The Grandmaster

Genre: Actie | Duur: 2u10 | Release: 17 April 2013 | Land: China, Hong Kong | Regie: Wong Kar-Wai | Cast: Chang Chen, Tony Leung, Zhang Ziyi

In de voering van onze winterjas, ter hoogte van de linkerborstzak, bewaren wij een beduimeld lijstje met daarop onze tien favoriete regisseurs aller tijden. Voortdurend is dat lijstje in beweging. Namen wisselen van plaats, sommigen ervan worden uitgegomd en weer anderen weten bij elk nieuw wapenfeit een sport hoger te klimmen. Er is echter één naam voor wie we eeuwig een plaatsje in de hoogste regionen reserveren. De onnavolgbare meester de melancholie, de weergaloze Wong Kar-wai. Daar kan zelfs het langverwachte en ietwat teleurstellende The Grandmaster niets aan veranderen.

Meer dan tien jaar duurde het hele productieproces van The Grandmaster. Van de eerste persconferentie bij de release van Happy Together (als je slechts de tijd hebt voor één van Wongs parels, laat het dan deze zijn) tot de gehaaste wereldpremière op de Berlinale (ook 2046 flirtte legendarisch met de deadline voor Cannes) werd de geboorte van dit kungfu epos er eentje van financiële kopzorgen en een heleboel geduld. Zo trainde Tony Leung, ster van de film, gedurende drie jaar voor zijn vertolking van de legendarische krijgsheer Ip-man en zelf verdronk Wong zich haast in de dieptes van martial arts filosofie. Maar in het lexicon van Wong Kar-wai, waarin de maaktijd van films eerder in jaren dan maanden wordt uitgedrukt, hoeft die late oogst allerminst te verbazen. Toch lijken vele zwaktes van The Grandmaster toegeschreven te kunnen worden aan deze Babylonische productie. Eén van de manco’s die deze prent ondermijnt heet immers hoogmoed, een andere stuurloosheid. Daarmee lijkt Wongs torenhoge talent, na het debacle dat My Blueberry Nights was, definitief in verval.

Nochtans lijkt aanvankelijk alles in de maak voor een hypnotiserende mix van Kar-wai’s cryptische beeldtaal en kinetisch kungfu-geknok. Wanneer Ip-man in de duizelingwekkende opener met een suave hoed en vederlichte gratie enkele nozems tot pulp mept, doet hij daarmee zowel zichzelf als de cineast achter zich de titel van grootmeester alle eer aan. Langzaamaan dringen enkele typerende thema’s als melancholie, sluimerende liefde en de woelige historie van Hongkong het achterplan binnen. Tegen het tumult van de Japanse bezetting in ontmoet Ip-man de bloedmooie Gong Er, dochter van een vermaard kungfumeester uit het noorden van China. Maar machtsperikelen, eerwraak en een heleboel schroom zullen hun hunkerende harten echter op Wongiaanse wijze in de weg staan. Daarbij slagen pancarten, sierlijke slow-motions, regelloze ellipsen en eeuwigdurende seconden als vanouds de tijd rondom hen stuk en maken hem geladen en subjectief. Een intieme blik wordt keer op keer herhaald, een spatje bloed plets oneindig langzaam in een poel water.

Vergeleken met prachtige treurwilgen als In the Mood for Love en Ashes of Time, waarin deze thema’s en verteltechnieken ingezet werden om de blikseminslag tussen twee mensen zichtbaar te maken, vluchtige momenten te vereeuwigen en de subjectiviteit van het geheugen te attesteren, dreigen ze de epische scoop van The Grandmaster volledig te ontregelen. De film wil tegelijk eeuwig stilstaan bij een enkele seconde als twintig jaar complexe geschiedenis vertellen, wil kungfu met een haiku opfleuren en arthouse met mainstream verzoenen. Vreemd genoeg wordt deze oversaturatie van inzet en ambitie gecounterd door het tempo oneindig te verstillen en grote gaten in de grotendeels lineaire vertelstructuur te knippen. Vage verhaallijnen over moord, armoede en oorlog worden zonder de minste begeestering afgehaspeld en slagen er nauwelijks in een scène, laat staan de gehele film te overspannen. Niet dat dit de film onbevattelijk maakt, enkel emotioneel hol. Daardoor lijken de personages wel herleid tot paspoppen, die zich zonder duidelijke motivering of oprechte emotie in een gevecht storten of een boeddhistische mijmering voor zich uit prevelen. Na een carrière van ruim twintig jaar lijkt de projector van Wong Kar-wai uitgerateld, enkel nog in staat om met de grootst mogelijke zelfingenomenheid oude motieven te herkauwen.

Na een carrière van ruim twintig jaar lijkt de projector van Wong Kar-wai uitgerateld, enkel nog in staat om met de grootst mogelijke zelfingenomenheid oude motieven te herkauwen.

Maar waar de film tekortschiet op inhoudelijk en vormelijk vlak stelt The Grandmaster daar een weelde aan stilistische pracht tegenover. Gedrenkt in diepe okertinten en voorzien van zijn karakteristieke vertragings- en herhalingstechnieken, waren Wongs kaders zelden zo barok. Uit een massa isoleert het flinterdunne scherptediepteveld en de bedwelmende clair obsure  een getroebleerd gelaat, een regendruppel of het tipje van een brandende sigaret. Als een verzameling losse fragmenten waarin een reeks handelingen, gezichten en objecten worden bestudeerd, is de film een visuele reverie. Zo wordt de afloop van een gevecht bloedmooi gesymboliseerd in het breken van enkele ijspriemen en schuilt in een simpele knoop alle hartstocht van Ip-man. Haast alsof Antonioni het modernisme achter zich liet en met een camera naar het China van 1930 trok. De wereld samengebald in een reeks piepkleine, poëtische tableaus.

Samen met cinematograaf Philippe Le Sourd (die de rusteloze ziel van Christopher Doyle verving) en oud gediende William Chang, Wongs set designer die al vanaf het prille begin diens donkere dromen naar de werkelijkheid vertaalt, condenseert Wong Kar-wai een met rook, bont en stoomtreinen gevulde wereld waarop Josef Von Sternberg jaloers zou zijn. De vijf grote gevechten die de revue passeren - waarvan er eentje op een perron nu al tot een absolute klassieker uit het genre behoort - werden door choreograaf Yuen Woo-ping (The Matrix, Kill Bill) prachtig uitgebalanceerd tot opulente spektakels van visceraal bloedvergieten. Alleen jammer dat de geluidsband haast helemaal gedomineerd wordt door het melancholische gestrijk van Shigeru Umebayashi, waardoor er heel wat van het rechtstreekse geluid en de directe impact verloren gaat.

Als een studie van texturen, bundels licht en stukgeslagen seconden is The Grandmaster grandioze cinema. Als beklijvend epos net iets minder. In zijn poging om een indringend portret van Ip-man neer te zetten, komt Wong Kar-wai niet veel verder dan het zachtjes afschrapen van het oppervlak der dingen. Geplaagd door melancholie tasten wij nog eens in de voering van onze winterjas en bedenken dat we een echt grootse Wong wellicht niet meer zullen tegenkomen. Maar wees gerust Kar-wai, van ons beduimeld lijstje zal je nooit worden geschrapt.

Ruben Vandersteen Helemaal (niet) akkoord? Lees de

Let op: wanneer u verder gaat zit de kans er dik in dat het einde van de film verklapt wordt met alle gevolgen voor uw filmervaring vandien.

ik wil mijn pret bedorven zien

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Nadat Gong Er de moord op haar vader heeft gewroken, blijft ze achter als een gebroken vrouw. Ip-man doet waar hij beroemd om werd: een vermaarde martial arts school openen die kungfu over de wereld zal verspreiden.