Kijé
rating

Duur: 10 min. | 2014 | Land: België | Regie: Joanna Lorho | Scenarist: Joanna Lorho | Productiehuis: Graphoui, Zorobabel

De Franse illustratrice Joanna Lorho (1983) debuteert met een rijke animatiefilm die, ondanks gedrenkt in een vaalgrijs kleurenpallet, bijzonder warm en weemoedig aanzet tot dromen.

Regisseur Lorho zakte – na enkele jaren Conservatorium en Schone Kunsten in haar geboorteland – naar Brussel af, waar ze Illustratie ging volgen aan Sint-Lukas. Haar werk biedt zich doorgaans aan in vormen van animatie, illustratie, strips en ook muziek. In haar allereerste kortfilm  Kijé weet ze die vier zaken als manusje-van-alles met gemak te combineren: zowel het scenario, de illustraties, de animatie, alsook de montage en de muziek zijn namelijk van haar hand. 

Kijé speelt zich af in een onbepaalde, mistroostige metropool. Het einde van de dag breekt aan, de stad kruipt onder de wol, net zoals één menselijk figuur in één van de vele torenhoge appartementsblokken. Zijn nachtelijke rust gaat echter gebogen onder verstild feestgedruis wanneer een geheimzinnige stoet doorheen de stad paradeert – haar bestemming al even clandestien.

Het realisme waarmee de film opent, vervaagt dan ook snel, wanneer een wolk van fantasie zich komt moeien. De ondertoon van treurnis blijft echter overeind. Wat je dan krijgt is een kortfilm met een allegorische tint en een sterk metaforisch geurtje die er samen een magisch realistische vertelling van maken. Lorho kiest voor begeleidende pianomuziek conform met de beeldende gemoedstoestand: dromerig, zacht, ontroerend.

Treurig grootstadsprookje dat aanzet tot dromen.

Lorho wijkt strakke lijnen, op elk gebied. Zo lijkt de potloodanimatie hier en daar wat te vervliegen - als ware het waterverf – en krijgen de centrale paradefiguurtjes iets herkenbaar dierlijks, maar tegelijk iets abstraherend onbekends met zich mee.  Dit alles analoog met het doel van die centrale geestesstoet die al evenmin met één interpretatie komt: fantaseren staat vrij.

Kortom: een meeslepend grootstadsprookje, geschikt in een onvermoeibare en aantrekkelijke droomsfeer. 

Niels Putman