Trulichka
rating

Duur: 42 min. | Land: België | Regie: Jean Counet | Scenarist: Mattias De Paep | Producent: Jean Counet | Productiehuis: Sint-Lukas Brussel, School Of Motion Picture, Television,? Helsinki

“I don’t know. My leg hurts. I love old people. They give away and give away and give away the milk. We need to increase prices, right? We need, but nobody increases”, zegt een dronken lummel in het Lets. “Go home, Vitalik”, vertalen de ondertitels wat het oude besje naast hem zegt. “Go home”.

Home, da’s voor alletwee het Letse dorp Pededze. Een uithoek van de Westerse beschaving, waar een oudere en jongere generatie samenleven. Terwijl de boeren voortploegen, verdrijft alcohol voor velen de uitzichtloosheid.

Trulichka vertolkt een rol die cinema nog veel meer zou moeten spelen: die van venster op de wereld. Deze blik op rustige, authentieke slices of life uit een ons onbekende plaats doet dat gelukkig zonder droefgeestig te worden. De avonturen van de vooral oude dorpelingen, die naar het Russiche Rad Van Fortuin kijken, mijmeren over de jeugd en liederen aanheffen worden bovendien in visueel aantrekkelijke, kleurrijke kaders gevat.

Soms wordt het echt schattig, wanneer je de denkbeelden van sommige van die besjes uitgebreid op je bord krijgt. Eén van de oudste dorpelinges wil niet naar buiten opdat de muggen haar niet zouden opeten; een andere gelooft stellig dat de kaarten die ze heeft gelegd, de werkelijkheid voorspellen. “If it is our fate, we will live like this. Oh, never mind, we will manage to live it through”.

Jean Counets vorige kortfilms zijn niet onopvallend gepasseerd. APHNA werd bekroond op de eerste editie van Courtisane (2002). Het jaar daarna maakte de jonge Nederlander ‘Là-bas’, een korte film die inzoomt op het oog van een jonge immigrante terwijl ze haar vader aan de telefoon heeft. De film was meteen goed voor één van de vijf fictieprijzen die de hele Europese Canal +-groep uitreikte, de Courtisane fictieprijs (sectieTRAFIC) én de titel van beste Nederlandse kortfilm. De NPS-jury die deze laatste prijs uitreikte, loofde de “perfecte timing van de ontroering”.

Net daar hapert het bij Trulichka af en toe. Omdat schitterende observaties worden afgewisseld met anekdotiek, blijft de trage prent niet altijd evenveel beklijven. Een raamverhaal, dat de regio of de personages kadert, ontbreekt evenzeer. Maar misschien was dat net de bedoeling. Deze documentaire stimuleert alleszins om meer over de regio weten te komen.

Jan Sulmont