Interview met Jonas Govaerts en Michael Roskam

"Teveel intellectualisme kan een film ook verkloten. Regisseurs die personages alleen maar laten babbelen, dat vind ik niet plezant." 
- J. Govaerts

In 2005 leverden Jonas Govaerts en Michaël Roskam elk een duivels goed gemaakte, ambitieuze en razend entertainende kortfilm af. Govaerts Forever, over een steeds groeiende tattoo (goed voor een nationale Plateauprijs) en Roskams in Corsica ingeblikte The One Thing to Do (publieksprijs op het IKL 2005, net zoals zijn Carlo in 2004). Op het Internationaal Kortfilmfestival Leuven 2006 kun je beide films opnieuw bekijken in de selectie 'Festival Highlights'. Kortfilm.be sprak alvast met de jonge toptalenten.

 

 


The One Thing to Do 
 

KORTFILM.BE: Jullie laatste kortfilms deden het erg goed op verschillende festivals. Ondervind je daar echt effect van? Helpt het je vooruit?

MICHAËL ROSKAM: Als je een palmares hebt, dan is de kans natuurlijk groter dat je nog een kortfilm kan maken. Voor Carlo heb ik wat prijzen gekregen, maar eigenlijk zijn dat extraatjes.
JONAS GOVAERTS: Een van mijn scenario’s krijgt nu steun van het Vlaams Audiovisueel Fonds. Ik veronderstel wel dat zij weten dat ik een Plateauprijs heb gekregen en dat zoiets helpt, want de genres waarmee ik wil werken zijn zeker niet evident.
Maar het enige wat telt is dat je een volgende film kunt maken. Daar draait het mij om, die prijs zelf is niet zo belangrijk. Je koopt er alleszins geen carrière mee. Maar het is wel goed als je naam een belletje doet rinkelen. 

M. ROSKAM: Als je twee films maakt die geen enkel festival doen, dan maak je geen derde. Als je films aandacht krijgen op de markt, laat ons zeggen op de culturele markt, dan bouw je geloofwaardigheid op. Dus festivals zijn superbelangrijk. Alleen jammer dat het publiek voor kortfilm tamelijk klein blijft. Ik denk niet dat je veel gewone cinemabezoekers op een kortfilmfestival vindt.

 

 


Carlo
 

J. GOVAERTS: De term ‘kortfilm’ op zich stoot waarschijnlijk al wat af. Mensen weten gewoon niet wat dat is.

M. ROSKAM:  Ken jij een festival waar je Pet Detective,  Lord of the Rings en Fast and the Furious in korte versie vindt? Of My Super Ex Girlfriend, met Uma Thurman? En als zo’n festival al zou bestaan, dan is het nog de vraag of dat publiek naar zo’n festival zou komen.

 

Waar zijn jullie nu mee bezig?

M. ROSKAM: Ik heb een langspeelfilm op stapel staan, maar wou eerst nog één kortfilm doen: Today’s Friday. Afgelopen weekend zouden we draaien. Maar vlak daarvoor is er een goede kameraad van mij overleden, dus mijn hoofd stond er absoluut niet naar. Jammer, want de cast en crew waren er klaar voor. Iedereen scherp, behalve de regisseur: geen goed idee. Ik maak de film volgend jaar.

J. GOVAERTS: Mijn volgende heet Of Cats and Women [***]. Het is een adaptatie van een kortverhaal dat ik in een bundel vond toen ik in het eerste of tweede jaar op school zat. Ik vond het meteen erg straf. Nu ben ik klaar om het te verfilmen. Ik ben blij dat ik heb gewacht, want ondertussen heb ik de auteur gecontacteerd -Laura Hird heet ze- en die werkte uiteindelijk zelfs mee aan het scenario. Dus soms is het goed als je iets niet direct kunt maken. 

 

Kortfilm.be over Of Cats and Women:

"Of Cats and Women is verhaaltechnisch erg simpel, maar als kortfilmervaring schockerend. Want aan Pinoy is er meer dan ooit een hoek af. Zoals in het betere werk van Roman Polanski gaat zij volledig loos in haar appartement."
Lees hier de volledige bespreking

 

 

M. ROSKAM:  Today’s Friday wordt echt een praatfilm, helemaal anders dan wat ik daarvoor maakte. Mijn acteursregie kon nog wel een kleine boost gebruiken. Het is de verfilming van een kortverhaal van Hemingway, over drie Romeinse soldaten die -behoorlijk bezopen- discussiëren over een zekere Jezus, die ze die namiddag aan het kruis hebben genageld. Ik wou ook eens een adaptatie maken (lacht).

 

Jonas, jij maakte wel vaker adaptaties. Hoe reageren de schrijvers op je werk?  

J. GOVAERTS: De twee adaptaties die ik maakte zijn heel goed ontvangen door de orginele schrijvers. Dat is het leukste wat er is, want als zij tevreden zijn ben je goed vertrokken. Mijn eerste film, Mobius, heb ik gemaakt zonder toestemming van de schrijver, Richard Christian Matheson. Dat is trouwens de zoon van Richard Matheson, de schrijver van Spielbergs ‘Duel’. 

Ik heb Richard Christian Matheson pas gecontacteerd toen de film al af was en hij was echt pissed. In de eerste mails dreigde hij met gerechtelijke stappen. Maar zodra hij de film had gezien, was het allemaal oké. Ik heb toen honderd dollar betaald, maar sindsdien heb ik met hetzelfde contract het recht om eender welk van zijn kortverhalen te verfilmen. Meer nog: zijn verhalenbundel, ‘Dystopia’, wordt opnieuw uitgebracht in 2007 en  Mobius komt op dvd bij de release van het nieuwe boek!

 

Was het een jongensdroom om filmmaker te worden?

J. GOVAERTS: Vanop het moment dat ik Evil Dead 2 vond in de videotheek. Ik was niet alleen ondersteboven van de film zelf, maar ook van het plezier van het filmmaken die eruit spreekt. Na mjin middelbare school wou ik geschiedenis gaan doen, maar door Evil Dead 2  is het film geworden. Horror lijkt mij het leukste om te maken omdat je heel fysiek bezig kan zijn met het medium. Een film mag voor mij wel wat pervers zijn en moet jezelf een beetje uitdagen. Let op, ik kijk naar alles, ik geniet even hard van een goeie komedie. Ik houd van het heel primaire genieten van cinema. Langs de andere kant zou ik het ook leuk vinden om gewoon een vakman te worden, zo iemand die alle genres aankan.

 

 

 

 

 

 

M. ROSKAM: Als jongen hield ik van twee dingen: stripverhalen en cinema, of toch zwartwitfilms op zaterdagnamiddag op televisie. Westerns en zo vond ik heel cool. Ik tekende toen ook heel veel, dus in eerste instantie wou ik striptekenaar worden. Dus ik heb schilderkunst gestudeerd en ben niet naar de filmschool gegaan. Ik ben wel beginnen experimenteren met video. Wijlen Ief Desseyn, die in 2003 nog de publieksprijs won op Leuven Kort heeft me ertoe aangezet om samen op pellicule te draaien. En plots werd ik filmmaker. Mijn eerste kortfilm Haun kwam er vijf jaar na mijn studie. Filmmaken is het beste wat mij ooit is overkomen, want het verenigt alles wat ik leuk vind om te doen: tekenen, fotografie, narratieve verhalen vertellen. Film is heel all-round.

 

Jonas, droom jij ervan een langspeelfilm te maken?

J. GOVAERTS: Ik heb wel wat met Jan Verheyen gemaild, over de Faits Divers films op VTM, om eventueel een geselecteerd scenario te verfilmen. Maar dat lijken mij nogal brave dingen. Ik hoop eerder dat ik iets extreems kan doen. Daarvoor doe ik het toch. Horror, ofwel fysieke komedie. Als ik een verhaal vind dat echt geschikt is om anderhalf uur te blijven boeien, dan zal ik dat proberen te maken. Je moet springen als je de kans krijgt. Maar ik zie kortfilm niet als een opstapje daarnaartoe en zeker niet als een minderwaardig medium. Sommige verhalen zijn gewoon veel geschikter om in een kortfilm te stoppen. Kortfilm is voor mij even dierbaar als langspeelfilm en ik steek er zeker ook evenveel tijd en frustratie in.

M. ROSKAM: In verhouding is een kortfilm zoveel werk...

J. GOVAERTS: Mensen veronderstellen dat een kortfilm tien keer korter is en dus ook tien keer minder werk oplevert. Maar een kortfilm is evenveel ellende.

M. ROSKAM: Tuurlijk. Een kortfilm van een kwartier, daar ben je vijf of zes maand mee bezig. Of langer zelfs. Een langspeelfilm die zes of acht keer zo lang duurt, vergt misschien maar drie of vier maanden extra werk. Het enige is: ligt het je, of niet? Ik ben honderd procent pro kortfilm. Als je niet met volwaardige liefde en respect voor het genre aan een kortfilm begint, dan maak je geen goeie kortfilm. Je moet het au sérieux nemen. Alleen heb ik nogal de neiging om veel te veel in mijn kortfilms te willen stoppen, en dan moet ik erg mijn best doen…
J. GOVAERTS:  … om er ook weer veel terug uit te gooien (lacht). 

 

Maar jij gaat een langspeelfilm maken, Michaël?

M. ROSKAM: Klopt. Ik ben nu bezig aan mijn eerste langspeelfilm, maar dan denk ik soms nog shit, ik heb hier een idee dat fantastisch zou zijn voor een kortfilm… . Maar goed, ik voel mij visueel voldoende geëvolueerd om mijn eerste stappen te zetten in de langspeelfilm. De titel is The Fields. We staan redelijk ver met het project. Het is een noir misdaadrama over vriendschap en loyaliteit, dat zich afspeelt binnen het milieu van de vetmesterij en hormonentraffiek. Twee mannen waren vroeger jeugdvrienden, maar zijn toen door een tragische gebeurtenis uit elkaar gedreven. Twintig jaar later worden ze weer met elkaar, zichzelf én hun verleden geconfronteerd.

 

Hoe moeilijk is het om zo'n langspeelfilmproject in Vlaanderen of België te realiseren?

M. ROSKAM: Een kortfilm kun je makkelijker met subsidies maken, er is ook een systeem van participaties. Bij een langspeelfilm is dat veel moeilijker, daar heb je ook privé-investeringen voor nodig of investeringen van co-producerende landen. Dus daar is het erg belangrijk dat je internationale contacten kunt leggen. Maar die contacten lopen dan weer via andere kanalen, zoals Cinemart in Rotterdam of via productiehuizen die sowieso al contacten hebben.

J. GOVAERTS: In België is er nu ook de Tax Shelter, een fiscale steun voor bedrijven die in film investeren. Toen ze dat in Holland invoerden, kwamen er plots veel films, maar die zaten wel bol van de compromissen.

M. ROSKAM: In vergelijking zijn België of Vlaanderen toch best cool bezig. Films als Steve & Sky of Any Way the Wind Blows, die hebben een eigenheid. Laat die mannen nog wat films maken en voor je het weet krijg je echt goeie cinema.

 

Heb je een regieopleiding nodig om filmregisseur te worden?

J. GOVAERTS: Ik heb in die vier jaar zeker handige tips gekregen. Ik heb er veel geleerd en ik ben er uiteindelijk zes jaar gebleven (lacht). Maar ik denk wel dat je de basisdingen op een paar dagen kunt leren. Je moet vooral goesting hebben. Veel van mijn helden zijn nooit naar de filmschool geweest. Is dat geen uitspraak van Tarantino: “I didn’t go to film school, I went to films”? De regisseur van Magnolia, P.T. Anderson, is niet per se mijn held maar hij heeft ook nooit filmschool gedaan. Dat toont wel aan dat het niet hoeft.

M. ROSKAM: Ik deed geen filmschool. Ik denk dat een soort artistieke opleiding wel helpt, zodat je je bewust bent van compositie, creatie, structuren en van die dingen. Maar of het nu schilderkunst is, of fotografie, of cinema…. Al moet je je natuurlijk wel verfijnen in het medium zelf. Ief moest mij heel veel uitleggen, aspect ratio, étallonages, het hele proces van filmmaken.

J. GOVAERTS: Visueel kijken is erg belangrijk. Dat kun je niet echt leren, het plezier voor het beeld moet in je zitten.

M. ROSKAM: Absoluut. Stel nu dat je heel graag tekent, dan film gaat doen en daarna stripverhalen maakt: dan ben je daar ook heel snel mee weg. Ik houd ook heel erg van het beeld. Ik vertel erg visueel omdat ik me erg bewust ben van cadrage, compositie, kleur, licht… maar wat ik wel in cinema heb ontdekt, dat is beweging, montage, snelheid. Het grote onderscheid tussen cinema en alle andere media is beweging.

J. GOVAERTS: Teveel intellectualisme kan een film ook verkloten. Regisseurs die personages alleen maar laten babbelen, dat vind ik niet plezant.

M. ROSKAM:  Of andersom, sommigen gaan ook heel specifiek op zoek naar pure schilderkunst in cinema, dat gaat soms ook de verkeerde kant uit. Cinema is heel eigenzinnig. Als je Kurosawa ziet, of Ridley Scott, die hebben ook schilderkunst gestudeerd. Scott's storyboards moet je echt eens zien, die zijn fantastisch. Of Sam Mendes van American Beauty, die kwam uit het theater en maakte daarna direct een langspeler.Let op, als je vijf jaar niks hebt gemaakt, dan kan je dat niet zomaar. Ook daarom zijn kortfilms belangrijk. 

 

 

Jan Sulmont