Nachtkoorts
rating

Duur: 22 min. | Land: | Regie: Frank Theys | Cast: Stefaan Degand, Juda Goslinga | Producent: bart van langendonck | Productiehuis: Savage Film

We komen terecht in het hoofd van Gerard, een man die lijdt aan slapeloosheid en gevangen wordt door plotse paniek. Hij zou door een onverklaarbaar en irrationeel vermoeden, dat overslaat in angst, in het midden van een hartaanval verkeren. De man is rond de 50 en woont alleen in een appartement. Tekens van eenzaamheid zijn niet ver te zoeken: hij praat tot zichzelf, weet niet wie hij kan bellen wanneer de paniek tot een climax stijgt, de duidelijk aanwezige omgevingsgeluiden maken het huis kil en leeg enz. Hij is als het ware een anonieme, zelfs in het flatgebouw waar hij woont. Zijn eigen gefantaseerde dood stemt niet tot verdriet of grote verontwaardiging in zijn omgeving, we horen de buren in de gang er slechts 5 minuten bij stilstaan waarna onpersoonlijke ambulanciers hem proberen te reanimeren.

Radeloos en ontredderd zien we de man heen en weer ijsberen en volgen al zijn gedachten nauwkeurig. In zijn wanhoop flitsen de gedachten voorbij, krampachtig zoekt hij naar verklaringen en tast naar de computermuis die hem via Google een weg baant naar nog grotere wanhoop omdat de irrationele gevoelens zogenaamd bevestigd worden. De sfeer van eenzaamheid en paniek beklijft en wordt bevestigd door de ontmoeting met een vreemde man wanneer Gerard, ten einde raad, een luchtje gaat scheppen. De man op straat weerspiegelt Gerard misschien wel, maar dan in een uitgesproken vertwijfelde (dronken?) en aandachtsvragende versie in de buitenwereld. Wat hen gelijk maakt is dat ze allebei anoniem en eenzaam zijn. Het doffe kleurgebruik op beide plaatsen en het contrast tussen het intiem gemompel in de kamer en de onbegrijpelijke klanken van de man op straat versterken deze desolaatheid.

De kamer als intieme plek waar het besluipende gevoel wortel schiet, de straat als vluchtoord.

Frank Theys geeft de protagonist ruim de tijd om zich te ontplooien als eenzame tandenknarser. Hij gebruikt die tijd zelf om het verhaal langzaam op te bouwen: het lichtgebruik is van hoogstaande kwaliteit, geluid wordt de speelbal van gevoel en zorgt ervoor dat de film heel dicht tegen ons aan komt wrijven. Verder wordt ook de ruimte volledig –doch in zijn eenheid- verkend, de kamer als intieme plek waar het besluipende gevoel wortel schiet, de straat als publieke plaats, als vluchtoord en als ontnuchtering. Wat de film uniek maakt is dat de regisseur niets uitlegt of verklaart, hij filmt en laat ons meekijken.

Getuige zijn van een man die met zijn eenzaamheid geconfronteerd wordt is geen pretje maar Theys zet het zonder twijfel neer in een geschoten beeldtaal.

Annabel Debaenst