#YouToo
rating

Duur: 15 min. | Land: | Regie: Björn Pinxten, Jenne Decleir | Cast: , , , , , , , | Scenarist: , | Producent: ,

De leukste minuut van '#YouToo' is de allereerste. Met coole graphics en extra animatie-effecten introduceert een fluisterende zangstem personages als ‘Adonis’, ‘Batser’ of ‘Bling’. Ze zijn allemaal gewond en zijn ergens panisch voor op de vlucht. Toffe start! Daarna ontploft deze would-be horrorkomedie, maar helaas niet in de goede zin van het woord.

Was het toen we doorhadden dat de titel en al helemaal de hashtag daarin, totaal niks te maken hebben met wat op het scherm gebeurt? Toen we zagen hoe werkelijk elk personage van een fout verkleedfeestje leek te komen? Toen binnen de vijf minuten de helft van die cast het loodje al bleek te leggen?

'#YouToo' knalt langs alle kanten, maar echt grappig, griezelig of zelfs maar spannend wordt het niet. Voor de kijkers in de zaal dan toch, de makers hadden op de set ongetwijfeld heel wat meer plezier.

Toegegeven, enkele visuele grappen hier en daar maken dit lege beestje nog best kijkbaar. Alle lof ook om dergelijke absurde nonsens op het scherm te krijgen, maar warm krijg je het hier toch niet van.

Jan Sulmont
 
Holiday
rating

Duur: 23 min. | Land: | Regie: Michiel Dhont | Cast: , , , , , , , , , | Scenarist: | Producent:

Een dik jaar geleden bracht Kortfilm.be het interview ‘Wint Michiel Dhont straks een Ensor?’. De vraag stellen was ze meteen ook beantwoorden: ja hoor. Zo werd Dhonts KASK-masterfilm ‘Poor Kids’ de beste Belgische kortfilm van 2018, waar hij eerder ook al een Wildcard van het VAF mee won. In november 2019 al pakt de vijfentwintigste editie van het Internationaal Kortfilmfestival Leuven op haar openingsavond uit met Dhonts eerste professionele kortfilm: ‘Holiday’.

De broer van ‘Girl’-regisseur Lukas castte beider Dhonts favoriete acteur Tijmen Govaerts, samen met topspelers als ‘spitsbroer’ Oscar Willems, Jan Hammenecker en Sofie Decleir. Zij vormen met onder meer nog Circé Lethem en Ina Geerts een familie die enkele dagen op weekend trekt, de ene met al meer goesting dan de andere.

Door en langs elkaar heen pratende of roepende bloedverwanten: we kennen het opzet ook van Xavier Dolans schreeuwlelijke ‘Juste la fin du monde’, waarin mondiale topacteurs van dat uitgangspunt een zootje maken. Boe voor Léa Seydoux, Gaspard Ulliel, Vincent Cassell, Marion Cotillard en – meest karikaturaal van al – Nathalie Baye. Of eigenlijk boe voor Dolan, die lawaai vaak verwart met intensiteit.

Michiel Dhont blijkt een acteursregisseur die met zijn nooit saaie subtiliteit nog gensters kan slaan.

Geen boe maar hoera voor Michiel Dhont, die met kleine observaties veel vertelt. Tegelijk vervalt hij ook niet in een traag aanslepend spel van blikken – deze familie heeft elkaar genoeg te zeggen. Al spreekt de weer eens uitblinkende Tijmen Govaerts nog het minst, zijn dubieuze interventies zetten de ‘Holiday’ wel stevig op zijn kop.

De camera – veilig in handen van opkomend talent Esmoreit Lutters die eerder ook al de zon in Kato De Boeck’s ‘Provence’ zo schoon capteerde – blijft vaak dicht bij Govaerts’ twijfelkop hangen, tot we weer uitzoomen naar het gezelschap waar hij niet om had gevraagd. Monteur David Verdurme zet ondertussen een stevige knip in de vele door elkaar lopende dialogen; de jump cut-stijl werkt hier zeer to-the-point.

Dit is zo’n korte film die gerust wat langer mocht – u leest het ons niet al te vaak schrijven. De personages die wat meer ruimte krijgen, intrigeren ten zeerste. Onder Sofie Decleirs luidkeelse lachjes voel je een emotionele vulkaan, met Hammenecker weet je allerminst waar je aan toe bent. Michiel Dhont blijkt een acteursregisseur die met zijn nooit saaie subtiliteit nog gensters kan slaan. Ook al is subtiel nu niet het juiste woord voor de eindscène, die de oma van het gezelschap met wijde ogen gadeslaat. Een atypisch eind voor een dijk van een korte film.

Jan Sulmont
 
You can become anything
rating

Duur: 18 min. | Land: | Regie: Simon Cools | Cast: , , | Scenarist: | Producent: , | Filmschool: St Lukas

Enkele jongvolwassenen staan radeloos aan het begin van (de rest van) hun leven. Net afgestudeerd, op zoek naar een eerste job, wachten ze op iets dat er al moest geweest zijn, maar – en dit vertelt men u niet – misschien wel nooit komt. Een relaas over de vertwijfeling die gepaard gaat met volwassen en onafhankelijk worden.

You can become anything’ ent zich op dat gevoel dat je tussen de jaren inzit: alles gaat aan je voorbij, terwijl het evengoed allemaal nog moet beginnen. Je bent te oud om nog met alles weg te komen, maar tegelijkertijd te jong om rekenschap te geven aan al wat je overkomt.

Simon Cools – die eerder ‘Le son d’une cigale’ maakte – wil al dat gefilosofeer in beelden vervatten, en verankert daarvoor zijn verhaal in San Sebastián, dé Spaanse stad waar menig Erasmusstudent omwille van uitstelgedrag, amoureuze of meteorologische waaroms blijft hangen.

Verschillende personages proberen met elkaar af te spreken maar slagen daar meer niet dan wel in. Ook al zijn we meer dan ooit constant met elkaar verbonden, we zijn elkaar ook meer dan ooit kwijt. Die ironie van virtuele verbondenheid verkleurde naast de voorbije decennia, ook deze film: met zijn vierkante aspect ratio en rozige tinten, is de invloed van sociale media niet louter inhoudelijk maar ook vormelijk aanwezig. ‘You can become anything’ is in dat opzicht een voldragen kind van zijn tijd.

De verlaten mood van het leven van de hoofdpersonages is ook voelbaar in de sfeervolle cinematografie. Daardoor is de film ook wat hij toont. Als toeschouwer is het dan ook moeilijk om zelf echt op te gaan in de personages die je voorgeschoteld worden, wat je tot de onterechte conclusie kan leiden dat het grote scherm, net zoals die kleine in onze jaszakken, meer voor afstand dan ware verbinding zorgt.

Cools brengt met zijn film misschien weinig nieuws, maar last zich wel in als een mooie pauze voor onze dagelijkse rush om uit alles meer te halen, en om allemaal meer te willen zijn. De boodschap die Cools ons in de titel al meegeeft, is er één die we niet genoeg kunnen horen want… Can you become anything? Misschien. Wie weet. Maar als je al weet te slagen in "you do you" dan is dat al meer dan genoeg. (Voor nu.)

Bo Alfaro Decreton
 
The Memory Shop
rating

Duur: 17 min. | Land: | Regie: Christiaan Neu | Cast: , , , , | Scenarist: | Producent:

Welke waarde hechten we nog aan herinneringen in een wereld waarin die door technologie kunnen worden geregistreerd, en naar keuze worden herbeleefd? Verliezen ze hun unieke en private karakter, of versterken ze net de herbeleving ervan? Dat vormt de centrale vraagstelling in ‘The Memory Shop’, dat romantisch drama mengt met science fiction.

Katelijne Damen speelt Lima, een gepensioneerde vrouw die voor haar demente man zorgt, en wiens geheugen met de dag lijkt te vervagen. Het is om die reden dat ze The Memory Shop binnenwandelt, een zaak die zich specialiseert in het laten herbeleven en registreren van herinneringen. Lima weet perfect waarvoor zij komt: 7 mei 1990, Lac de Berléand, het moment waarop haar man haar ten huwelijk vroeg.

Die herinnering speelt zich af als een idyllisch plaatje. Voor Lima is het een hunkering naar dat wat ooit was: de man waar ze verliefd op werd, lang voordat zijn ziekte roet in het eten gooide. Maar wanneer de technologie het begeeft, wordt Lima stante pede terug naar de reële wereld geslingerd. Met lege handen wandelt ze terug naar huis.

Dat Neu met ‘The Memory Shop’ het drama binnen een science-fiction setting plaatst is interessant, alleen jammer dat de film uiteindelijk vooral een melodrama wordt waarbij het universum weinig meerwaarde biedt. Het magere conflict, dat ook snel uit de weg wordt geruimd, lijkt aanzet te geven tot iets groters, maar die verwachting wordt echter nooit ingelost.

Uiteindelijk overwint het menselijke contact in dit te eenvoudige science fiction drama.

Matthias De Bondt
 
Popular Tropes
rating

Duur: 15 min. | Land: | Regie: Dries Vergauwe | Cast: | Scenarist: | Producent: | Filmschool: St Lukas

De korte science-fictionfilm ‘Popular Tropes’ speelt zich af in een ijskoude post-apocalyptische wereld. We leren een vrouw kennen wiens echte naam we nooit te weten komen, enkel haar subjectnummer 310-271187. De overheersende kilte is niet enkel in het landschap van de film voelbaar, maar ook in de omgang van de mensen die er (nog) wonen.

In deze dsytopie is namelijk geen plaats meer voor menselijk contact. De dagen worden gevuld door het ophalen en verbranden van lijken, slachtoffers van een mysterieuze pandemie die er heerst. Het lijkt de enige activiteit te zijn die nog plaatsvindt, in een stad waar alles is blijven stilstaan.

Regisseur Dries Vergauwe keert met ‘Popular Tropes’ enkele typische genreconventies bewust de rug toe. Geen overdreven visuele pracht en praal, maar wel uiterst strakke beelden die voor zich spreken – een minimalisme dat niet vaak voorkomt in het genre. Via een langzaam maar strak opgebouwd ritme zuigt hij je mee in deze verziekte wereld, waar mensen met een laatste hoop de resterende fundamenten van een beschaving proberen recht te houden.

Op één van haar missies krijgt de vrouw plots een ingesproken bericht binnen: een mannenstem vertelt hoezeer hij haar mist. Hij is vertrokken vanuit de stad, terwijl zij is achtergebleven. Het is een moment van liefde en gemis, en even lijkt de menselijkheid terug te zijn gekeerd. De stem biedt ons hun geschiedenis aan en plots wordt subject nr. 310-271187 meer dan alleen maar een menselijke robot.

Vergauwe slaagt er in om een universum te creëren dat ontrokken is van elke bepaling van tijd en ruimte. Knap dus dat het grootste deel in België werd gedraaid, dat haast onherkenbaar is geworden in de film. De universele landschappen brengen een pijnlijke, maar cruciale waarheid naar boven: wanneer de natuur onze beschaving dreigt op te slorpen, herworden we allen louter wezens van vlees en bloed. Zonder een identitaire vorm gaan we quasi instinctmatig, en wanhopig, op zoek naar datgene dat ons in leven houdt: hoop.

‘Popular Tropes’ is Vergauwe’s afstudeerfilm binnen de masteropleiding aan Sint-Lukas Brussel. De film is te zien op het Kortfilmfestival Leuven in de Vlaamse fictiecompetitie en werd ook al geselecteerd op Signes de Nuit in Parijs.

Matthias De Bondt
 
Operation Jane Walk
rating

Duur: 16 min. | Land: | Regie: Leonhard Müllner, Robin Klengel | Cast:

Geen bike-, bus- of segwaytour door New York in ‘Operation Jane Walk’, wel een virtuele trip door het grimmige evenbeeld dat de game developers van ‘Tom Clancy’s The Division’ schiepen.

In dit populair online computerspel ligt the Big Apple er desolaat bij; we schrijven de nabije toekomst en op straat geldt de wet van de sterkste. Gewapende milities dwalen door het digitale landschap van puin en rook en verlaten wagens op de avenues zijn stille getuigen van een verschrikkelijke ramp of burgeroorlog. Te midden van dit alles leidt een zwaarbewapende, doch geheel pacifistische tourgids zijn drie – eveneens op gevaar voorbereide – toeristen deze oude stad van weleer rond.

Een humoristisch uitgangspunt is het zeker. Het Oostenrijks regisseursduo Leonhard Müllner en Robin Klengel doet er bovendien een schep bovenop met de scherpe casting van hun stemacteur Jacob Banigan, onze Amerikaanse stadsgids die op feitelijke wijze het post-apocalyptische stadlandschap becommentarieert. Met zijn serene stem, vrij van enige ironie, is hij de geknipte man voor deze uitstap. Zijn bespiegelingen zijn steeds gevat, maar ook zijn morbide poëzie valt in de smaak: het onophoudelijke gestomp van een ‘figurant’ die een lichaam bewerkt met de kolf van zijn geweer beschrijft hij als “een metronoom” die “het ritme van deze dode stad” aangeeft.

Ooit was New York nochtans een wild bruisende stad, zo blijkt uit de zorgvuldig uitgestippelde route waarlangs de gids ons voert. Via de belangrijkste architecturale trekpleisters (de projects, het VN-hoofdkwartier, Trump Tower) schetst hij de ontstaansgeschiedenis van een stad in volle bloei, steeds gekaderd door de maatschappelijke wensen, noden en denkwijzen van destijds. Tijdens een visite aan de troosteloze snelweg beschrijft hij het ideologisch getouwtrek tussen urbanist Robert Moses, die de stad in een sanctuarium voor automobilisten transformeerde, en activiste Jane Jacobs, die opperde voor een stad met veel groen en ruimte voor zijn bewoners. De apotheose van de strijd ziet onze gids weerspiegeld in een pick-up truck die in een stalling deelfietsen is gecrasht.

Müllner en Klengel schotelen ons daarmee niet alleen een stukje geschiedenis in ruimtelijke ordening voor, maar leggen ook heel pienter het virtuele in het verlengde van het historische. Het materiële ruimt plaats voor een nieuwe stad, opgetrokken uit digitale brokstukken. Door de tour te laten plaatsvinden in een hyperrealistisch simulacrum van een toekomstig New York bezinnen de regisseurs eveneens over de veranderende rol van deze virtuele speeltuinen. Het weloverwogen ontbreken van enig spektakel – wanneer vijandige spelers de groep toeristen aanvallen, wordt er weggeknipt – wijst op het geloof van Müllner en Klengel dat er evenveel betekenissen en mogelijkheden in de kopie als in het origineel beklonken liggen.

Door de rechttoe-rechtaanaanpak van hun gids en de komische muzikale intermezzo’s (Django Reinhardt, The Brothers Comatose, Art Carney) komen ze tot een originele kortfilm die zowel entertaint als reflecteert. Of ze slagen in hun zelfverklaarde missie (“We want to convince the art people about the beauty of games, and gamers of the beauty of art.”) laten we in het midden, al hopen we van wel.

Michiel Philippaerts
 
Nesting
rating

Duur: 27 min. | Land: | Regie: Alex Verhaest | Cast: , , | Scenarist: | Producent: | Productiehuis:

Hoe (persoonlijk?) trauma te vertalen naar het scherm? Multimediakunstenaar Alex Verhaest kiest in 'Nesting' voor een ontregelende aanpak door de opgelopen kwetsuren en conflicten niet via een directe en naturalistische cinema te trotseren, doch door symbolische fantomen met verwrongen tronies haar hoofdrolspeelster te laten gijzelen in een unheimlich spookhuis. Een über-Vlaamsch hotel aan de zee - het lawaai van golven en meeuwen penetreert de dunne muren - wordt het strijdtoneel van verdrongen herinneringen en pijnlijke mijmeringen over moeder-, dochter- en slachtofferschap.

Michelle (een fragiele Hélène Devos) rookt nerveus een sigaret in haar geparkeerde auto: het is slechts uitstelgedrag om niet te moeten uitstappen en afscheid te nemen van haar stervende moeder die binnenshuis op haar wacht. Ze lijkt al haar moed bijeengeraapt te hebben wanneer de voordeur opengaat en een oudere man (Valentijn Dhaenens) het huis verlaat. Opgejaagd door zijn aanwezigheid steekt ze bijna instinctief de sleutel terug in het contact en gaat ze op het gaspedaal staan. Angstig verdwijnt ze in de nacht; een luidkeelse “Godverdomme!” benadrukt haar frustratie over de aftocht.

Haar toevluchtsoord wordt het voordien genoemde hotel dat het schaduwachtige decor wordt voor het leeuwendeel van de traumaverwerking. Aan de balie wordt ze opgewacht – of beter, genegeerd – door de uitbaters (wederom Valentijn Dhaenens en Els Deceuckelier) wiens gezichten op digitale wijze zijn vervormd tot wreed grijnzende canvassen van een donker verleden. Het pesterige melodietje van een telefoon die niet wordt opgenomen onderstreept de aankomst in het nachtmerrieachtige onderbewustzijn van Michelle (“Droomt u soms van het gerinkel van die telefoon?”) en Verhaest weet de schelle echo’s van het muziekje slim door te trekken in de opeenvolgende scènes.

Terwijl de regisseur hier en daar sleutels verstopt voor het publiek - de zwangere buik van Michelle die plots zichtbaar wordt, geschreeuw in een aangrenzende kamer en het jonge meisje op Dhaenens’ schoot – stapelen zich ook meer en meer eigenaardige taferelen op. Sommige daarvan zijn een waardevolle toevoeging aan de kille sfeerzetting, andere neigen naar gratuit absurdisme. Annemone Valcke’s zwervende personage lijkt onbestemd en het is nooit heel duidelijk wat haar rol in dit labyrintische spel van reflecties en projecties is. Of is ze slechts dat: een projectie?

Voor de kijker die de puzzel gelegd krijgt blijkt 'Nesting' een waardevolle film met een groot, bloedend hart, al is die speurtocht geen sinecure. Niettemin creëert Verhaest een atmosferisch universum, doordrongen van een onderhuids pulserende pijn, waardoor ook het verdwalen de moeite loont.

Jammer alleen dat de film iets te diep zit weggeduffeld in zijn comfortabele mantel van lynchiaanse vervreemdingsesthetiek om die beslissende slotscène volledig tot zijn recht te doen komen.

Michiel Philippaerts
 
Niebla
rating

Duur: 04 min. | Land: | Regie: Julian Arias Garzón | Scenarist: | Filmschool: KASK

Julian Arias Garzón schildert in ‘Niebla’ een expressionistische beeldenstorm. Zijn geanimeerde schilderijen zijn donker en doen qua stijl soms denken aan die van Robbe Vervaeke (‘Norman’, ‘Fighting Pablo’). De film werd al voor verschillende festivals geselecteerd – tot in Slovenië, Argentinië en Colombia toe.

Een slapende hond, een morrende massa naamloze mensen, een vlinder die uit het niets verpletterd en uitgesmeerd wordt. Een hulpeloze vis aan een draadje. Vergankelijkheid, dreiging en gevaar sluimeren onder het oppervlak van elk beeld dat de Colombiaanse animator tevoorschijn laat komen. Tegelijkertijd zorgen de naadloze overgangen ervoor dat je nooit te lang blijft stilstaan bij één passage. Knipper niet met je ogen of je mist hoe een reeks windmolens plots vissengraten kunnen worden of hoe een gloeilamp toch plaats maakt voor een groot zwart gat. Een sombere en macabere dans.

De drukkende soundscape van Yale Song – zie ook ‘Jeux a la mer’ - helpt Arias Garzón om zijn doel te bereiken: tijd en ruimte die verdwijnen, en enkel geluid en beeld blijven overeind. “Een constante herschikking van materie, verhalen, dromen en herinneringen,” noemt hij het zelf. Bijzonder knap gemaakt!

Sofie Rycken
 
Jeux à la mer
rating

Duur: 07 min. | Land: | Regie: Sacha Brauner | Scenarist: | Productiehuis: | Filmschool: KASK

Een jongen hangt rond aan de Belgische kust. Hij heeft het strand voor zich alleen, de grijze lucht en de koude wind houden iedereen binnen. Of toch bijna iedereen. Op een bepaald moment spot hij aan de andere kant van een duin een meisje. Zijn gele jas en haar rode steken af tegen de sombere achtergrond. De twee figuren proberen samen een spel te spelen, maar al gauw blijkt dat ze elkaar niet echt vinden.

Regisseur Sacha Brauner wilde dit intrigerende verhaal minimaal invullen en geeft daarom bewust weinig context mee. Daardoor wordt 'Jeux à la mer' een film voor de stille genieter. Geen flitsend verhaal, geen dialogen, geen onverwachte plottwist. Zelfs geen complex getekende personages. Gewoon schoon in al zijn soberheid.

Net zoals tijdens een winterwandeling langs een verlaten strand kan je je eigen gedachten rustig laten waaien. En net zo valt je oog af en toe op iets bijzonders. De aandachtige kijker vindt de parels wel: de lege Timberlandschoen waar enkele scènes later plots een vissenstaart uitsteekt. De jongen met een emmer en onmiddellijk daarna een afgezonderd meisje van wie het haar nog nadrupt. De verpletterende stilte tussen hen zegt genoeg.

Om de sfeer goed te krijgen, koos Brauner voor waterige inkttekeningen die het gevoel van nat zand en zeewater perfect capteren. De personages en losse elementen – een rood blikje cola, een geel pakje friet, een felgroen autowrak – werden met animatiesoftware toegevoegd. Zijn visuele aanpak wordt mooi ondersteund door de soundtrack van Yale Song, die de muziek componeerde. Een frisse film van een eigenzinnige geest.

Sofie Rycken

Kortfilmfestival Leuven 2019

Kortfilmfestival Leuven blaast 25 kaarsjes uit! Al een kwarteeuw staat het festival bekend als springplank voor opkomend Vlaams filmtalent. In dit...
30/11/2019 tot 07/12/2019
Acht dagen lang honderden kortfilms op het grote scherm in Leuven. Al voor de 25e keer.

Pagina's

Subscribe to Kortfilm.be & Kutfilm.be RSS