Het Rijke Verdriet
rating

Duur: 10 min. | 2010 | Land: Nederland | Regie: Erwin Olaf | Cast: Romy de Vries, Adrian Brine, Gerrie van der Klei | Scenarist: Erwin Olaf, Ate de Jong | Producent: Ate de Jong, Shirley den Hartog | Productiehuis: Mulholland Pictures BV @ Erwin Olaf BV

Erwin Olaf (°1959) verwierf naam en faam als cultfotograaf. Zijn status binnen de kunstwereld wist hij te combineren met eentje binnen de reclamewereld dankzij zijn opmerkelijke werk voor multinationals als Heineken, Microsoft en Nokia. Met zijn Diesel-campagne "Dirty Denim" won hij in 1998 zelfs de Zilveren Leeuw van Cannes. In de jaren tachtig wilde Olaf vooral choqueren met scènes van naakte bejaarden, mannen met erecties, dwergen en naakte corpulente vrouwen. In 1988 werd hij beloond voor die aanpak en ontving na de subversieve fotoserie Chessmen de prijs voor jonge Europese fotografen. Outcasts, decadentie, het uiterlijke vertoon en de innerlijke leegte zijn terugkerende thema's. In de kortfilm Het Rijke Verdriet staan ze opnieuw centraal.

De originele plot van dit postmoderne, arty-farty kostuumdrama draait om Sophie (Romy De Vries) die beseft dat ze opgesloten zit in een film over de negentiende-eeuwse adel. De vraag is maar of ze zichzelf moet geloven, want de anderen lijken zich er niet bewust van te zijn. Sophie moet zich dus neerleggen bij haar lot: het rijke verdriet. De film ambieert een artistiek metaniveau. De kijker moet stilstaan bij het productieproces van een film en nadenken over bekijken en bekeken worden. Het besef dat een mens voortdurend wordt bekeken en beoordeeld werkt een gevoel van claustrofobie in de hand: "Tout le monde me regarde!" Dat Sophie aan het begin van de film letterlijk wordt dichtgesnoerd in haar keurslijf, spreekt boekdelen, en dat ze er uiteindelijk dreigt uit te barsten ook. Maar die laatste seconden van de film, na de "cut", problematiseren het geheel. Wat nu?

Olaf streeft in deze film - net als in zijn fotografie - naar stilistische perfectie. Maar naast die esthetische waarde stelt hij zijn cinematografie ook in functie van het thema. Aan de hand van camerastandpunten en bewegingen suggereert hij bepaalde betekenissen. Enkele voorbeelden daarvan zijn een symbolisch geladen reflectie in de spiegel, een loerende blik door het sleutelgat en de melodramatische close-up aan het einde om Sophies "crash" te accentueren. De fletse belichting, de decors en de kostuums zorgen dan weer gewoon voor wat passende couleur locale, net als de dramatische soundtrack trouwens, met negentiende-eeuwse muziek van Antonin Dvorzak. De spielerei manifesteert zich nog op andere terreinen. De introductie van het hoofdpersonage verloopt niet erg logisch. Aanvankelijk lijkt het oude vrouwtje dat de trap opklimt het hoofdpersonage. Niet dus. Jammer. Vervolgens is er naar negentiende-eeuwse normen veel te veel naakt te zien tijdens het aankleden van de ware heldin. Hoewel dat dankzij de beeldschone Romy De Vries op zich geen probleem vormt, verwacht je toch een preutse protagoniste. Daarnaast vertoont ook het scenario her en der vreemde afdwalingen. De overgangen tussen bepaalde scènes durven de samenhang te doorbreken. De ontknoping slaagt er ook maar net in om een grijns te ontlokken. Maar waar het schoentje het meeste spant, is de geloofwaardigheid van de acteurs. Als je de humor ervan niet erkent, zal je je dood ergeren. Elk personage is een type, zowel qua uiterlijk als qua innerlijk, en hun uitwerking is niet de hoofdbekommernis van de film. Het taaltje dat ze gebruiken klinkt bij sommigen als blasé Frans ("Au secours! Au secours!") en bij anderen als een erbarmelijk slecht en belachelijk Frans dankzij het Hollandse accent. Bovendien speelt iedereen extreem theatraal en verlopen de interacties met anderen geforceerd en gemaakt. Daardoor lijkt het alsof de acteerprestaties te wensen overlaten, maar dat alles past natuurlijk perfect bij het concept van de film. Bij de climax reageert de protagoniste zelfs zo hysterisch, dat het perfect gepermitteerd is om dubbel te plooien. De hysterie is zo irritant dat het hilarisch wordt.

Het besef dat een mens voortdurend wordt bekeken en beoordeeld werkt een gevoel van claustrofobie in de hand

Het Rijke Verdriet is Olafs "kleine hommage" aan Luchino Visconti. Naast neorealistisch werk maakte deze Italiaanse meester immers ook gestileerde, barokke drama's zoals Il Gattopardo (1963). Vermits het maar een bescheiden "kleine" hommage is, klinkt dat wel sympathiek. Want de ironische aanpak waarmee de film de toeschouwer op het verkeerde been wil zetten kan veel recht praten wat initieel als krom ervaren wordt. Verschillende automatismen worden ontwricht (scenario-opbouw, logische introductie van het hoofdpersonage en geloofwaardige acteerprestaties), en al die elementen werken dit ene doel in de hand. Daardoor kunnen we toch stellen dat de regisseur geslaagd is in zijn opzet.

 

Bekijk online

Brecht Masschaele