Anima 2019

Het grootste animatiefestival van ons land behoort al jaren tot één van onze favoriete festivals. Ook dit jaar belooft Anima tien dagen lang het...
01/03/2019 tot 10/03/2019
Een overaanbod aan prachtige animatiekortfilms. Dit zijn vijf van onze favorieten.

Speel mee en win een duoticket voor een 'Best of Shorts'-compilatie naar keuze.

 
Sous le cartilage des côtes
rating

Duur: 13 min. | Land: | Regie: Bruno Tondeur | Scenarist: | Productiehuis:

Het zit niet goed onder mijn ribbenkast, denkt Pierre. De zenuwlijdende, rochelende hypochonder denkt obsessief aan doorrookte longen en een kreunend hart. De micro-organismen rond zijn milt en darmen kunnen hem onmogelijk goed gezind zijn.

Een mooi staalkaartje van Tondeurs stijl.

In een inwendige voice over monoloog bezweert Pierre zichtzelf rustig te blijven. Maar hij blijft maar bloed spuwen, slapeloos onder zijn 'Barberella'-poster. Zijn angsten vormen een dikke wolk die hem verstikt. De beestjes en bacillen zijn overal. Ironisch genoeg levert dit thema van paniek rond je fysiek, een levendige up-tempo kortfilm op van dertien minuten met genoeg humor en natuurlijk wat expliciete seks. Niet in het minst omdat Pierre dan maar aan zelfmedicatie doet in nachtclubs. Daar lijken de dansers zich continu te ontdubbelen, op trippy grote kleurenvlakken.

Met 'Maintenant il faut grandir' en het daaropvolgende 'Deep Space' verzekerde Belgisch animator Bruno Tondeur zich vroeger al van heel wat nationale en internationale festivalaandacht en bekroningen op Anima en Clermont-Ferrand. Van de 221 Belgische kortfilms die werden ingestuurd naar Clermont-Ferrand, werden er drie opgenomen in een officiële competitie. Deze 'Sous le cartilage des côtes' was daar eentje van. De film kende er zijn wereldpremière.

Terecht, want deze korte film is een mooi staalkaartje van Tondeurs stijl, die abstracte vormen afwisselt met vloeiend-groteske, extreme close ups van lichaamsdelen – zijn camera dringt die lichamen ook graag binnen, liefst op een stevige elektronische beat.

Lekker gedurfd, vol schwung en zonder pretentie: Kortfilm.be selecteerde 'Sous le cartilage des côtes' voor het jaarlijkse Shortscreen op het Offscreen festival.

Jan Sulmont

Studentencompetitie tijdens JEF Jeugdfilmfestival

Deze zaterdag vindt tijdens het JEF Jeugdfilmfestival de Studentenkortfilmcompetitie plaats. Zeven korte films maken kans op een mooi prijzenpakket...
02/03/2019
Zeven studentenkortfilms maken kans op een prachtig prijzenpakket tijdens het Jeugdfilmfestival van JEF.

Speel mee en win een duoticket voor de Studentenkortfilmcompetitie op het JEF Jeugdfilmfestival, zaterdag 2 maart om 19u30 in het Zuiderpershuis in Antwerpen.

Shortscreen 2019

Voor de negende keer slaan Offscreen Film Festival en Kortfilm.be de handen in elkaar voor een avondvullend kortfilmprogramma: Shortscreen tijdens...
27/03/2019
Een avondvullend programma kortfilms tijdens cultfestival Offscreen. Win tickets via deze pagina.

Speel mee en win een duoticket voor Shortscreen in Cinema Nova, op woensdag 27 maart om 19u.

 
We Know
rating

Duur: 11 min. | Land: | Regie: Bas Devos | Cast: , | Scenarist: | Producent:

Bas Devos’ oeuvre bulkt van visuele originaliteit, ontroerende subtiliteit en de afwezigheid van grootse en dramatische plotwendingen. Zijn beeldverhalen zijn spek naar de bek van liefhebbers van de intense visuele ervaring.

We Know’ vertelt via prachtige fotografie van Nicolas Karakatsanis ('Rundskop', 'Mompelaar', 'I, Tonya') een intiem verhaal over de relatie tussen vader en zoon tegen de achtergrond van een moeilijke periode. Beide worden geconfronteerd met een nakend sterfgeval van respectievelijk hun grootvader en vader. Daar gaan ze elk anders mee om, maar vinden bij elkaar toch hun onvoorwaardelijke familiale liefde.

Veel dialoog is er niet, maar wanneer aanwezig is die wel trefzeker. De gesprekken worden gekenmerkt door impliciete boodschappen en subtekst.

Het onzegbare met flair verbeeld.

Devos en Karakatsanis vormen een koningsduo. De twee vinden elkaar in een radicaal artistiek klimaat en voeren een intieme paringsdans uit. De vierkantige beeldverhouding zorgt ervoor dat alle ballast van de omgeving waar de personages zich in bevinden, overboord wordt gegooid. Bijzonder lange shots en travels wisselen elkaar af, waardoor eerder gechoreografeerd dan gedecoupeerd is. Alle filmische parameters worden in het werk gesteld om de intimiteit en subtiliteit van het verhaal te onderschrijven.

Violet’, Devos’ langspeeldebuut uit 2014 ging in wereldpremière op het prestigieuze filmfestival van Berlijn. Ook zijn tweede film ‘Hellhole’, over drie verloren zielen tegen de achtergrond van Brussel na de aanslagen, kreeg een plek op de Berlinale. Karakatsanis tekende steevast voor de fotografie. Devos bewijst een bloeiende en unieke stem binnen de arthousscene te zijn, en met Karakatsanis aan zijn zij levert dat opmerkelijk schone dingen op.

Jannes Callens
 
The Box
rating

Duur: 12 min. | Land: | Regie: Dusan Kastelic | Cast: | Scenarist:

Fatalistische en dystopische toekomstbeelden zijn zo ingeburgerd dat ze haast normaal lijken. De oorzaken daarvan (klimaat, corruptie, autoritaire heersers etc.) gaan we hier niet bespreken, maar wel een gevolg, in de vorm van interessante expressiewerken - en in dit geval een interessante kortfilm.

De twaalf minuten durende korte animatiefilm ‘The Box’ van Sloveens filmmaker Dusan Kastelic sluit qua grondidee mooi aan in het rijtje van series zoals ‘The Handmaid’s Tale’ (het uniforme) of ‘Black Mirror’ (de controle) – een donkere, onderdrukte samenleving waar mensen het vrije spreken wordt onttrokken. Een van bovenaf gestuurde maatschappij dus, net zoals grondleggers George Orwell en Aldous Huxley dat ook optekenden in respectievelijk ‘1984’ en ‘Brave New World’.

In ‘The Box’ wordt dat idee in een lichtelijk morbide, koelblauwe vlezige animatie gegoten, en zien we geen mensen zoals we die kennen, maar wel een soort van klonen van klonen van iets wat ooit menselijk was maar nu vooral lijkt op boom-centauren. Ze zitten geankerd in de grond, en als in een kweekkas opgesloten - hun dagen slijtend al ademend. Tot er plots een nieuwkomer komt, die niet doet wat hoort maar freewheelt. Ook dat niet zonder aan de controle van een van bovenuit afvlakkend (letterlijk en figuurlijk) orgaan te ontsnappen. 

Interessant concept, met extreme precisie voor beeld en muziek/soundscape. Al had de film nog net iets meer “out of the box” mogen denken. De animatiestijl is afgewerkt, leunt lichtjes aan tegen de wansmakelijke animatie van Chris Cunningham (bv. De clip voor Aphex Twin’s 'Rubber Johhny'), maar dan ook weer niet gortig genoeg om daaraan te wedijveren. Intussen goed voor heel wat internationale filmprijzen, maar had gerust nog iets meer in the face en harder mogen zijn.

Sarah Skoric

Visite #6

In amper twee jaar tijd is het halfjaarlijkse Visite Film Festival uitgegroeid tot een unieke verademing binnen het filmcircuit van de havenstad. Wie...
14/02/2019 tot 23/02/2019
Gedurende tien dagen tonen makers hun werk en gaan met het publiek in dialoog over inspiraties en werkmethodes.

Speel mee en win een duoticket voor een avond naar keuze.

 
In Memoriam: Albert Finney

Met het overlijden van Albert Finney op 7 februari 2019 verliest de Britse acteerwereld een monument. De imposante acteur, wiens acteercarrière meer dan zestig jaar overspant, overleed op 82-jarige leeftijd na een korte ziekte. We brengen deze geweldige acteur, van wie we zoveel vertolkingen graag gezien hebben, met spijt een laatste groet.

Finney debuteerde in 1960 op het witte doek met The Entertainer, na wat ervaring opgedaan te hebben in een handvol televisieproducties. Maar daarvoor werd de man al als een rijzende ster beschouwd in de theaterwereld. Hij werd er zelfs de nieuwe Laurence Olivier genoemd.

Finney zag er goed uit, een brok testosteron, mét een brein en een kenmerkend vol stemgeluid. In zijn tweede film, Saturday Night and Sunday Morning (1962), kreeg hij al meteen de hoofdrol en speelde die rauwe mannelijkheid uit. Hij maakte indruk als een fabrieksarbeider met nogal wat succes bij de vrouwtjes. Blijkbaar zou hij daarmee de eerste acteur zijn die aan overspel deed op het grote scherm. Later zou hij trouwens ook de eerste keer het woord ‘bitch’ gebruiken op het witte doek.

Net als generatiegenoten Michael Caine, Sean Connery, Tom Courtenay, Terence Stamp en Peter O’Toole kwam Finney uit de arbeidersklasse en deze Angry Young Men, die de tijdsgeest van toen belichaamden, stonden te dringen om hun bestofte voorgangers een poepje te laten ruiken. Finney deed niet al te lyrisch over zijn job, die hij vergeleek met metsen. Hij zou later ook alle adellijke titels weigeren die hem omwille van zijn vakmanschap toegekend werden.

Finney, die nog voor de jaren ’60 halfweg waren al immens populair was, was met zijn derde film toe aan wat één van zijn grootste rollen zou worden, die van het titelpersonage in Tom Jones (1963). Hij had daarvoor de veeleisende rol van Lawrence of Arabia afgeslagen – hij zag de lange opnames trouwens niet zitten. Tom Jones leek aanvankelijk te lichtvoetig en regisseur Tony Richardson zou zelf zijn ontevredenheid uitspreken over deze schelmenfilm, maar de prent werd wel genomineerd voor tien Oscars, waaronder ook de eerste voor Albert Finney. Finney had geen interesse in de oscarceremonie en zou ook later geen enkele keer aanwezig zijn bij deze hoogmis van het prijzenseizoen. Hij zou doorheen zijn loopbaan ook genomineerd worden voor dertien Bafta’s en negen Golden Globes, naast heel wat prestigieuze theaterprijzen.

Enkele jaren later volgde de succesvolle romantische komedie Two for the Road (1967), een nog steeds erg frisse kibbelfilm waarin Finney een onweerstaanbaar koppel vormt met Audrey Hepburn. In het werkelijke leven had Finney er intussen al een huwelijk opzitten en viel hij voor de Franse actrice Anouk Aimée, met wij hij acht jaar getrouwd zou blijven.

Finney acteerde vervolgens in enkele minder bekende films als The Victors (1963), Night Must Fall (1964), Charlie Bubbles (1968) - die hij zelf regisseerde - en Gumshoe (1970), het debuut van cineast Stephen Frears. Bij een aantal van deze films manifesteerde hij zich ook als producer. Na het succes van Scrooge (1970), waarin de steeds minder joviaal uitziende Finney uiteraard het hoofdpersonage vertolkte, volgde in 1974 een nieuw hoogtepunt. Finney kroop met succes in de huid van de Belgische detective Hercule Poirot in de klassieker Murder on the Oriënt Express (1974), naast sterren als Sean Connery, Ingrid Bergman, Lauren Bacall, John Gielgud, Anthony Perkins, Vanessa Redgrave en Richard Widmark. Agatha Christie roemde Finney’s vertolking maar hij weigerde de rol opnieuw te spelen omdat hij de make-up te lastig vond. In de daaropvolgende jaren verscheen Finney o.a. in The Duellists (1977) van Ridley Scott en Shoot the Moon (1982) van Alan Parker, waarvoor hij een tweede oscarnominatie  kreeg.

In datzelfde jaar verscheen ook de hitmusical Annie, waarin Finney het legendarische personage van Daddy Warbucks vertolkte, een staalharde miljonair die ontdooit door de komst van het weesje Annie. Finney aarzelde niet om te zingen voor deze rol, wat hij later ook nog zou doen in Corpse Bride (2005). Met regisseur John Huston maakte hij in 1984 ook nog Under the Volcano, die hem zijn vierde oscarnominatie opleverde nadat hij een jaar eerder ook al genomineerd werd voor het prachtige The Dresser (1983), waarvoor hij ook de Zilveren Beer won in Berlijn.

Vanaf midden jaren ’80 kwam Finney echter steeds minder in beeld, hoewel hij heel actief bleef op de planken. In 1990 zat hij wel in het grandioze Miller’s Crossing van de gebroeders Coen. Finney bleef  een heel betrouwbare speler. Hoewel hij het liefst zijn tanden zetten in puur dramatische rollen, ging hij ook voluit als de rol minder van hem vroeg. Er zit dan ook niet één flauwe vertolking in zijn hele oeuvre. Minder bekende films als The Playboys (1992), The Browning Version (1994) en A Man of No Importance (1994) zijn de moeite waard enkel al om zijn vertolking. In die laatste prent speelde Finney een conducteur op leeftijd die zijn homoseksualiteit verbergt, wat voor de robuuste en masculiene acteur een minder waarschijnlijke rol was, maar Finney speelde dit tragische personage met zwier.

Na de bekroonde televisiereeksen Karaoke (1996) en Cold Lazarus (1996) - waarin hij enkel een hoofd speelde -, beide geschreven voor de befaamde Dennis Potter, verscheen Finney in Washington Square (1997), Breakfast of Champions (1999) met Bruce Willis en Nick Nolte en Simpatico (1999) maar geen van deze films maakte veel los en Finney leek tegen zijn 65e een nog weinig relevante acteur te worden, hoe groot de bewondering voor zijn vakmanschap ook en hoe onbetwistbaar imposant zijn présence ook telkens was. Men castte hem ook steeds vaker als grumpy old man.

Erin Brokovich (2000) vormde echter een nieuw hoogtepunt. Als de knorrige maar goedhartige baas van Julia Roberts in de door Soderbergh geregisseerde succesfilm, kreeg Finney opnieuw heel wat applaus en er volgde opnieuw een oscarnominatie. Veelfilmer Soderbergh gaf hem meteen ook een rolletje in zijn met Oscars bekroonde drama Traffic en liet hem in 2004 verschijnen in Ocean’s Twelve.

De televisieproductie The Gathering Storm (2002) liet Finney opnieuw schitteren. Deze prachtige biografische film liet hem in de rol kruipen van Winston Churchill en hoewel heel wat acteurs zich deze rol al prachtig eigen gemaakt hebben, is Finney onweerstaanbaar als de gedreven, visionaire politicus en liefhebbende vader en echtgenoot. Een vertolking om te koesteren en waarvoor hij een Emmy Award kreeg.

In 2003 mocht Finney nog een prachtige rol aan zijn oeuvre toevoegen: die van de fantast Ed Bloom in het leuke Big Fish van Tim Burton. Finney's passie voor het vak spat ook in deze feelgoodprent van het doek. 

Halfweg de jaren ’00 vond Finney twee filmmakers terug met hij lang voorheen al gewerkt had. In A Good Year van Ridley Scott speelde hij een ondeugende wijnboer, maar het was Sidney Lumet – met wie Finney meer dan dertig jaar eerder Murder on the Oriënt Express maakte - die hem zijn laatste echte grote en indrukwekkende rol zou geven: die van hardwerkende juwelier in het grandioze misdaaddrama Before the Devil Knows You’re Dead, waarin ook Ethan Hawke, Philip Seymour Hoffman en Marisa Tomei de pannen van het dak speelden. Finney kroop ook nog in de huid van dokter Hirsch, het brein achter het Bourneproject in The Bourne Ultimatum (2007) en begon het toen echt rustig aan te doen.

In 2012 liet hij nog één keer van zich horen: hij was de jachtopziener die voor James Bond een vaderfiguur vormde in één van de beste Bondfilms: Skyfall (2012). Finney is tegen dan flink verouderd en draagt een grootvaderlijke baard, maar het is heerlijk hem bezig te zien naast Judi Dench, Daniel Craig en Javier Bardem. Klassebakken van acteurs, die het immens talent van Finney waardig zijn.

Toen hield het op. Finney sukkelde met nierkanker, hoewel dat niet als doodsoorzaak vermeld wordt en zette een punt achter het acteren. Skyfall bezorgde hem een erg mooie laatste vertolking, in een sterke en succesvolle film en het is een waardig slotstuk van een formidabele, gevarieerde carrière waarin Finney telkens het beste van zichzelf gaf. 

 

Sven De Schutter

 
Fauve
rating

Duur: 17 min. | Land: | Regie: Jérémy Comte | Cast: , , | Scenarist: | Producent:

Na de korte documentaire ‘Paths’ maakt Jérémy Comte de overstap naar fictie, en dat gaat de Canadese regisseur goed af. In ‘Fauve’ brengt hij een beklemmend coming-of-ageverhaal over twee jongens die op brute manier worden geconfronteerd met de wrede kracht van Moeder Natuur.  De Oscargenomineerde kortfilm verhaalt over de onverwachte aard van het leven.

Comte vond inspiratie in een nachtmerrie die hij als kind vaak had. Hij gaf er destijds weinig aandacht aan, maar verwerkte die nu wel als het (simpele) plot van zijn kortfilm. ‘Fauve’ is vooral krachtig door de strakke beeldvoering, geslaagde sfeerschepping en de zeer bijzondere acteerprestaties.

Bijzondere acteerprestaties in een wreed gevecht met Moeder Natuur.

In het eerste deel reflecteert de cinematografie van cameraman Olivier Gossot vooral de speelsheid van de twee jongens; terwijl ze dollen in een treinstel heeft Gossot ook veel aandacht voor de Canadese schoonheid van de natuur errond. Wanneer de arena zich verplaatst naar het uitgestrekte, grijze landschap van een verlaten mijn, maken de handheldbeelden plaats voor statische spanning.

Door een samenloop van subtiele elementen, wordt de sfeer van de film grimmiger. Vooral de twee jonge acteurs dragen daar sterk aan bij: enkele momenten grijpen stevig naar de keel. De grens tussen kind, tiener en volwassene wordt vaag en de jongens vertonen een hele reeks aan mentale leeftijden. Hoewel Comte eerst audities hield voor getrainde jonge acteurs, week hij na enige tijd uit naar scholen, op zoek naar ‘ruwere’ vertolkingen. Die vond hij uiteindelijk bij Felix Grenier en Alexandre Perreault.

Op zestien minuten zien we een jonge acteur een indrukwekkende evolutie vertolken binnen een plot die weinig mogelijkheid biedt tot afleiding. Samen met de beeldvoering en een symbolische knipoog zorgt dat ervoor dat de film niet in zijn blootje komt te staan.

Nog voor hij deze kortfilm afwerkte, was Comte al bezig met zijn eerste langspeelfilm die hij samen met de Ghanese filmmaker Will Niava maakt. Het wordt opnieuw een coming-of-ageverhaal, ditmaal over twee groepen jongeren: één uit Ghana en één uit Quebec. Ondertussen huppelt ‘Fauve' rustig verder doorheen de nominaties en awards, met als kers op de taart de selectie door Barry Jenkins voor Telluride Film Festival in 2018 en een Oscarnominatie in 2019.

Jana Dejonghe

Clermont-Ferrand International Short Film Festival

Ieder jaar trekken zo’n 3500 filmprofessionals naar het Franse Clermont-Ferrand voor het grootste kortfilmfestival van de wereld. Dit jaar al voor de...
01/02/2019 tot 09/02/2019
Van de 221 Belgische kortfilms die werden ingestuurd, dingen er drie mee naar een prijs binnen de hoofdcompetities van het grootste kortfilmfestival...

Pagina's

Subscribe to Kortfilm.be & Kutfilm.be RSS