Ik zal maar toegeven dat diep vanbinnen een vuurpijltje ontgoocheling werd afgeschoten was toen ik vernam dat No Country for old Men de Oscar voor beste film had gekregen, omdat ik There will be Blood gewoon stukken beter vond. Maar ik kon er mee leven, omdat beide films uitermate bewonderenswaardig waren wegens hun weigering om aan het publiek toe te geven: geen sympathieke personages, geen happy-onnozel-de-doos-in-einde en geen muziek die de kijker als een stadsgids influistert waar hij zich op dat moment in de gevoelswereld moet bevinden.
Daarom werd ik laatst net niet depressief toen ik voor het eerst Ordinary People onder ogen kreeg. Een statische snertfilm, een onoprechte weekendproductie die de kijker bij het handje nam langsheen bombastische flashbacks en de onuitstaanbare kuren van het hoofdpersonage. Dit onding ? en hier kwam de depressie kijken ? had het echter in 1981 geflikt om de Oscars voor beste film én regie voor de neus van het onvoorstelbaar mooie maar blijkbaar veel te oprechte Raging Bull van Martin Scorsese, die op dat moment meer coke in zijn neus goot dan ons moeder Dixan in de wasmachine.
Tot daar, zou je zeggen, zulke vergissingen gebeuren, maar wat dan te denken van het jaar 1977, toen het koortsige, rauwe Taxi Driver meedong naar het gouden mannetje maar moest toezien hoe het sprookje-van-de-laatste-kans Rocky het podium op mocht.
Besluit: mensen zien het leven liever niet zoals het is, zij willen niet dat een film een pashokjesspiegel is, liever zo?n lollig ding dat je op de foor de indruk geeft dat je een borstkas van twee meter breed hebt. Net daarom geloof ik niet in Rocky, of in Amélie Poulain, of in La Vita è Bella, of in al die andere films die je willen doen geloven dat het leven rechtvaardig is, of ? godbetert ? te begrijpen. En net daarom is voor mij Taxi Driver de beste films aller tijden. Een compromisloze, haast chirurgische kijk in de ziel van een eenzaat, met drie topdokters aan de operatietafel: acteur De Niro, regisseur Scorsese en scenarist Schrader, niet in het minst bereid een duimbreed toe te geven aan een publiek dat graag hoort dat alles goed gaat.
Vanaf het openingsbeeld, waarin een taxi als een monster uit de typische New Yorkse rioolstoom komt gegleden, weet je dat dit geen gewone film wordt. Het daarop volgende beeld, een close-up van een heen en weer schietende blik in een roodgloeiende omgeving in combinatie met de opdringerige (laatste) score van Hitchcock-habituee Bernard Hermann, versterkt dat idee uitermate en kondigt simpel doch zeer effectief aan dat dit een enkel reisje naar het einde van de nacht wordt.
Travis Bickle is een slapeloze eenzaat die zijn dagen voornamelijk vult met bezoekjes aan pornobioscopen en het noteren van zijn ontregelde kijk op de dingen in zijn dagboek. Om zijn verveling tegen te gaan besluit hij zich aan te dienen als taxichauffeur. Veel eisen stelt hij daarbij niet, zolang het hem maar bezig houdt. Het probleem is echter dat het open riool dat New York in de jaren zeventig is, zijn asociale geest vergiftigt in plaats van geneest. Travis ziet overal om zich heen en op de achterbank van zijn taxi hoe het verderf welig tiert en de mensen als wolven elkaar ongenadig afmaken. Het verstikt hem, en meer en meer begint hij over te koken, zoals we uit zijn in voice-over voorgelezen dagboekfragmenten kunnen opmaken: ?All the animals come out at night - whores, skunk pussies, buggers, queens, fairies, dopers, junkies. Sick, venal. Someday a real rain will come and wash all this scum off the streets.? Wanneer zijn poging om met een meisje uit te gaan grandioos mislukt ? hij neemt haar mee naar een pornobioscoop, wat niet echt een goede zet blijkt ? loopt de emmer definitief over en raakt hij ervan overtuigd dat hij de wraakengel is die het vuil van de straat zal schoppen. Een intensief trainingschema en een arsenaal wapens moeten hem helpen zijn doel te bereiken: eerst wil hij presidentskandidaat Palantine omleggen, vervolgens de kindprostituee Iris bevrijden uit haar misdadige omgeving van ?scum?. Met een uiterst gewelddadige climax en een moreel dubbelzinnige epiloog als uiteindelijke gevolgen.
Taxi Driver maakt een verstikkende indruk omdat alle onderdelen zodanig naadloos in elkaar passen dat er geen greintje zuurstof meer binnen kan. Robert De Niro, die op twee na in alle scènes te zien is, zet als Travis Bickle de allerbeste vertolking uit zijn carrière neer. Het trauma van Vietnam, de angst om de economische crisis en de eenzaamheid van de grootstad smelten allemaal samen in dit icoon van de jaren zeventig. Zijn geïmproviseerde scènes voor de spiegel (in het script stond enkel ?Travis talks to mirror?) zijn legendarisch geworden en tonen perfect aan hoe ontregelend eenzaamheid kan werken - jezelf in kromme dialogen bedreigen, hoe ver kan je heen zijn?
De regie van Scorsese is weergaloos en inventief, zoals bijvoorbeeld in de scène waarin Travis Betsy opbelt om zich te verontschuldigen voor de date. De camera is voortdurend op Travis gericht, tot het gesprek echt pijnlijk begint te worden en het beeld van Travis weg glijdt om te blijven hangen op een helverlichte gang. Alsof Scorsese wil zeggen: dit is te pijnlijk om te blijven volgen, laten we hem even alleen laten. Een kleine camerabeweging, maar wat een geniale vondst.
Maar beiden zouden nooit tot dit toppunt van hun kunnen zijn gekomen zonder het script van de geniale, geschifte Paul Schrader. Wie ooit het weergaloze ?Easy Riders, Raging Bulls? las, weet dat Schrader een gestoord stuk vreten was, dat in zijn kelder leefde met zijn enige vriend, een magnum .44. Het script van Taxi Driver was de ultieme poging om zijn demonen uit te kotsen: zijn mensenhaat, racistische trekken, wapenfetisj, drankverslaving balde hij samen in de gestoorde handel en wandel van Travis Bickle, ?God?s lonely man?. En in een finale die tot op heden wenkbrauwen doet fronsen: wordt Travis écht als held onthaald of zijn dit de laatste wensdromen van een comapatiënt? Is hij genezen of toont dat laatste beeld aan dat hij opnieuw onherroepelijk wordt opgeslorpt door dat vuile zwart van de rotte Big Apple? Na twintig keer weten we 't nog steeds niet, en willen we dat eerlijk gezegd ook niet.
De tweede samenwerking tussen De Niro en Scorsese is voor mij, een light eenzaat, kwintessentiële cinema, een karakterstudie uit het ondergrondse die na dik dertig jaar nog altijd feilloos aantoont hoe men in nog geen twee uur tijd levenslang alleen kan zijn.
23 mei
Amour *or 30/5
Men In Black: 3 *3d
What To Expect When You're Expecting 30 mei
Moonrise Kingdom
Prometheus *3d
Wanderlust 31 mei
Cosmopolis
Depressions Et Des Potes
On The Road
Wuthering Heights