"Film moet een kunst blijven, geen consumptiemiddel."

Meltse Van Coillie vertelt over het maakproces van haar docufictie 'elephantfish'.

 

Michiel Philippaerts

 
Elephantfish
rating

Duur: 27 min. | Land: | Regie: Meltse Van Coillie | Cast: , , , , | Scenarist: | Filmschool: KASK

Uit de duisternis weerklinkt een ontheemde stem die ons vertelt over zijn droom waarin een grote olifant de zee dreigt leeg te drinken. De monotonie en rust die in het lage stemgeluid besloten liggen, alsook de exotische klanken van het Tagalog, zetten fijntjes de toon voor wat komen zal: een bezwerende trip langs het uitgestrekte geklots van de zee. Wildcardwinnaar Meltse Van Coillie zal in de volgende zevenentwintig minuten de kijker zachtjes trachten te hypnotiseren en (spoiler!) dankzij haar poëtische beeldvoering en haar toewijding aan sound design zal ze daar met verve in slagen.

Over die beeldvoering: al vanaf het eerste shot laat Van Coillie ons kennismaken met de indrukwekkende cinematografie van haar director of photography – en tevens haar vriend – Harm Dens. De zwevende camera neemt ons mee van de eindeloze horizon op zee tot de benauwde brug van een containerschip, waar een vervormde stem uit de marifoon langzaam het geluid van de golven overstemt. De kapitein beantwoordt de oproep, legt de hoorn neer en staart in het ijle; op het dek zien we twee mannen in gele overalls het cargoschip van een nieuw likje verf voorzien.

Die glijdende, traag zwiepende camerabewegingen uit het openingsshot vormen een terugkerende constante en bekrachtigen het oog voor mise-en-scène dat de tandem Van Coillie/Dens bezit. Elke plan-séquence wekt tegelijk de indruk uit de losse pols te komen, maar op geen enkel moment laat de regisseur zich verleiden tot dweperij of pretentie.

Op geen enkel moment laat de regisseur zich verleiden tot dweperij of pretentie. 'Elephantfish' voelt steeds verrassend fris.

Dat feit op zich is al reden tot lof, want Van Coillie waagt zich met haar eindwerk ‘Elephantfish’ aan een stukje slow cinema, het favoriete ‘genre’ van de doorwinterde arthouse liefhebber. Zoals verschillende eindwerken ons echter leren, kan dergelijke stijloefening al snel verkeerd uitdraaien en gaan vervelen. Gelukkig heeft de regisseur een fijn ritmegevoel. Door haar evocatieve beeldenstroom op de zachte, wiegende cadans van het schip op zee te assembleren verbindt ze ingenieus de setting met het trage tempo van haar film.

Dat tempo resoneert ook thematisch, want Van Coillie zoekt de schimmige grens tussen slaap, droom en verbeelding op. Daarmee bevaart ze dezelfde wateren als de Aziatische somnambulisten – zoals Apichatpong Weerasethakul, Tsai Ming-liang en Bi Gan – die net als haar via het vertragen of stopzetten van de tijd de toeschouwer tot een nevelachtige droomtoestand trachten te brengen. Maar hoewel de invloeden van bovenstaande grootmeesters duidelijk voelbaar zijn kunnen we de Vlaamse cineaste niet van leentjebuur beschuldigen: ‘Elephantfish’ voelt steeds verrassend fris.

Terwijl de eindeloze leegte van de zee zich opdringt bij de bemanningsleden – ondertussen zijn de Filipijnse matroos en kok onze protagonisten geworden – roert er zich iets in de laadruimte. Het titulaire droomwezen uit het openingsmonoloog? Gedwongen door de ijle horizon, die tijdens een magnifieke droomscène volledig verdwijnt, zoekt de bemanning zijn toevlucht tot de verbeelding: suggestieve magie floreert tussen de kleine scheurtjes die de realiteit begint te vertonen. Van Coillie vindt evenwel de juiste balans en vervalt nooit in grotesk surrealisme, waardoor ook de kijker aan het twijfelen slaat over de aard van het verloop aan boord. Nagesynchroniseerd geluid geeft het geheel een extra laag van bevreemding; op welke buitenaardse oceaan dobbert dit schip rond?

Van Coillie mocht op het KortfilmfestivalLeuven een Wildcard in ontvangst nemen, goed voor 25 000 euro voor een nieuwe film. "De filmmaakster toonde met haar interessante observatie dat ze een sterke visie heeft," dixit de jury, een oordeel dat we enkel kunnen beamen. Haar betoverend portret van leven op zee, rijk geschakeerd in al zijn banaliteiten en fantasieën, doet ons reikhalzend uitkijken naar haar volgende project. Dat zal opnieuw over dromen gaan, zo vertrouwde ze ons toe. We kunnen niet wachten tot ze ons opnieuw in slaap wiegt.

Michiel Philippaerts
 
Zombies
rating

Duur: 15 min. | Land: | Regie: Baloji | Cast: | Scenarist: | Producent:

Het invloedrijke filmfestival Oberhausen programmeerde in 2019 niet één, maar twéé werken van Baloji. In de videoclipcompetitie was ‘Peau de Chagrin / Blue de Nuit’ te zien. Maar hét succesnummer was deze ‘Zombies’, zeg maar een experimentele muziekvideo van een goed kwartier. Tussen een vijftigtal kunstige korte films rijfde ‘Zombies’ de Principal Prize binnen. Een eerste échte erkenning als filmmaker voor de Congolese Belg!

Dat ‘Zombie’s heerlijk opzwepende muziek bevat uit Baloji's laatste album ‘137 Avenue Kaniama’, dat viel te verwachten. De stevige nummers ‘Spotlight’, ‘Glossine’ en ‘Ciel d'Encre’ op zich al erg de moeite waard. Deze film legt daar absoluut een laag bovenop, zowel met extra thema's als door extra kleurrijke fun. De productiewaarde lijkt zich te kunnen meten met peperdure megaclips van mondiale sterren. Een fenomenale verwezenlijking voor een low budget, in Baloji's woorden 'DIY' productie.

In de festivalcatalogus staat Baloji beschrijven als 'a poet, composer, lyricist, scriptwriter, actor and performer, video artist and stylist'. De vroegere Starflam-rapper vindt zichzelf ook een “photographe frustré”, en tekende de storyboards voor deze film uiteraard zelf.

De regisseur claimde dus creatieve controle op werkelijk elk aspect van zijn groovy experiment. Er wordt behoorlijk wat afgedanst, geregeld als een choreografie met selfiesticks - het visuele thema is hier zichzelf bewonderende, in Kinshasa rondhangende jeugd. Dat levert enkele onvergetelijke beelden op, zoals dat van een tussen hen in geld rondstrooiende dictator, een eenzame zeemeerman en het meisje in het kapsalon met telefoons aan haar rechtopstaande vlechten. Of een volgshot van een zich op straat omkledend meisje dat zo op een catwalk kan. Haar gele t-shirt bloklettert 'HAS LEFT THE GROUP'. Gele credits, gele muren, gele kostuums: het is makkelijk een leidende ‘Zombies’-kleur te vinden.

De camera capteert Kinshasa met pakkende beelden, van een flitsende nightclub tot de chaotische straat, van een schreeuwerig kapsalon tot een plastic afvalberg. Uiteraard wordt ook veel ingezoomd op Baloji zelf, sterk gestileerd in allerlei (gele) outfits met allerlei attributen in de hand. Stoïcijns frontaal, dan weer recht de camera inkijkend lijkt hij wel een verwarde koning temidden zijn onderdanen, onherroepelijk verslaafd aan hun spiegelende smartphone.

Jan Sulmont
 
"Eigenlijk ben ik een gefrustreerde fotograaf."

Muzikant Baloji voelt eindelijk erkenning als filmmaker, na de bekroning van zijn DIY-kortfilm 'Zombies'.

 

Jan Sulmont

Queer Shorts

Tijdens het Antwerpse queer festival Strangelove kan je doorgaans zonder problemen je ogen de kost geven. Doe dat vooral op zaterdag 8 juni, want...
08/06/2019
Geen taboe's tijdens de hoogavond van Strangelove, hét queer festival van Antwerpen...

Kortfilmprogramma in Het Bos

De Imagerie-curator en regisseur Eva van Tongeren grijpt eind mei de Antwerpse première van haar kortfilm ‘ Van ver staat het stil ’ aan om een...
23/05/2019 tot 26/05/2019
Het Bos viert feest, en curator Eva van Tongeren viert mee.
 
"Ik wou een film maken die in een bestaande realiteit stond."

VAF Wildcardwinnaar Louisiana Mees over de inspiraties van haar masterfilm 'Waithood'.

 

Michiel Philippaerts

Brussels Short Film Festival 2019

Net zoals de voorgaande jaren zit ook de 22e editie van het Brussels Short Film Festival stampvol. Sinds vorig jaar komen de winnaars van de Grand...
25/04/2019 tot 06/05/2019
Keuze te over tijdens het grootste Brusselse kortfilmfeest.
 
Waithood
rating

Duur: 22 min. | Land: | Regie: Louisiana Mees | Cast: , , | Scenarist: | Productiehuis: | Filmschool: KASK

In 'Waithood' volgt Louisiana Mees vijf jonge, Griekse twintigers die op de drempel van volwassenheid staan. Het is niet dat ze niet willen opgroeien, maar de sociaaleconomische situatie van hun land leent zich er niet toe: 44% van de jongeren is immers werkloos. Dus wachten ze en spenderen ze hun tijd in de luxueuze Atheense AirBnb’s die Christos tijdens de winteravonden moet kuisen.

Terwijl hij de bedden opmaakt en de afwas doet dollen Jacques, Viky, Yannis en Maro door de designzetels of plonzen ze in een zwembad. Het is bevreemdend de acteurs als kinderen te zien stoeien in de luxeflats, maar de liminale staat waarin ze gedwongen zijn, laat hen nu eenmaal niet toe die kinderlijke wereld te ontgroeien. Bijgevolg blinken ze uit in hun infantiele gedrag. Wanneer hun spel stilvalt en ze uit hun rollen vallen slaat de uitzichtloze realiteit echter onverbiddelijk toe. Troost vinden ze bij elkaar.

Mees, die het scenario schreef, alsook zelf filmde én monteerde, brengt de jongeren met een opmerkelijke empathie in beeld. Diezelfde solidariteit leeft ook tussen de groepsleden en is vaak zeer vertederend; heel lichamelijk ook. Het saamhorigheidsgevoel wordt bovendien uitmuntend naar het scherm vertaald door een camera die de Griekse lotgenoten dicht op de huid zit tijdens hun crisismomenten, maar hen ook de ruimte geeft om de rijkdom van de Airbnb’s – steeds met romantisch uitzicht op de Atheense skyline – speels te verkennen.

Mees injecteert haar film met een politieke dimensie zonder toe te geven aan woede of verslagenheid.

Het zijn deze scènes van vermaak die een eigenaardige tussentoestand opleveren waarin het publiek nooit zeker is of ze naar authentieke reacties of enscenering kijkt, gezien de acteurs in zekere mate gefictionaliseerde versies van zichzelf vertolken. Zo komt er een hybride generatieportret tot stand dat geduldig zijn tijd neemt om het failliet van Griekenland aan te klagen.

Toch is het mooi om te zien hoe Mees haar film injecteert met een politieke dimensie door middels van poëzie, zonder ooit toe te geven aan woede of verslagenheid. Op uitzondering van de onheilspellende eindsequentie dan, waarin ze niet alleen haar talenten als monteur, maar ook haar filmische durf tentoonspreidt. Toegegeven, die durf komt op het juiste moment en belet dat de film te zeer op één noot blijft steken. Het betreft een schitterende montage die nachtelijke taferelen in de Griekse hoofdstad tot een grimmige wervelwind laat ontspinnen, ondersteund door een donkere basgitaar en een expliciete aanklacht op de klankband. Ondertussen zien we protagonist Jacques zijn keuzes overpeinzen: trekt hij weg uit Griekenland of niet?

Mees’ afstudeerproject eindigt met een mokerslag die haar een plaatsje oplevert tussen de beloftevolle namen die KASK de laatste jaren heeft voortgebracht. We zijn zeer benieuwd hoe deze filmmaker haar filmtaal en -thema’s verder exploreert en verheugd dat een Wildcard haar in deze verkenningstocht zal ondersteunen. Om in het oog te houden!

Michiel Philippaerts
 
Mars, Oman
rating

Duur: 20 min. | Land: | Regie: Vanessa del Campo | Scenarist: | Producent: | Productiehuis: | Filmschool: St Lukas

Kennelijk bestaat er zoiets als analoge astronauten. Dat zijn geen astronauten die enkel mechanisch en niet digitaal werken ofzoiets, maar wel mensen die participeren in gesimuleerde Marsmissies; missies die op aarde worden georganiseerd in een omgeving die erg op Mars lijkt.

Eén zo’n project vond in februari 2018 plaats in de woestijn van Dhofar, Omen, waar zes analoge astronauten vier weken lang leefden zoals ze op een nederzetting op Mars zouden doen. Een test in fysieke uithouding, in materiaal en psychologische beproeving. Dat allemaal kom je niet te weten in 'Mars, Oman' van Vanessa del Campo, dus dat geven we meteen maar mee. Haar film volgt dan wel enkele van die analoge astronauten, maar del Campo houdt netjes in het midden wat er exact gebeurt tijdens zo’n experiment en kruist dit verhaal met bespiegelingen van bedoeïen (nomadische woestijnbewoners), met de verveling van de kinderen, met nieuwsgierige kamelen, met een parallel verhaal over twee meisjes die ruimtewetenschappers lijken.

De beelden van de analoge astronauten zijn mooi en surreëel, maar gelden meer als cement én paradox tussen en met het bedoeïenleven.

Als je de eerste keer kijkt is het ook niet meteen duidelijk of de astronauten bij het filmopzet horen, of werkelijk deel zijn van een wetenschappelijk project. Dat maakt eigenlijk niet uit, want 'Mars, Oman' is “een creatieve documentaire”, zo bestempelt del Campo haar film. De korte docu is niet enkel creatief maar tegelijk ook heerlijk statisch en observerend - en soms absurd in het terloopse (zie de zichzelf krabbende kamelen). Voor de regisseuse - van opleiding trouwens ruimtevaartingenieur - was 'Mars, Oman' een reflectie over “het leven in dit universum, de relatie tussen nomadisme, exploratie, kolonialisme en vrijheid”. Del Campo schreef, regisseerde, monteerde én filmde trouwens ook alles zelf.

Grote levensvragen dus, maar als kijker word je toch vooral gevoerd door op zichzelf staande long shots, zoals wanneer een jongen aan verspringen doet in de woestijn, of zich daar wast in een plastieken zwembadje. Of wanneer een grootvader zijn jongen wat bijbrengt over de namen van verschillende sterren, zoals hij die kent en die duidelijk verschillen met de op school aangeleerde namen.

De beelden van de analoge astronauten zijn mooi en surreëel, maar gelden meer als cement én paradox tussen en met dit bedoeïenleven. “Maar waarom leven ze in de moeilijke omstandigheden van de woestijn?”, vraagt een leerkracht in 'Mars, Oman' aan haar klas. Het antwoord kom je niet te weten, maar als kijker ben je ook wel mee met de schoonheid van dit alles, tot de laatste scène aan toe.

Sarah Skoric

Pagina's

Subscribe to Kortfilm.be & Kutfilm.be RSS