Idios Kosmos
rating

Duur: 11 min. | Land: België | Regie: Jan Piccart | Cast: Natali Broods, Geert Van Rampelberg | Productiehuis: Sint-Lukas Brussel

Vreemd eigenlijk dat de diep in de Vlaamse volksgeest gewortelde gevoelens van vervreemding en wantrouwen nooit aanleiding gegeven hebben tot de bloei van science fiction cinema in onze contreien. Idios Kosmos refereert naar de paranoïa van het genre, en dan vooral naar de verontrustende psychologische spanningssferen van een Tarkovski of David Lynch. Geert Van Rampelberg speelt een architect die bouwplannen tekent voor utopische, organische architectuur. Zelf woont hij echter samen met zijn vriendin in een flatje midden in een wijk vol modernistische apartementsblokken.

Piccart zet alle middelen in om een psychologische toestand van angst, waanzin en vervreemding op te roepen. Hij wijkt daarbij af van saaie scenariotruuks, maar kijkt misschien nog iets te veel naar zijn voorbeelden. Piccart maakt daarbij gebruik van een bijzonder ritme, eigen aan thrillers met een buitenaards kantje als Solaris, The Shining of Alien, waarbij de protagonist in een permanente staat van psychotische narcose en spanning verkeert, zonder dat er eigenlijk veel gebeurt. De enkele voorvallen hebben in contrast een zeer hoge dramatische intensiteit. Het personage ondergaat zijn omgeving zonder er invloed op te hebben, met andere woorden: de architect tekent plannen die nooit uitgevoerd zullen worden. De realiteit speelt spelletjes met het doodgetergde hoofdpersonage, waarvoor gretig gebruik gemaakt wordt van special effects.

Het lijkt alsof Piccart een statement wil maken over de digitale maatschappij van vandaag: een realiteit waar geen kloof bestaat tussen een virtuele en reële wereld, maar the clean and seamless surface van een digitale, genetwerkte maatschappij waarin elke symbolische handeling ook een ingreep op de realiteit zelve is. De realiteit van Idios Kosmos is kneedbaar, penetreerbaar. Binnen en buiten vloeien in elkaar over, net zoals de prominente soundtrack binnen en buiten het verhaal meandert. Het verband tussen klank en ruimte (‘ruimte als container en vormgever van klank’) is een erg interessant gegeven, maar kon hier wel meer uitgediept worden en volgt soms wat al te nadrukkelijk het script. Stilte kan soms veel angstaanjagender zijn dan de obligate desolate drone. Daarnaast is het gebruiken van een minimalistische, formalistische stijl om een post-industriële wereld te tonen wat clichématig en gevaarlijk in de buurt van kitsch. Modernistische architectuur werd misschien toch al iets te vaak ingezet als metafoor bij dit soort van maatschappijkritiek.

Frank Moens