Remise
rating

Duur: 18 min. | 2017 | Land: België | Regie: | Cast: , , , , | Scenarist: | Producent: , | Productiehuis:

De Weg Van Alle Vlees - grote winnaar IKL” is de titel van een kijkwaardig marktkramersfilmpje van Kortfilm.be. Deben van Dams afstudeerfilm won in 2013 met de vingers in de neus elke mogelijke prijs op het Leuvense kortfilmfestival. De regisseur vertelt er in dit tweede filmpje meer over vanop het Film Fest Gent, waar hij ook nog eens de publiekprijs meekaapte.

 

 

Met de VAF-wildcard die hij kreeg voor De Weg Van Alle Vlees maakte Van Dam nu Remise, een korte film waarin zowel beeld als muziek opnieuw instant charmeren. Verrassend anders is de vertelling, die het hier meer zoekt in flarden en impressies. De intense verhoudingen tussen een vijftal goed gecaste mannen krijgen nauwelijks achtergrond, dus moet je als kijker heel veel zelf invullen. De donkere plot rond meerdere mank lopende vader-zoon relaties wordt daarnaast al eens onderbroken door een vreemd getimede grap. Zoals de sukkelseks al eens wordt onderbroken door het kreunen van de foute naam.

Chef camera Wim Vanswijgenhoven sluiert een grijze gravitas over de karakterkop van Tibo Vandenborre (Drôle d'oiseau, Rundskop). Daar komt soms bloed bij kijken: zijn personage Luc ‘de muur’ Moulin is Belgisch kampioen schaakboksen. Wat een sport! Geïnspireerd op de fantasie van comic book-genie Enki Bilal werd de eerste officiële wedstrijd uitgevochten in Berlijn, in 2003. Tussen het vuistslagen uitdelen door zetten de kampers een koptelefoon op en spelen midden de ring een spelletje schaak.

Voorstudie die zindert van sfeer.

Die originele setting levert natuurlijk bevreemdende beelden op, die zinderen van sfeer. Met daarbovenop de fantastische muziek van Simon Lenski (DAAU) krijg je al snel een sterke film. Al bleven wij inhoudelijk toch nog wat op onze honger zitten. Remise lijkt wel een voorstudie voor een langspeelfilm, met een verhaal zonder veel vlees aan de botten.

Toch zitten wij voor een lange versie zonder enige twijfel in de zaal. Want niet alleen de vibe, ook sommige scènes in Van Dams nieuwste film doen likkebaarden. Zo worstelt Luc Moulin niet alleen met zijn trainer, zijn zoon, zijn vader en in de ring, maar ook met een extra antagonist. Dat vreemde personage wordt op zijn Scorseses geïntroduceerd, met vloeiend dreigende camera en een lekker bekkende voice-over. Onmiskenbaar pure filmfun, die smaakt naar meer.

 

Jan Sulmont
 
Le bleu blanc rouge de mes cheveux
rating

Duur: 22 min. | 2016 | Land: Frankrijk | Regie: | Cast: , | Scenarist: | Productiehuis:

Haar mooie afro-coupe is Seyna haar trots. Net zo trots is ze op Frankrijk: het land waar ze geboren en getogen is, waarvan ze alle historische quizvragen zonder moeite kan beantwoorden.
 

> TRAILER

 

Seyna studeert af met onderscheiding en daar heeft ze een reden voor. Met haar baccalaureat op zak kan ze eindelijk de Franse nationaliteit verkrijgen, iets waar ze reikhalzend naar uitkijkt. In haar liefdevolle gezin wordt haar diploma met trots onthaald, maar wanneer Seyna haar plannen wil realiseren, stuit ze op verzet uit onverwachte hoek. Niet alleen binnen haar gezin ontstaan er spanningen, Seyna moet ook nog eens de regels van de Franse bureaucratie doorstaan. Past haar Afrikaanse coupe wel bij de Franse nationaliteit?

De documentairemaakster Josza Anjembe heeft zich voor haar eerste fictiefilm deels gebaseerd op haar eigen ervaringen. Het scenario is voorzichtig opgebouwd waardoor we voldoende tijd krijgen om Seyna haar leefwereld en de achtergrond van haar vader goed te leren kennen.

Actuele kortfilm die de bureaucratie aan de kaak stelt.

De geloofwaardigheid en grootste kracht van deze film is zonder twijfel te danken aan de acteerprestaties van Grace Seri: met een bijzondere naturel schakelt de actrice afwisseld tussen een eerlijke kwetsbaarheid en een straf zelfbewustzijn. Dochter, zus, vriendin, schoolgenoot: ze vervult alle rollen met verve. Een opvallende prestatie van de jonge actrice.

Le bleu blanc rouge de mes cheveux is een erg actuele kortfilm die de bureaucratie aan de kaak stelt en ook generatieverschillen binnen gezinnen met een migratieverleden blootlegt. Een mooi uitgewerkte film die terecht al op heel wat filmfestivals prijzen in de wacht sleepte.

 

Liza Brandt
 
Les îles
rating

Duur: 23 min. | 2017 | Land: Frankrijk | Regie: | Cast: , , , , , | Scenarist: | Producent: | Productiehuis:

Een soort van bezwerend, extatisch magnetisme is wat de personages uit Les îles verbindt, en wat ons als kijker met hen meetrekt.

 

 

Verschillende personages worden in steeds schilderachtige decors opgevoerd: een tantrisch koppel dat wordt verstoord – en vervolgens vervoegd – door/met een verminkt wezen in een botanische kamer blijkt een toneelstuk waar Nassim & de blonde Simone naar kijken. Na afloop gaan zij zowel lichamelijk als geestelijk in elkaar op in een ‘louche bosje’, wat dan weer dient als schouwspel voor de tientallen verdoken voyeurs – ‘wolven’ – die meegenieten. Waartussen een eveneens blond meisje met dictafoon zich ontpopt tot een ‘écouteur’ van die voyeurs.

De camera draait rondom en tussen alles heen, volgt op een erg glijdende manier en springt dan over naar een ander personage, dat op zijn/haar beurt dan weer wordt gevolgd tot een volgende setting.

De teksten zijn minimaal maar romantisch, het geluid eveneens minimaal maar geslaagd overheersend – van klassiek tot computersounds.  De beelden op hun beurt doen enerzijds denken aan jaren 70-soft porn (langzame fades tussen scènes), anderzijds aan cheesy jarenvijftigfilms (de vignettes vol romantiek). Dat alles met de nodige toets Lynchiaanse mystiek; zoals de blonde vrouwen, rode lippen, vervreemdende muziek, torenkamers & dreiging.

Het ondraaglijk verlangen van het bestaan.

Les îles is door dat alles een minutieus geënsceneerde film over verlangen, vlees, liefde. Terecht de grote winnaar van de Queer Palm in Cannes dit jaar - én de grote prijs op het Vila do Conde International Short Film Festival.

Gonzalez (By the kiss, Les rencontres d'après minuit) timmert intussen verder aan zijn filmoeuvre: zijn tweede langspeelfilm zit nu in postproductie. De release van Un couteau dans le coeur staat gepland voor 2018, met alvast een veelbelovend vooruitzicht, want Vanessa Paradis belichaamt er de rol van een Parijse pornofilmproducer.

 

Sarah Skoric
 
Take good care of my baby
rating

Duur: 33 min. | 2017 | Land: België | Regie: | Cast: , | Scenarist: , | Productiehuis: ,

Take good care of my baby is een joint venture van regisseur Nicolas Daenens en schrijfster An De Gruyter. Samen met de sociaal-artistieke organisatie kleinVerhaal en Samenlevingsopbouw West-Vlaanderen gingen ze aan de slag in De Nieuwe Stad, een verouderde sociale woonwijk in Oostende. In de volksmond wordt de wijk soms ook wel eens minder lovend de Apenplaneet genoemd.

 

 

Daenens regisseerde eerder al de positief onthaalde kortfilms A day in a life en 27. Door zijn schouders onder dit project te zetten, keert hij terug naar zijn geboortestad. Zijn nieuwe film is duidelijk met veel enthousiasme en toewijding gerealiseerd; je voelt de gedrevenheid van de buurtbewoners die voor de gelegenheid tot acteurs worden gedoopt.

Helaas stelt het resultaat op kwalitatief vlak zeer teleur. Het scenario is veel te braaf, de acteerprestaties allesbehalve geloofwaardig en de film passeert aan een wel zeer gemoedelijk tempo. Bovendien: de bruuske cameravoering, die ongetwijfeld het documentaire-gevoel moest versterken, zorgt na enige tijd eerder voor ergernis – een goedkope truc waar een getraind oog niet intrapt. 

Sociaal-artistiek project kan als kortfilm niet overtuigen.

Qua stijl en problematiek herinnert deze film ons aan het Britse sociaal-realisme van bijvoorbeeld Andrea Arnold (Fish tank) en Ken Loach (I, Daniel Blake & Kes). Het is dan ook met naakte observatie dat Daenens het waardevolste uit zijn film puurt: kind smeert boterham, broer & zus spelen Playstation. Maar die kortstondige momenten zijn makkelijk op één hand te tellen.

Als sociaal-artistiek project lijkt dit alles geslaagd. Mede dankzij het productieproces en de relevante thematisering rond kansarmoede verdient de film haar bestaansrecht. Maar: hoort zo’n film thuis in de Vlaamse competitie op het Internationaal Kortfilmfestival Leuven?

 

Liza Brandt
 
Al was het maar voor even
rating

Duur: 30 min. | 2017 | Land: België | Regie: | Cast: , | Scenarist: | Producent: | Productiehuis: | Filmschool: KASK

Een reeks kleurrijke vlaggen die op een ruw, winderig stukje kust zorgvuldig aan elkaar worden gebonden door een jonge twintiger: met dit intrigerend beeld begint Sophie Kurpershoeks KASK-afstudeerwerk Al was het maar voor even.

De jonge vrouw heet Astrid. Ze lijkt een kluizenaarsleven te leiden op deze prachtige verlaten plek, temidden de natuur en los van de tijd. Slapen doet ze in haar auto, overdag houdt ze zich bezig met land art.

 

 

Rustige beelden in warme kleuren, met dank aan director of photography Xavier Van D’huynslager, laten de kijker zich meteen aanpassen aan het trage tempo en de eenzaamheid waarin de jonge kunstenares leeft. Tot ze Emily ontmoet, die toevallig in de buurt is voor een niet nader genoemd wetenschappelijk project.

Op het eerste zicht zijn de twee meisjes heel verschillend: Belgisch en Nederlands, kunstenares en onderzoeker. Toch klikt het meteen en zien we ze al snel met elkaar dollen in een paar geestige scènes. Emily is voor Astrid echter ook een element van de ‘echte wereld’ die ze ontvlucht is. “Ik wil alles, maar ik kan niets.” Met een antwoord dat van de dialoog bijna een gedicht maakt, bevestigt Emily de kloof die tussen hen twee bestaat.

Liefde tussen twee meisjes in zwoele slow cinema.

Hierna verliest de film voor het eerst wat aan kracht. De abrupte verandering contrasteert met de zorgeloosheid van de eerste twintig minuten. Deze kanteling in tempo, in combinatie met de vrij lange tijdsduur van de hele film, zorgen ervoor dat het als kijker niet makkelijk is om je aandacht niet te laten verslappen.

Een halfuur heerlijke slow coming-of-age-cinema, met een vleugje La vie d’Adèle, is deze film echter wel. Over liefhebben & vrijen, maar ook over eenzaamheid en uit elkaar groeien. Met open, oprecht acteerwerk door Charlotte De Bruyne (Little black spiders) & Sallie Harmsen en een erg sterke cinematografie die doet verlangen naar zwoele, zorgeloze zomerdagen.

 

Jana Dejonghe
 
Silent campine
rating

Duur: 15 min. | 2017 | Land: België | Regie: | Cast: | Scenarist: | Producent:

Silent Campine vertelt het verhaal van Juul (Brecht Dael) en zijn vader (Jurgen Delnaet), nadat deze laatste getraumatiseerd teruggekomen is van de Eerste Wereldoorlog. Verbitterd en hardnekkig (over)leeft hij voort, met een diepe minachting voor iedereen die welvarender is dan hij. Samen jagen ze en zorgen ze voor Juuls moeder, die ziek te bed ligt in hun armetierige houten huisje. Weinig kansen voor Juul om in op te groeien, met alle gevolgen van dien.

 

> TRAILER

Geypens scoorde internationaal reeds met Hold Back, een drama waarvan we veel herkennen in zijn nieuwe film. Opnieuw voert de regisseur een spanning op tussen een drietal personages en krijgen we een zeer sterke beeldvoering. Waar zijn vorige kortfilm nog wat aan bedreven acteerwerk mankeerde, doet de cast het hier pakken beter. Vooral de jonge acteur Brecht Dael (Vliegende ratten) - op zo’n jonge leeftijd al zo’n karakterkop! - weet zeer te overtuigen.

Historisch drama tussen vader & zoon.

Silent Campine is een stilzwijgend, zwaar en eerder klassiek drama geworden waarin fysiek en mentaal geweld de scepter zwaaien. Het feit dat Geypens zijn verhaal kadert rond de reeds (te) veelbesproken en -herinnerde Eerste Wereldoorlog, was eigenlijk helemaal niet nodig.

Toch weet hij de aandacht vast te houden door de film goed te laten passen qua lengte, te choqueren en het geheel netjes op haast Shakespeariaanse wijze af te werken.

 

Jana Dejonghe
 
RIOT
rating

Duur: 13 min. | 2017 | Land: Frankrijk | Regie: | Scenarist: | Producent: | Productiehuis:

Een zwarte jongeman baant zich nietsvermoedend een weg door een wijk die in de gaten wordt gehouden door een overijverige buurtwachter. Zijn huidskleur alleen is voldoende voor de bewaker om de politie te alarmeren. Wanneer de racistische politiemannen arriveren duurt het niet lang vooraleer de kerel genadeloos wordt vermoord. Onrecht is geschied.

 

> TRAILER

De geschiedenis heeft regisseur en kunstenaar Frank Ternier (i.s.m. zijn collectief Ideal Crash) helaas voldoende inspiratiebronnen verschaft. Racistisch politiegeweld heeft de laatste jaren menig tragedies voortgebracht en tal van families uiteen gerukt. Maar de Franse kunstenaar is vooral geïnteresseerd in de vraag: hoe reageren we als verontwaardigde burgers op dit soort onrecht?

RIOT kan gezien worden als een artistiek onderzoek naar de mogelijke manieren om frustratie en woede te kanaliseren. De meest prangende vraag die erin naar voor komt is: kan het aangedane onrecht geweld legitimeren? Wanneer woorden geen sikkepit uithalen, wat zijn dan nog de wapens van de verontwaardigde massa? Uiteindelijk zweert Ternier toch het geweld af en grijpt hij naar een krachtig wapen dat hij door en door kent: kunst. Via hip-hop-dans, in casu de in Los Angeles ontstane ‘Krumping’-stijl, uiten de verontwaardigden hun frustratie.

Mixed media met sociale boodschap.

Ook vormelijk is Terniers nieuwste project een onderzoek. Hij maakt zowel gebruik van fraaie animatie, alsook van foto’s en live-action-beelden. Als je nog niet overtuigd bent door de stijlvolle compositie van de echte beelden, zal de krachtige animatie je wel doen smelten.

Verwacht echter geen sluitend narratief, maar eerder een fragmentarisch kunsstukje dat de kokende energie van de hoofdpersonages resoneert. Het enige wat je Ternier kan verwijten is dat zijn uitzonderlijk interessante vormexperimenten je als kijker bij wijlen afleiden van zijn beoogd sociaal manifest. En toch: RIOT is een zeer geslaagde, stilistische mixed media-oefening met een ongelofelijk relevante sociale boodschap.

 

Jannes Callens
 
Saint Hubert
rating

Duur: 22 min. | 2017 | Land: België | Regie: | Cast: , , | Scenarist: | Producent: | Productiehuis:

In één van de openingsshots van Jules Comes’ Saint Hubert vliegt een imposante roofvogel in slow motion door een Ardens woud op het bombastische gedreun van Oostenrijks componist Franz von Suppé. De toon is gezet.

Het is echter maar één van de vele beelden in deze eclatante openingsscène, die oogt als een dynamisch fresco waarin de sacrale én macabere eigenschappen van Moeder Natuur op een oogstrelende wijze worden tentoongespreid. Een kleine tor schuifelt traag over schors, een nest everzwijnen slurpt van een kabbelend beekje en… Wim Opbrouck kuiert op zijn doodse gemak door de varens. Even later staat hij met zijn laarzen in een stroompje en maakt hij in zijn schrift aantekeningen over het gebladerte van zijn bos.

 

> TRAILER

Zíjn bos, want Comes castte de struise rasacteur als beschermengel van de natuur; een moderne reïncarnatie/interpretatie van de titulaire patroonheilige. Volgens de legende ging deze Hubert(us) op Goede Vrijdag jagen – not done, natuurlijk - toen hij plots oog in oog kwam te staan met een hert met een lichtgevend kruis tussen het gewei. Hij bekeerde zich prompt tot het Christendom.

LUCA-alumnus Comes gaf zichzelf gelukkig de vrijheid om deze eeuwenoude parabel te bewerken naar een eigentijds wraakverhaal over de clash tussen de moderne wereld – gekenmerkt door zijn arrogantie, onbegrip en onkunde – en de natuur.

Het plot is simpel: wanneer een federaal Belgisch politiekorps tijdens een speurtocht de bossen in de Belgische Oostkantons uitkamt, stoten ze al snel op een ietwat weerspannige boswachter. De verwaande politiecommissaris (een sterke Wouter Hendrickx) heeft echter maar weinig geduld voor de groezelige man. Al snel escaleert het conflict.

Oude legende vakkundig omgekneed tot sfeervol wraakverhaal.

Wat meteen opvalt is dat de regisseur deze confrontatie tussen de twee tegenpolen voornamelijk aanwendt om via stilistische gewelduitbarstingen de oude legende om te kneden tot een sfeervolle thriller, terwijl de onderliggende thematiek op de achtergrond wordt geschoven ten voordele van vooral indrukwekkende visuals. Credit where credit’s due: director of photography Grimm Vandekerckhove (Perfect Darkness, Guest, Copain) - één van de interessantste cinematografen in het Vlaamse kortfilmcircuit - laat zich wederom opvallen. Zijn talent wordt bovendien extra in de verf gezet door Comes’ keuze om vorm resoluut boven inhoud te plaatsen.

De kijker die op zoek is naar psychologische diepgang en narratieve gelaagdheid is eraan voor de moeite. In een interview met Humo haalde de regisseur al lachend Rambo aan als inspiratiebron en dat is te merken. De film ontaardt namelijk in een reeks excessieve vuurgevechten – steeds gedraaid in fetisjistische slow motion – bijgestaan door luide en dramatische klassieke muziek. Een lust voor het oog dus, maar helaas ontsiert deze overdaad ook de kracht van het einde. De kortfilm voelt bijgevolg een tikkeltje te veel als een stijloefening aan. Tijdens de eindgeneriek kan je dan ook niet anders dan jezelf afvragen wat de talentvolle regisseur en zijn team zouden doen met een scenario dat durft te graven.

Niettemin verveelt Saint Hubert geen seconde en weet Comes precies wat hij wil: een sensationele rit van begin tot einde die overloopt van de visuele pracht en een broeierige, onderhuidse spanning. De film werd bovendien reeds geselecteerd voor verschillende festivals in het buitenland (o.a. Leeds, Warschau, Bratislava). Iets zegt ons dat deze boze boswachter nog niet is uitgeraasd.
 

Michiel Philippaerts
 
Ivan's need
rating

Duur: 06 min. | 2015 | Land: Zwitserland | Regie: , , | Cast: , ,

Het dagelijkse leven zit vol met triggers die voor een zekere staat van opwinding kunnen zorgen. Je kan geprikkeld worden door een willekeurig, aantrekkelijk persoon op straat, terwijl anderen het voelen tintelen vanbinnen wanneer ze een zijden pyjama aantrekken. Qua seksuele beroering is er voor ieder wel wat wils en over de persoonlijke pleziertjes van een ander gaan we niet oordelen. Wel over die van Ivan in Ivan’s need

> KIJK ONLINE

In deze korte animatiefilm krijgt bakkersleerling Ivan rode oortjes van een wel zeer plastisch, zacht en plakkerig goedje: deeg. Lijkt gek (is het ook), maar toegegeven: er gaat bij het kneden van zo'n papje wel een seksuele connotatie schuil.

Dat zal het regietrio Montaño, Leuenberger en Suter dan ook niet zijn ontgaan. Dit collectief studeerde met Ivan’s need af aan de Luzern Hogeschool in Zwitserland, nadat het idee ontstond om een lange sjaal in te ruilen door een stel XL-borsten. In de film laat een vrouw bijgevolg Rapunzel-gewijs haar ‘balkon’ enkele etages naar beneden hangen om zo haar brood naar boven te kunnen hijsen. Leutig is het zeker, waardoor deze 2D-animatie een kleurrijke allegaartje aan dubbelzinnigheden is geworden.

Deeg-elijke animatie.

Ivan doet er alles aan om het deeg ervan te behoeden een krokant geheel te worden. Zijn obsessie is lekker gek en vormt dan ook de aandrijvingskracht van het verhaal. Het gesatureerde kleurpalet van de film geeft vorm aan zijn lusten: zijn seksuele ontpopping wringt zich visueel letterlijk in allerlei bochten – genot neemt daarbij vaak de bovenhand.

Vooral ook geluidstechnisch werkt Ivan’s need prima: met veel aandacht voor penetrerende kreuntjes en natte klanken wanneer Ivan op zijn deegnoden inspeelt.

Het broodje van Ivan’s need is uiteindelijk niet helemaal gebakken. De textuur van het zachte deeg mag in zijn fantasie nog wel gelijkstaan aan de zachtheid van een vrouwenlichaam, maar die metafoor houdt verder weinig steek. Bovendien is Ivan eigenlijk ook een beetje eng, evenals de manier waarop Mrs. Robinson haar genot quasi afdwingt. Geen hoogvlieger dus, wel een leuk tussendoortje.

 

Ellen Van Hoegaerden
 
Botanica
rating

Duur: 13 min. | 2017 | Land: Nederland | Regie: | Cast: , | Scenarist: , | Producent:

Wat het begint lijkt van een idyllisch Adam & Eva-verhaal, ontaardt al snel in een bittere nachtmerrie. Het openingsshot vol kleurrijke bloemen, weelderige planten en een verliefd naakt koppel doet vermoeden dat we ons te midden een afgelegen exotisch oord bevinden. Niks wijst erop dat wat we zullen zien zich eigenlijk afspeelt in een vochtig, doordeweeks tuincentrum, dat zich meestal langs een minder exotische steenweg bevindt.

Zo worden we in het erg sfeervolle Botanica meteen op het verkeerde been gezet; één eerste van vele illusies die doorprikt zullen worden.

 

> TRAILER
 

Een jong koppel, werkzaam in het tuincentrum, probeert een kind te krijgen. Dit gaat echter minder vlot dan verwacht. Terwijl ze aan het begin nog stralen van jeugdigheid en hoop, lopen ze er al gauw als verlepte planten bij. Zo raken ze geïsoleerder van elkaar en verloopt de seks steeds stroever. Wanneer de vrouw geconfronteerd wordt met baby’s in het tuincentrum en ze zichzelf weerspiegeld zien in een ander jong verliefd koppel, neemt de man een radicale keuze.

Noël Loozen weet met zijn personages een zekere tristesse op te wekken. Het gevoel van eenzaamheid en frustratie wordt bovendien pijnlijk tastbaar gemaakt. De cynische humor die voortdurend onder de verhaallijn schemert, maakt het geheel des te schrijnender. Als toeschouwer betrap je jezelf erop te lachen met een situatie die eigenlijk door en door triestig is.

Tragedie in de Tuin van Eden.

De Tuin van Eden met zijn prachtige kleurexplosies, die bij aanvang wordt gecreëerd, moet plaatsmaken voor een grimmig vervolg. Weinig subtiel slaat Loozen ons om de oren met seksuele verwijzingen en dubbele bodems, waardoor we ons moeiteloos in het pijnlijke van de situatie kunnen verplaatsen. Het is een beeldtaal die zonder veel omwegen duidelijk maakt waar beide personages naartoe willen: een finale met een groteske climax.

Een mens legt zich moeilijk neer bij zijn beperkingen en is tot veel in staat om deze te overwinnen. Nog liever opent hij een doos van Pandora, dan het geluk elders te gaan zoeken. Dat Loozen zijn tragedie uiteindelijk danig stijlvol en origineel verbeeldt, onderstreept de noodlottige ambiguïteit van dat alles.

 

Carmen van Cauwenbergh

Pages

Subscribe to K.U.T Film & KORTFILM.BE RSS