Géraldine, je t'aime
rating

Duur: 27 min. | Land: Frankrijk | Regie: Emmanuel Courcol | Cast: Lisa Feneux, Julie-Marie Parmentier, Grégory Gadebois | Scenarist: Emmanuel Courcol | Producent: Christophe Mazodier, Celine Chapdaniel | Productiehuis: Polaris Film

Zeg het met een auto. Of met muziek. Dat is vast wat scenarist en acteur Emmanuel Courcol dacht toen hij werkte aan zijn eerste regiedebuut: Géraldine, je t’aime. Wat start als een toevallige ontmoeting in een tankstationstoilet, ontrolt zich tot een bijna therapeutische vorm van carpool-communicatie.

Wanneer Samuels auto in panne staat vraagt hij een random persoon om een lift naar werk. Aan die eerste rit met Hélène wordt een tweede gebreid. En een derde, vierde, -tigste. De op het eerste zicht strenge Hélène en zachtmoedige Samuel geraken aan de praat, eerst nog wat oppervlakkig en stuntelig over de rijmuziek van Hélène (“Bach?” –“Nee Vivaldi.” “De vier jaargetijden?” – “nee, Nisi Dominus.”) dan pijnlijk oprecht over verloren liefdes en gebroken harten. Samuels wagen mag dan gerepareerd zijn, de twee blijven hun autoritjes van en naar werk reserveren voor elkaar.

Want de auto’s en muziek zeggen in deze kortfilm dat wat Hélène en Samuel niet kunnen verwoorden, maar wel tussen de lijnen door te lezen is. Courcol liet de plot van Géraldine, je t’aime dan ook steunen op de soundtrack, subtiel maar ingenieus gelinkt aan iedere ruimte/persoon. Courcol kiest voor een bewuste karakterisering: overweldigend klassiek muziek, als Hélène in haar strakke zilveren bedrijfswagen rijdt. Maghrebiaans opzwepend, als Samuel haar meevoert in zijn oude, rode potige stationwagen.
Hoe langer hoe meer echter lopen hun twee werelden doorelkaar. En in de Twilight zone tussen beiden verschijnt steeds weer die mysterieuze witte watertoren, met als opschrift “Géraldine je t’aime”.

Met Jodie Foster en John C. Reilly in de auto

Wanneer de camera zich wegdraait uit het autoraampje, bijna als een tableau vivant beelden registreert van wegbermen en -werven, onderstreept door een dikke lijn Schubert of Vivaldi krijgt de film een engelachtige aftoets. De witte watertoren blijkt plots de drijvende kracht - George Lucas zou het ongetwijfeld de Macguffin noemen - van de hele film en krijgt, in een opstijgende beeldsequens van voet tot top oprijzend over een ontwakende stad, bijna de transcendentale standvastigheid die Wenders zijn gebouwen meegaf in Wings of Desire.

Of de Jodie Fosteriaanse Hélène en de John C. Reilly-achtige Samuel uiteindelijk tot een gedegen relatie komen, dat maakt zelfs voor geen millimeter meer uit. Wat wel belangrijk is: de onuitwisbare invloed die hun ontmoeting heeft op de rest van hun leven. Samuel waagt zich at the end aan een bijna letterlijk te nemen deus ex machina-daad, die zowel voor hem als voor Hélène bevrijdend werkt. En soms hoeft een ontmoeting niet meer te zijn dan dat. Want: this is not per se a lovesong, ondanks de nogal gladde titel. 

Sarah Skoric