrouw en sluiten zich aan bij het verzet.



In wat volgt krijgen we flitsen van een clichématig neergezette Ché Guevara en de rug van Fidel te zien, maar nooit de miserabele levensomstandigheden van de armen waar zij in den beginne voor opkwamen. Dat is niet eens een ideologisch oordeel: tuurlijk mag je een film maken die Castro's wantoestanden aanklaagt, maar een ietsiepietsie omkadering va die stellingname had ook wel gemogen. De regisseur-protagonist-muziekselectieheer toont in massa's langoureuze shots liever zijn treurende zelf of de borsten en billen van zijn bijzonder knappe love interest. Op zich is daar weinig of niks mis mee, natuurlijk, maar met het lichaam van de bevallige Inès Sastre als belangrijkste ingrediënt wordt deze poging tot melancholische terugblik via een wel erg grote paardenbril geserveerd.



Slotsom: Garcia weet met dank aan zijn score een sterk stukje flow neer te zetten, maar de inhoud van zijn prent blijft maar zwalpen tussen Castro-bashen en Sastre-staren. De cameo's van Bill Murray als komiek (de man loopt zonder wezenlijke functie door het beeld en zelfs nauwelijks grappig) en Dustin Hoffman als maffiabaas maken de warboel zelfs nog erger. Alsof je een al brakke maag moet trotseren terwijl je nog geniet van je rum met munt en rietsuiker. De grappige herinnering hoe David Steegen in Willem Wallyns 'Film 1' continu Andy Garcia werd genoemd, heeft ons duidelijk toch iets teveel sympathie doen koesteren voor de al te veramerikaniseerde Cubaan. Geef ons dan maar Walter Salles' Diarios de Motocicleta.




Jan Sulmont Helemaal (niet) akkoord? Lees de

Let op: wanneer u verder gaat zit de kans er dik in dat het einde van de film verklapt wordt met alle gevolgen voor uw filmervaring vandien.

ik wil mijn pret bedorven zien