Petite Anatomie de l'Image
rating

Duur: 21 min. | 2009 | Land: België | Regie: Olivier Smolders | Scenarist: Olivier Smolders | Producent: Olivier Smolders

De opening van Petite Anatomie de l'Image kondigt een poging aan om een universele theorie te ontwikkelen. Noem het pretentieus, bescheiden of zelfs ironisch. Het lichtvoetige fluitdeuntje dat volgt creëert alleszins misleidende verwachtingen. We bevinden ons in Il Museo di Storia Naturale dell'Università  degli Studi di Firenze, oftewel het kadavermuseum in Firenze. Daar vonden Florentijnse kunstenaars aan het eind van de 18de eeuw artistieke inspiratie in lichamen die opengehaald waren tijdens een operatie. Begeesterd door deze anatomische experimenten laat Olivier Smolders zijn filmische fantasie de vrije loop.

Hij manipuleert zijn beelden door ze te versnijden, te spiegelen, te transformeren en te transplanteren op andere beelden. Met zijn hallucinerend fotografisch oog weet hij de meest bizarre formaties te capteren. Gluiperige muziek, de griezelige locatie en de transparante tombes met lugubere inhoud zorgen voor een heerlijk onheilspellende opbouw. Aan de hand van tussentitels ontvouwt Smolders intrigerende theorieën, zoals die van de catastrofen, de androgynie, Don Juan, Gustave Courbet, Lautréamont, D-A-F de Sade, Narcisse, papillon en zelfs een "apocryphe de l'existence de Dieu". De titels openen voornamelijk de deur voor vrije associaties, maar rechtvaardigen ook de opengereten lijken, de plantages van steriele borsten, vunzige details van uitpuilende, grotachtige en versmolten genitaliën die in close-up soms nauwe verwanten lijken van tropische fauna en flora. Hoewel er linken gelegd kunnen worden tussen de titels en de inhoud, zijn ze soms inwisselbaar, niet per se duidelijk afgebakend of noodzakelijk.

Gaandeweg evolueren de concreet herkenbare beelden en statische spiegelingen tot een zee van abstracte, hyperdynamische en in elkaar schuivende voorstellingen zonder oorsprong, eenheid of stilstand. Uiteindelijk lijken de bewegende patronen nog het meest op extravagante screensavers die de aandacht van de kijker afwisselend opslorpen en uitspuwen. De hypnotiserende verbeeldingskracht glijdt weg in een surrealistische wereld, verwoest de grenzen van de rede, flirt met het dierlijke en het goddelijke, wisselt af tussen het infernale en het sacrale, suggereert agressiviteit en losbandigheid, terwijl er toch continu orde in de chaos heerst. Alles blijft in hoge mate esthetisch verantwoord en tot wiskundige nauwkeurigheid uitgedokterd.

De film wordt als een lijk opengesneden, doorwroet tot in de diepste krochten van zijn object en nadien weer netjes dichtgenaaid

Soms herinneren de vormen aan de psychologische Rorschach-test, de tentoonstelling van Körperwelten, de toegevouwde waterverftekeningen van vlinders uit de kleuterklas, macabere versies van TikTak-spielerei, demonische taferelen uit de hel of de kitscherige glans van religieuze sculpturen. Wanneer de sopraan Susan Hamilton 'Fortune my Foe' begint te zingen, kruipt er kippenvel over je rug, vooral omdat je ondertussen als een voyeur pur sang naar geësthetiseerde foetussen kijkt. Even later verschijnen onwezenlijke wezens met als summum de eenoog die zijn prooi met één blik verlamt. Het resultaat ambieert een haast spirituele sensatie. De climax. Nadien verflauwt het krachtige tempo en blijft het beeld wat hangen in een flow die misschien als een wervelwind bedoeld was, maar allesbehalve zo overkomt. Laten we hopen dat het lentebriesje als cool down dient te fungeren en die misser slechts muggenzifters treft.

Aan het eind van de trip worden de lichten van het museum gedoofd en wordt het fluitdeuntje hernomen. De speeltijd is voorbij. Na dit serene afscheid is de cirkel rond. De film werd als een lijk opengesneden, doorwroet tot in de diepste krochten van zijn object en nadien weer netjes dichtgenaaid.

Bekijk de film hier.

Brecht Masschaele