Van 'Bevergem' naar Oostende.

Cargo', het langverwachte langspeeldebuut van Gilles Coulier, zal in september het Filmfestival Oostende openen. Heuglijk nieuws voor de liefhebbers van de razend populaire fictiereeks 'Bevergem' die in 2015 potten brak op Canvas, maar ook voor de cinefielen die bekend zijn met de kortfilms van de West-Vlaamse cineast. Zowel 'Ijsland' als 'Mont Blanc' werden respectievelijk in 2011 en 2013 geselecteerd in Cannes en introduceerden de filmwereld aan Couliers uitzonderlijke visie.

In een interview zei je ooit dat het succes van 'Bevergem' het gevolg was van heel bewuste keuzes. Keuzes waarbij de personages steeds centraal stonden.
Coulier: (lacht) Dat vind ik zelf wel een goeie quote van mij. Ik vertrek nu eenmaal altijd vanuit een personage, da’s de manier waarop ik mijn publiek meekrijg. Sommigen schrijvers vertrekken vanuit een plotgedreven verhaal – en dat levert zeker even interessante films op - maar voor mij zijn mijn personages het startpunt en de focus van een film. Wat willen ze, wie zijn ze, etc. Personages zijn ook altijd dingen die ik zelf voel, verstopt onder metaforen.

In 'Bevergem' vertrokken jullie ook vanuit de personages?
Coulier: Inderdaad. Het begon met Bart (Vanneste) die het idee van 'Bevergem' had – een comedian die moet vluchten naar een typisch Vlaams dorp. Vervolgens zijn een heleboel acteurs zoals Wannes (Cappelle) hun personages persoonlijk beginnen uitwerken. Het is pas daarna dat we zijn beginnen schrijven.

Zowel in 'Bevergem' als in je kortfilms zijn die personages steeds zeer volks en dragen ze elk hun eigen kruis.
Coulier: Ja, klopt. “Ik ben meer geïnteresseerd in het wenende meisje dan in de spelende kinderen”. Dat is bij mij exact hetzelfde. Dat is een hard realisme dat mij onwaarschijnlijk aantrekt en net dat écht zijn – dat Vlaams zijn – dat fascineert mij. Mensen zeggen me altijd: “Je gebruikt dat dialect.” Maar dat dialect is voor mij geen noodzaak. Het gaat erom die personages op zo’n echt mogelijke manier weer te geven. En dan komt er uiteraard automatisch een dialect bij kijken, want tenzij je een film maakt over een dictieleerkracht is er niemand ter wereld die perfect Algemeen Nederlands praat.

Je gaat dus op zoek naar authenticiteit. Maar ook naar de outcasts.
Coulier: Tja, mensen die gelukkig zijn interesseren me niet.
 


'Mont Blanc' (Gilles Coulier)

 

Ongeluk komt in jouw werk voornamelijk voort uit het onvermogen tot communiceren, klopt dat?
Coulier: Klopt. Ik kom zelf uit een gezin – net als vele anderen – waarin ik over heel veel mocht praten. Maar als ik naar sommige mensen kijk… Ik denk vaak: “Allez jongens, als jullie er nu even over praten, dan is het in orde”. Dan komt het goed. Dat gebrek aan communicatie is iets wat mij fascineert, want een gesprek zou zoveel oplossen. Bijvoorbeeld… In 'Cargo' zit geen enkele vrouw. Mocht er een vrouw geweest zijn, dan had het probleem zich wel opgelost. Voor mij is de vrouw de zee; de zee die alles opslorpt, waar de mannen naar hunkeren. Maar ze kunnen er geen vat op krijgen, ze verliezen zichzelf. Het is helaas datgene wat zo onvatbaar is. De personages in 'Cargo' hunkeren naar iets, maar kunnen er niet over communiceren.

Je zegt dat je personages voortkomen uit je eigen ervaringen of emoties. Geldt dat ook voor je langspeeldebuut 'Cargo'?
Coulier: Uiteraard. 'Cargo' vertelt het verhaal van drie broers die hun vader verliezen. Ik ben altijd geïnteresseerd geweest in die vader-zoon-relatie. Net als in mijn kortfilms… Ik zie 'Cargo' dan ook een beetje als een soort samenvatting van 'Ijsland', 'Paroles' en 'Mont Blanc'. Ik ben heel trots nu de film af is, dat ik mijn eigen stempel heb kunnen drukken als jonge filmmaker. Dat ik de film eigen heb kunnen maken.

Want er is plots een heel nieuwe dimensie bij het maken van een langspeler. Bij het maken van een kortfilm zijn er maar twee mensen die je moet pleasen: jezelf en potentiële jury's of potentiële festivals. Want dat zijn de mensen die ervoor zorgen dat je een naam krijgt, die erop letten of je een eigen stempel hebt en ervoor zorgen dat je financieel verder geraakt voor een volgend project. Dat zijn eigenlijk de énige mensen die je gelukkig moet stemmen. Maar nu voor 'Cargo' komt er plots een derde partij aan te pas, zijnde een commerciële groep. Zij willen cijfers zien. En dan beginnen de afwegingen. Maak ik een film voor mezelf? Maak ik een film voor de festivals? We hebben geprobeerd daar een mooie balans in te vinden. We hebben geprobeerd met die commerciële atmosfeer rekening te houden, zodat de film het potentieel goed kan doen bij een publiek. Dat was voor mij een nieuwe oefening. Bij 'Bevergem' hebben we dat ook geprobeerd en is het gelukt. Er was gemikt op 150.000 kijkers en we zaten tegen de 700.000 kijkers. Kortom, ik wil niet dat het publiek het gevoel heeft: “Hij houdt geen rekening met ons.” Anderzijds wil ik altijd waarachtig blijven aan mijn oorspronkelijke visie, mijn stempel.

Dutch Filmworks heeft de film opgepikt. Dat wil toch zeggen dat zij geloven in een mooie nationale release?
Coulier: Ja, ze hebben 'Cargo' opgepikt in de scenariofase. Maar dat is vree goed, ja. Iets om trots op te zijn. Dat mijn film in de grote zaal uitkomt... Maar laat ons vooral ook hopen dat de film in kleinere zalen uitkomt! Zoals Lumière, Sphinx, etc. Ik heb het gevoel dat ik een film heb gemaakt die daar ook niet misstaat. Dat toont ook aan wat voor film ik heb willen maken: eentje die een breed publiek kan bereiken maar ook de meerwaardezoeker iets extra kan bieden.
 


Gilles Coulier op de set van 'Cargo'.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Je bent nog jong: welk parcours heb je momenteel achter de rug?
Coulier: Hmm, ik was eigenlijk een vrij moeilijke leerling op het college in Brugge. Ik werd zoals bij veel kinderen met overenthousiasme vastgesteld; ik werd daardoor moeilijk begrepen. Ik was geen evidente leerling. Ik haalde goeie cijfers en daardoor hebben ze mij altijd in de richting economie geduwd. Soit, dat heeft ervoor gezorgd dat ik ook in Economie terechtgekomen ben mijn eerste jaar in Gent. Daar heb ik het iets te bont gemaakt en daardoor was ik flagrant gebuisd. Toen heb ik mijn vader ook gezegd dat ik voor film wou gaan, terwijl hij in eerste instantie nog zei dat ik voor iets met jobzekerheid moest gaan. En dan ben ik op Sint-Lukas terechtgekomen. Mijn eerste jaar was ik gebuisd… Samen met een grote groep mensen die nu bekend zijn eigenlijk. (lacht) Wij hebbben toen een extra jaar gedaan.

Maar in mijn derde jaar vond ik wel dat ik me moest gaan bewijzen. Toen heb ik 'Ijsland' gemaakt en daarmee heb ik een VAF Wildcard gewonnen. In mijn masterjaar heb ik 'Paroles' gemaakt, daarna 'Mont Blanc'. En momenteel ben ik bezig aan 'Cargo' en 'De Dag' (geschreven door Jonas Geirnaert en Julie Mahieu).

Je hebt nog niet zolang je eigen productiehuis: De Wereldvrede.
Coulier: Inderdaad. We hebben momenteel een aantal jonge mensen die een volgend project aan ’t ontwikkelen zijn bij ons. Zoals Leo van Dijl en Anouk Fortunier, die de twee Wildcards gewonnen hebben twee jaar geleden. Ook Wannes Destoop is aan iets bezig... Er zit veel in de pijplijn. Maar ik trek elk jaar nog naar het Kortfilmfestival van Leuven.

Je volgt de kortfilmscène nog steeds?
Coulier: Natuurlijk. Met een kortfilm kun je heel snel zien of iemand iets te vertellen heeft en of hij of zij het op zijn eigen manier doet. Daarom is het zo’n interessant medium. En er gaat amper tijd aan verloren.

Ten slotte, de groté clichévraag: heb je nog tips voor jonge filmmakers?
Coulier: Heel simpel: je eigen ding doen. Ik zeg heel vaak tegen gasten die aan mij vragen wat ‘een eigen stempel’ betekent: wanneer een nummer van Bob Dylan opstaat, kan je meteen herkennen dat het Bob Dylan is. Hij heeft een specifieke stem. En dat is absoluut niet altijd de mooiste. Maar het is wel zijn eigen stem.

Coverfoto © Bas Bogaerts 

Interview - Gilles Coulier ('Ijsland', 'Mont Blanc')
 
Ijsland
rating

Duur: 22 min. | Land: | Regie: Gilles Coulier | Cast: Angelo Tijssens, Benny Claessens, Dolores Bouckaert, Wim Willaert | Scenarist: Gilles Coulier, Angelo Tijssens | Productiehuis: Sint-Lukas Brussel | Filmschool: St Lukas

Wesley komt van ergens terug en is onderweg naar ergens anders. Derdejaarsstudent Gilles Coulier laat zijn intrigerende hoofdfiguur (Willaert) al snel een met Pierrotgezicht beschilderde mimespeler (Claessens) tegen het lijf lopen. Tekenend voor een prent vol cryptische dialoog, overigens zoals bij 'Ex-Drummer' in ongefilterd Oostends, wat de geloofwaardigheid enorm ten goede komt.

De minimalistische soundtrack met scherpe strijkers past perfect op de spaarse praatjes, die veel ruimte laten voor het onderhuidse. "Elk zijn eigen probleem": Wesley drukt zich vooral uit in stamelend geblaf en gesnauw. Erg origineel is het natuurlijk niet, zo'n psychologisch portret van een mooi menselijke, moeilijk uit zijn woorden komende soortgenoot. Maar de uitvoering is top: spel en beeld zijn van niveau. De onrustige, onbehouwen Oostendenaar struint rond in de koningin der badsteden, wiens schoonheid en inherente melancholie mooi zichtbaar worden in de weemoedige nachtshots.

Jan Sulmont
 
Mont Blanc
rating

Duur: 15 min. | Land: | Regie: Gilles Coulier | Cast: Jean-Pierre Lauwers, Wim Willaert | Scenarist: Gilles Coulier, Angelo Tijssens | Producent: Dirk Impens | Productiehuis: Menuet

Gilles Coulier lijkt zijn succesformule gevonden te hebben: hijzelf in de regiestoel, David Williamson die instaat voor de fotografie en Wim Willaert als acteur. Dit heeft in zijn vorige kortfilms 'Ijsland' en 'Paroles' al mooie resultaten opgeleverd en met 'Mont Blanc' kan dat lijstje moeiteloos uitgebreid worden.

Zoals steeds een eenvoudig verhaal waarbij het meest essentiële verborgen zit tussen de lijnen. Twee mannen, hun onderlinge relatie wordt nooit uitgesproken maar we vermoeden vader en zoon, zijn onderweg naar de Mont Blanc. Een roadtrip om de laatste wens van de oudste man in te willigen. Roadtrip staat hier echter niet gelijk aan plezierreisje want het is dik tegen de zin van de jongste: “waarom zo ver, a berg is moh a berg wè”. Wim Willaert zet alweer een schitterende prestatie neer.

Al redelijk snel ontdekken we dat het niet echt botert tussen deze twee en dat het ooit ergens verkeerd gelopen is. Toch maakt Gilles Coulier er geen simplistische haat-relatie van maar toont hij hoe beiden nog toenadering willen zoeken, alleen weten ze niet goed hoe. Dat is dan weer de condition humaine die nooit ver te zoeken is in zijn films. Het is misschien geen origineel concept maar het vraagt vakmanschap om zoiets goed, geloofwaardig en weg van het melige neer te zetten.

Coulier weet wanneer hij zijn uiterst spaarzame dialogen (met dank aan co-scenarist Angelo Tijssens) moet inzetten en hoe hij een evenwicht in emoties moet houden. Niet te veel en alles op zijn tijd.  De regisseur laat hier visie en duidelijke keuzes zien waardoor wij als kijker geen moeite hebben om mee te gaan in het verhaal.

 

Carmen van Cauwenbergh
 
Paroles
rating

Duur: 23 min. | Land: | Regie: Gilles Coulier | Cast: Angelo Tijssens, Sam Louwyck, Wim Willaert, Gilles De Schryver | Scenarist: Gilles Coulier, Angelo Tijssens

Sam Louwyck als theatraal playbackende travestiet, de beginbeelden van 'Paroles' doen toch even slikken. Zijn kolenschoppen van handen strijken steeds maar éénzelfde blonde lok naar achter. Zijn ogen blijven gesloten bij het te berde brengen van een lied van Dalida - we wisten dat die titel ons bekend in de oren klonk.

Zoals ondertussen ook de naam van de regisseur. Gilles Coulier won in 2009 met 'Ijsland' een Wildcard van het VAF en bovendien een selectie voor het filmfestival in Cannes. Dik verdiend, want in zijn derdejaarswerk wierp Coulier zich op als een meester in beheersing. Het vooral onuitgesproken achtergrondverhaal van de hoofdpersonages zorgde voor koude rillingen. Less was more, ook al liep er een zwaarlijvige pierrot in rond.

Ook 'Paroles' vindt plaats aan de kust, heeft Wim Willaert als protagonist en een (would-be) wijze outcast - ditmaal in de vorm van een travelot. Louwyck en Willaert, de buddies horen na 'Ex-Drummer' en '22 Mei' bij elkaar als Brussel en Oostende. In 'Paroles' spelen ze broers, die dus wat routineus naast elkaar door de wereld sjokken. Hoewel ze op zoek zijn naar antwoorden, lijken ze elkaar nog amper wat te zeggen. Of het moest zijn dat groenten gezond zijn. Of dat vis Omega 3 vetzuren bevat. D-uh.

De bewust triviaal gehouden dialoog is niet altijd een goede zaak voor deze dapper broze auteursfilm die nauwelijks andere acteurs in beeld brengt. Want zo'n conversatie werkt het beste als de personages erg subtiel zijn getekend en dat is net waar Coulier en zijn naturalistische acteurs dit keer minder in slagen, de leuke korte bijrol van coscenarist Angelo Tijssens ten spijt. Liefde van en voor de outcast is in de cinema een fantastisch motief, maar ongetwijfeld konden deze karakterkoppen de anekdotiek ruimer zijn overstegen.

Vermeldenswaard is nog de mooi bleke fotografie van David Williamson, die zich qua locaties moet beperken tot een bar, een winkel en de dijk en toch weer wat poëzie op het scherm tovert. Volgende keer een hedendaagse Brussels by Night?

Jan Sulmont
Regisseur Gilles Coulier over zijn eerste langspeelfilm 'Cargo'.
Insert image: 

 

Michiel Philippaerts