The Lost Thing
rating

Duur: 15 min. | 2010 | Land: Australiƫ | Regie: Andrew Ruhemann, Shaun Tan | Cast: Tim Minchin | Scenarist: Shaun Tan | Producent: Sophie Byrne | Productiehuis: Passion Pictures

Een jongen die kroonkurken verzamelt, vindt op een dag een vreemd object. Bij nadere inspectie blijkt het ding te leven en ze brengen samen de dag door op het strand. Wanneer 's avonds niemand het ding opeist, neemt hij het uit medelijden mee naar huis, dit met veel tegenzin van zijn ouders. Alle pogingen om uit te vissen wat het ding is of waar het thuis hoort draaien helaas uit op niets, omdat niemand zich lijkt te bekommeren om het verloren ding. Een oplossing reikt zich aan wanneer hij een advertentie op TV ziet van het Federale Bureau voor Vreemde Zaken, maar is dit wel de juiste oplossing?

The Lost Thing van Shaun Tan (zie ook graphic novel 'De Aankomst') verscheen oorspronkelijk in 1999 als prentenboek voor kinderen en won in thuisland Australiƫ maar ook Europa tal van prijzen. In 2010 ondernam de auteur samen met Andrew Ruhemann een poging om het boek te verfilmen. Het resultaat is een amusante, kleurrijke en prachtig geanimeerde kortfilm die trouw blijft aan het boek. De animatiestijl poogt nooit realisme na te streven, maar oogt toch geloofwaardig. Vooral de vormgeving van het verloren ding en de Kafkaesque dystopische stad waarin het verhaal zich afspeelt, zijn prachtig uitgewerkt. Als de straten zielloos en bruin/grijs ogen, dan staat dit in sterk contrast met de kleurrijke en creatieve manier waarop de vreemde dingen ontworpen zijn.

Kafkaesque distopie.

De visuele stijl wordt bijgestaan door een verteller, eerder dan gebruik te maken van dialogen. Dit sluit goed aan bij de geest van het boek. De regisseurs proberen zelfs om het visuele aspect van een prentenboek na te bootsen, wat met dit alles tot een leuk en origineel effect leidt. Het verhaal zelf leent zich ook perfect voor een kortfilm van 15 minuten, en voelt daardoor nooit langdradig aan. Shaun Tan vond zelfs ruimte om het verhaal te voorzien van een gezonde dosis maatschappijkritiek, zonder hierin te overdrijven. Zo drijft hij subtiel de spot met individualisme, apathie, bureaucratie en de overdaad aan verkeersborden in het straatbeeld. Op deze manier vindt de film een goede balans tussen humor, tederheid en oprechte bezorgdheid. Het is dan ook niet verwonderlijk dat de film in 2011 de Oscar voor beste geanimeerde kortfilm won.

Jeroen Van Rossem