Correspondence
rating

Duur: 30 min. | Land: Duitsland, VS | Regie: Robert Fenz

In Correspondence treedt Robert Fenz (1969) dertig minuten lang in dialoog met het werk van Robert Gardner (1925), meer bepaald met de films Dead Birds (1964), Rivers of Sand (1973) en Forest of Bliss (1984), respectievelijk geschoten in West Papoea, Ethiopië en India. Fenz reisde hem achterna en vergaarde er materiaal dat hij in Correspondence impressionistisch aan elkaar monteert. Zijn ordening volgt de lijnen van jazzimprovisatie: beelden worden zo geordend dat zij een ritmische alliantie aangaan. Het kan vreemd lijken dat een muzikaal geïnspireerde cineast opteert voor een stille film, want in Correspondence valt niets te horen. Maar, zoals Fenz zelf aangeeft, wil hij voorkomen dat auditieve patronen de visuele cadans hinderen.

Op Courtisane werd Correspondence vertoont na Forest of Bliss, een film geschraagd door volgend motief uit de Upanishaden: "Everything in this world is eater or eaten, the seed is food and fire is eater". De enige woordelijke houvast, want verder moeten we het stellen met de broeierige kleurenpracht van de beelden, opgenomen door een sereen aanwezige camera. Forest of Bliss documenteert crematierituelen in de Indiase stad Benares. Een verbluffende maar harde prent die getuigt van een strakke hiërarchie van mens boven dier. Menselijke restanten worden gezuiverd, bezongen en met bloemen versierd, in de straten wordt gedanst en met klokken geluid. Uiteindelijk wordt het lijk langs nauwe steegjes en eindeloze trapjes naar de oevers van de Ganges gebracht om op het water te worden verbrand. Een dood schaap, daarentegen, wordt aan een touw de traptreden afgesleurd. Haar kop slaat hard op de stenen ondergrond. Formeel interessant is dat de stad – met haar trappen en hoge bouwwerken – verticaal getoond wordt, en zo afsteekt tegen de uitgestrekte Ganges. Hier,lijkt Gardner te suggereren, zijn mens en dier gelijk, allemaal sterfelijk. 

Net als Gardner, kijkt Fenz naar de relatie mens-dier-omgeving. Hij toont veel mildere verstandhoudingen, zowel tussen dieren onderling als tussen mens en dier. Koeien likken elkaar schoon, een zorgend gebaar dat in Forest of Bliss enkel voor mensen lijkt weggelegd. Nog bij Fenz: een kokende vrouw, waarschijnlijk in Ethiopië, schotelt een geitje een kommetje schaars water voor – tevens een illustratie van het kapitale belang van water. Fenz neemt de tijd om in een van de prachtigste shots een vrouw weer te geven die aan een oever kleren wast. In Forest of Bliss wordt de Ganges opgevoerd als begin en eind van alle levensvatbaarheid.

Als cineast is Fenz duidelijker in zijn film aanwezig. Hij benadrukt het subjectieve van vele shots, bijvoorbeeld door fotografisch te filmen: mensen poseren of staren recht in de lens. Of dat shot waarbij van op een brug schaduwen op de onderliggende rivier worden gefilmd – een situatie analoog aan die in de cinema: een lichtbron vanachter, kijkers ertussen en het verbeelde vooraan. Elk op hun manier zijn het beelden die een onderliggende reflectieve laag oproepen.

Correspondence doet ook beroep op reflectie van de kijker. Maar net als bij Gardner is er uitleg noch conceptualisering. Bovendien ontbreekt elk geluid. We ondergaan de visuele aanwezigheid van drie uiteenlopende culturen, maar beseffen dat we die nooit ten gronde kunnen vatten. We stoten blijvend op een onbegrijpelijk residu. In die rest, die als schoonheid wordt opgevoerd, schuilt de mysterieuze zeggingskracht van Correspondence. Onze westerse ogen zijn daarbij per definitie die van een buitenstaander. En dat brengt me bij iets wat Walter Benjamin over Baudelaires gedicht Correspondances schreef: het zijn magische sporen die in een geseculariseerde gemeenschap herinneren aan een voller bestaan.

Maarten Van den Bulcke