Erlkönig
rating

Duur: 06 min. | 2015 | Land: Zwitserland | Regie: Georges Schwizgebel | Scenarist: Georges Schwizgebel | Producent: Georges Schwizgebel | Productiehuis: Studio GDS

De Zwitser Georges Schwizgebel is sinds de jaren '70 als een goed beslagen animatiefilmmaker (Romance, Jeu, Chemin faisant). De lijst van vermeldingen en prijzen voor zijn werk is uitgebreid, alsook zijn filmografie. Geanimeerde schilderijen (of paint-on-glass-animation) kenmerken de meeste van zijn films en zo ook zijn bewerking van de gelijknamige ballade van Goethe.

De Erlkönigballade van Schwizgebel tolt ons rond en geeft ons vanaf het eerste moment een geritmeerd en circulair gevoel; een gevoel van transformatie of van overgang. We volgen de vader op z'n paard vanuit vijf verschillende invalshoeken. Hij behoort, in bonte kleuren geschilderd, duidelijk tot het rijk van de levenden.

In zijn arm draagt hij een wit, ziek kind. De jongen ijlt en ziet de omgeving doorheen een pastellen waas: de kleuren zijn vaal en in een boom ontwaart hij de Erlkönig. Meerdere malen laat hij zich door de Erlkönig verleiden en kan telkens op de valreep ontsnappen aan de hand van de dood. Totdat de keuze voor leven of dood zodanig dicht komt dat hij de draaikolk niet meer kan ontlopen.

Technieken van lange adem die trillend ronddansen op de ragfijne grens tussen leven en dood.

In dezelfde tollende beweging van de hele kortfilm, transformeert de vader in de dood die daarna terug in zichzelf verandert. Het wordt een soort van loop: een trillend ronddansen op de ragfijne grens tussen leven en dood. Deze scène doet de toeschouwer bijna ijlen en verwart de perceptie doordat de omgeving waarin ze plaatsvindt mee verandert. Een trip waarin rollen en betekenissen samenkomen op het kleurenpalet van Schwizgebel.

De technieken die Schwizgebel gebruikt zijn duidelijk van lange adem. Het gebruik van pastel doet soms ietwat stuntelig aan, maar wordt aanvaardbaar door het contrast met de bonte schilderkleuren. De diepgang die hij doormiddel van de draaiende, tollende beweging in zijn film overbrengt, soms op de rand van  misselijkmakend, bereikt zijn hoogtepunt in de transformatiescène waarbij de knoop wordt doorgehakt.

Annabel Debaenst