Verslag

Lichting 2019: KASK

Dertien animatiefilms, zes fictiefilms en twee documentaires als afstudeerwerken aan KASK dit jaar.
Lichting 2019
09.07.2019 Kortfilm.be-redactie

De nieuwe lichting filmmakers die dit jaar uit KASK komt gerold, haalt een hoog niveau. Meer zelfs: er zitten enkele parels verscholen tussen deze afstudeerfilms die over de hele lijn verrassen, en inspireren.

 

Fictie

In ‘Gyre’ (20’) van Charlotte Lybaert volgen we de jongvolwassen Alice die tijdens een kamp (onbepaald en irrelevant) moeite heeft om emotioneel te connecteren met de rest van de groep. Haar beste vriendin probeert haar in de stemming te brengen, maar dat wordt niet altijd zo geïnterpreteerd. Banale incidenten rommelen en zinderen verder in het hoofd van het hoofdpersonage dat vertolkt wordt door een straf acterende en gelijknamige Alice de Broqueville (‘Girl’).

De banaliteit van het verhaal zorgt allerminst voor ordinaire scènes; samen met haar beleven we wat een nostalgisch moment zou moeten zijn op een steeds meer grimmige manier. De film slaagt er zo in om gaandeweg onder de huid te kruipen. ‘Gyre’ nestelt zich vast, en oefent een blijvende invloed uit.

Bovendien gebruikt Lybaert het medium op knappe wijze. Zo kiest ze voor een minimalistische, maar doeltreffende beeldvoering. Ieder shot wordt gekenmerkt door gedurfde keuzes en sporadisch een verbluffende visuele kracht. Lybaert schuift dramatiek bewust opzij en vertelt dan alsnog veel, zonder de onnodige fransjes – dat is misschien wel de grootste verdienste van haar film. (jc)

 


'Gyre'

 

Een zevenjarig kind loopt in ‘Om niet te verdwalen’ (23’) huiswaarts na school doorheen weidse gouwen, boswegels en trotseert nog andere natuurelementen. Het meisje tekent onderweg het landschap, speelt met takjes, droomt even weg. Haar tocht wordt prompt onderbroken door een toevallige ontmoeting met een koe (met leiband) die midden op haar pad staat. Ze bombardeert het rund tot haar compagnon de route.

Trage camerabewegingen in lange shots wisselen elkaar gestaag af en geven deze filmische vertelling haar bescheiden maar adequate tempo. Het langzame gangetje van het onconventionele duo wordt gespiegeld in de montage van deze zwart-witprent. Filmmaker Menno de Jong speelt met intertekstualiteit en refereert aan het visuele geheugen. De kaders hebben een picturale kwaliteit die doet denken aan de traditie van de landschapsschilderkunst. Ook het minimalisme van Robert Bresson is nooit ver weg. Het is een prent om even over te reflecteren, waarvoor de kijker gelukkig alle tijd krijgt. (jc)

Eva, een bloedmooie jonge Parijse vrouw, geniet van de haast paradijselijke omgeving van een verlaten eiland in de baai van Napels. Ze stoot op drie lokale jongeren en geraakt al snel verzeild in een intense verhouding met de Napolitaanse adonis van de groep. Al haar zorgen vervagen, tot op het moment ze de ketting van haar mama niet meer vindt.

De titel ‘Euplea’ (29’) verwijst naar het epitheton van de Griekse godin Aphrodite. Naast godin van de liefde, schoonheid, seksualiteit en vruchtbaarheid staat de “uit het schuim geborene” ook in verhouding tot de evenwichtige zee. Daarom wordt ze ook wel ‘Aphrodite Euplea’ (voor de goede vaart) genoemd. Ook de mythische omgeving van onder meer het Napolitaanse eiland Gaiolo geeft de film een goddelijke dimensie. Eva verhoudt zich gaandeweg steeds meer tot de vermeende geboorteplaats van de Griekse liefdesgodin terwijl mysterie zich aandient.

Via een efficiënte fotografie wordt de grootsheid van de adembenemende landschappen benadrukt, terwijl een onderwatercamera de symbiose met de zee onderschrijft. De wijde shots, het Italiaanse decor en de mythologische dimensie geven de film onmiskenbaar een vleugje van Jean-Luc Godards meesterwerk ‘Le Mépris’ mee. De cast toont zich van z’n meest authentieke kant.

Deze film van Jade Madoe bouwt op naar een zinderend einde dat visueel haast betoverend werkt. Wij hebben er in ieder geval graag naar gekeken. (jc)

 


'Time is'

 

In een geïsoleerd dorp in Tsjetsjenië krijgen een samenwonende moeder en dochter te horen dat een familielid teruggekeerd is naar het dorp. We zien hen tijdens hun dagelijkse bezigheden: keuvelen over het eten terwijl een stokoude kleine tv staat te spelen, opruimen, breien, bidden. Het leven wordt hier traag geleefd en is omgeven door barre sneeuw waarin kinderen soms gaan sleeën. Zaur Kourazov gunt ons via ‘Time is’ (21’) een inkijk in het ouderwetse, weinig bijzondere maar warme huishouden van moeder, dochter en kat. De film beperkt de plot tot een minimum en focust voornamelijk op de tijd en mindset die bij het leven van de personages hoort. Intiem en charmerend. (jd)

Erpe-Mere’ (22’) start als een typische blik van een plattelands-Vlaming die met liefdevolle zelfspot zijn of haar dorp onder de loep neemt. Beelden van stoffige velden in de zomer, de roep van spreeuwen, voorbijrijdende tractors,… Een kamperend meisje valt in slaap, en op dat moment keert de toon van de film volledig. Met de nodige humor gebruikt regisseur Noemi Osselaer de droom van haar niet nader gespecifieerd personage als laboratorium voor beeld en geluid. Via een vervreemdend effect kiest ze voor een haast psychedelische twist: alles wat eerst onder de categorie ‘plattelands-Vlaams’ kon vallen, ziet en klinkt nu helemaal anders. De regisseuse gebruikt haar afstudeerwerk als experimenteerruimte en levert zo een (misschien wat lang maar) bevreemdend en, soms ook, bizar humoristisch werk af. (jd)

Dorian Jespers kiest in ‘Sun Dog’ (22’) voor een tweede persoonsvertelling: het hoofdfiguur Fedor kijkt het publiek via de camera recht aan en neemt het mee op sleeptouw door het dorp waarin hij woont, ergens in het hoge noorden van Rusland. Het is midden in de winter en er is geen daglicht, de straten zijn verlaten. De film stelt impliciet de vraag: waarom wonen mensen hier?

Het antwoord vinden we in Fedors job en de mensen die hij (we) op straat ontmoet(en). Als slotenmaker gaat hij van klant naar klant en ontmoet zo heel wat mensen. Zo krijgen we beetje bij beetje een inzicht in de structuur van deze gemeenschap. Op het einde volgt een wending die misschien wat vreemd en onverwacht overkomt, maar tegelijk wel in het wereldje van de optimistische Fedor past. (jd)

 

Documentaire

Regisseursduo Pfauth en Brom – Dorien en Brigitte, respectievelijk – nemen zesendertig minuten de tijd om hét anticonceptiemiddel bij uitstek onder de loep te nemen: de pil. Dat doen ze via talking heads, archiefbeelden en associatieve montages (een pil wordt een maan wordt een cel). Ze stellen zich, terecht, vragen over de polepositie van het kleine pilletje in het rijtje van andere, alternatieve, en betere (?) anticonceptiemiddelen. Letterlijke teksten centraal op beeld verwoorden en verbeelden hun bezorgde gedachtes: “Wat doe je met mij?”

Beide regisseurs laten onder meer hun eigen moeders aan het woord over hun nogal conservatieve keuze voor de pil. Naast het voorkomen van een zwangerschap zorgt het ding immers ook voor serieus wat verwarring binnen het hormonenstel van de vrouw, en verhoogt het zelfs de kans op een trombose. Brom en Pfauth’s onderzoek in ‘Bloody Hormones’ (36’) is dus sowieso relevant. Van de “seksuele bevrijding”-retoriek uit de jaren zestig waarmee het pilletje aan de man (welja, vrouw) werd gebracht, blijft nu nog weinig overeind. Dat ze hun vraagstelling zo persoonlijk nemen en hun eigen cycli als uitgangspunt gebruiken, draagt zeker bij tot die relevantie. (np)

 


'Picaferaj'

 

Andrea Boljat schijnt in ‘Picaferaj’ (28’) een licht op de lokale voetbalploeg HNK Hajduk, in het Kroatische stadje Split. Een voice-over begeleidt de observerende beelden van joelende voetbalfans in pubs, tribunes en op straat. Lang blijft onduidelijk van wie de stem nu precies afkomstig is. Het antwoord is tegelijk mooi en triestig: de man die al jaren de lampen van het voetbalstadium aan- en uitzet, leidt een nogal solitair bestaan. Hij neemt, ook na zijn pensioen, steeds plaats helemaal bovenaan in het stadion, hoog in zijn ivoren toren. Niemand die hem ziet, of stilstaat bij zijn bestaan.

Boljat zet zo de collectieve, verbindende kracht van de voetbalsport in schril contrast met deze eenzame lamplighter. Haar vertelling is vooral prachtig verbeeld, maar kon korter. (np)

 

Animatie

Het geestig en zeer helder getitelde ‘This is how a panic attack feels’ van Frederike Nickel is een geanimeerde video essay waarin ze probeert te omschrijven hoe een paniekaanval voelt (verrassing!). Een snelle montage van onder meer zoemende bijen en ruis op de televisie komen alvast in de buurt. Een Engelse voice-over begeleidt, en de eindconclusie luidt: “this too shall pass.” (np)

Een Franstalig meisje komt in het vreemde land ‘Dutchgaria’ terecht, waar ze een rare taal spreken en andere gewoontes hebben. Het duurt niet lang vooraleer ze door alle verschillen tussen haarzelf en haar nieuwe omgeving in een absurde reeks van misverstanden verzeild geraakt. Hoe zal ze aarden in dit land? Kan ze iemand vinden die haar kan helpen?

‘Dutchgaria’ van Capucine Muller is een felgekleurde, chaotische, grappige en actuele blik op de verwarrende eerste ervaringen van vreemdelingen in een ander land. (jd)

 


'Dutchgaria'

 

Julian Arias Garzón schildert in ‘Niebla’ een expressionistische beeldenstorm. Zijn geanimeerde schilderijen zijn donker en doen qua stijl soms denken aan die van Robbe Vervaeke (‘Norman’, ‘Fighting Pablo’). Een drukkende soundscape helpt om zijn doel te bereiken: tijd en ruimte die verdwijnen, en enkel geluid en beeld blijven overeind. “Een constante herschikking van materie, verhalen, dromen en herinneringen,” noemt hij het zelf. Knap gemaakt! (np)

Nog abstracter is ‘Aura’ van Lauren Pletinckx. In een repetitieve loop tracht een meisje via het vangen van ballonen een soort bewegende schilderijen annex performances te zien – op zoek naar zichzelf? Haar doel is weinig duidelijk, de vertelling zo mogelijk nog minder, maar het symbolisme tiert welig. Pletinckx mixt stijlen en haar verhaal blijft ver op een afstand. (np)

Ook Nils Martens tekent met beperkte middelen, en tot de essentie: in zwarte lijnen op een wit doek zien we telkens details van misvormde wezentjes. Fragmentarische taferelen tonen steeds meer van die monsters die met een flesje siroop spelen, ondersteund door een mechanische en soms slurpend geluiden. ‘Burl!’ is simpel, misschien té? (np)

Zoals de titel reeds aangeeft, maakt Perez Santiago met ‘The Taste of Your Bones’ een studie over verval. Industriële en technologische voorwerpen worden gecombineerd met dieren en atonale muziek, en doen nadenken over natuur en industrie. Prachtig gedetailleerde tekeningen laten je de vraag stellen: wat is schoonheid? (jd)

 


'Mundele'

 

Your blue eyes are beautiful.” Dat is de zin die tientallen keren herhaald wordt in Lisa Kerckx’ eindwerk ‘You’ – in allerlei variaties en vervormingen. In een ode aan, zoals ze het zelf verwoordt, “the most beautiful woman I know”, bouwt ze rond deze woorden en één foto van voornoemde vrouw een structuur van ritmes, felle kleuren en geluiden tot de experimentele muziekvideo die het uiteindelijke resultaat is. Een passende beschrijving die wij graag uitdelen: kort en krachtig. (jd)

Life is a joke,” luidt het dan weer in het blauwbruine ‘The Road to Nowhere’ van Justien Vander Borght waarin ze focust op twee kamperende vrienden. “I should be more spontaneous says my therapist,” aldus één van hen. Een goede samenvatting van de existentiële, identiteitscrisis die het hoofdpersonage doormaakt. Klassiek, maar doeltreffend vertelde tragikomedie. (np)

Amber Wynants experimenteert in haar stop-motion film ‘ORCAM ORCIM’ met symmetrische en asymmetrische beelden die de kijker het gevoel geven door een microscoop te turen. De kleiachtige materie die we te zien krijgen vervormt, vergroot, verkleint, rolt in zichzelf op of gaat open tot het hele beeld ermee gevuld is. De film heeft tegelijk iets wetenschappelijks en filosofisch. De zaal kijkt alvast licht gehypnotiseerd toe naar dit eindwerk dat een schoolvoorbeeld is van ‘film als laboratorium’. (jd)

De timing van Eline Muys’ afstuderen sluit toevallig bijzonder goed aan bij het onderwerp van haar film. Op 30 juni 1960, 59 jaar geleden, werd Congo onafhankelijk van België. In ‘Mundele’ laat ze een oude man reflecteren over de tijd voor en tijdens de onafhankelijkheid, toen hij in het land woonde. Met duidelijk afgelijnde tekeningen in warme kleuren en de stem van Patrice Lumumba, die het land naar onafhankelijkheid leidde, schetst ze een leven uit een andere tijd. (jd)

 


'aqui entre nós / here between us'

 

In ‘Parler de la pluie et du beau temps’ gaat Geertrui Devijlder de taalkundige toer op en onderzoekt communicatie door middel van handbewegingen, hier voorgesteld door handen in klei die via stop-motion bewegen. Het zachte gefluister op de geluidsband, waarvan de woorden soms wel en soms niet verstaanbaar zijn, en de donkere achtergrond zorgen ervoor dat alle aandacht naar de handen gaat.

De film groeide uit Devijlders interesse in de Vlaamse gebarentaal, waarvan de elegantie ervoor zorgt dat zelfs over het weer spreken een ervaring is. De film zit simpel en duidelijk in elkaar, maar zorgt net daardoor voor een bijzondere sfeer die aanzet tot reflectie. (jd)

Rita Castro brengt met ‘aqui entre nós / here between us‘ een heel mooie animatiefilm over een relatie die stilaan niet meer werkt. In sobere maar elegante zwart-wittekeningen vol beeldspraak toont ze de afstand die tussen het koppel ontstaan terwijl ze het geheel rustig. Geen drama, een beetje tristesse, veel medelijden en bovenal: het leven zoals het nu eenmaal kan lopen. (jd)

Een grijs wolkendek ten slotte in ‘Jeux à la mer’ van Sacha Brauner. Een jongen op een verlaten strand ergens aan de Noordzee zoekt er naar een speelmaatje. Wanneer hij een meisje ontmoet, spelen zij poëtische en soms absurde strandspelletjes. De vele fade-outs in de film maken de eerdere sfeerimpressies iets minder sterk. (np)

Tekst: Jannes Callens (jc), Jana Dejonghe (jd) & Niels Putman (np)
Coverfoto
© 'Gyre' (Charlotte Lybaert)